Vulkanen, tempels en de trein

Yogyakarta Travel Blog

 › entry 6 of 6 › view all entries
Hoe langer we in Bali zijn, hoe makkelijker het vervoer gaat. We nemen dit keer geen eigen vervoer naar de ferry, maar pakken de bemo. Dat is een klein busje die op vaste trajecten rijdt, maar zonder bushaltes zoals wij die kennen; je maant een bemo om te stoppen waar je wilt en hij zet je vervolgens ook weer af op de plek waar je er uit wilt. Bij de ferry terminal aangekomen hoeven we niet lang te wachten. De ferry's varen af en aan, en na drie kwartier varen zijn we alweer op Java. Omdat we de Ijen krater willen zien gaan we gelijk door naar Bondowoso, wat ten westen van die krater ligt. Er staat al een bus klaar richting Situbondo, waar we over moeten stappen. De prijs van deze bus is enige discussie, want hij vraagt ruim twee keer wat ik wil betalen. Zijn argument is dat hij airco in de bus heeft, maar ik geef aan dat ik dat helemaal niet nodig vindt. Als we het niet eens worden begin ik met het uitladen van onze rugzakken en plotseling kan de prijs wel naar beneden. Het is een mooie rit door afwisselend lanschap en anderhalf uur later zijn we al in Situbondo, waar de volgende bus richting Bondowoso al klaar staat. Dit gaat wel erg soepeltjes zo, zonder iets geregeld te hebben.

Ijen
In Bondowoso is het evfen kijken hoe we het makkelijkst bij het hotel komen. Dat blijkt de Becak, de Indonesische variant van de Riksja. We boeken in het hotel gelijk de rit naar de Ijen.
De volgende ochtend is het weer vroeg op (dat is een trend deze vakantie). Dit keer niet voor de zonsopgang, maar omdat het toch nog 2,5 uur rijden is. Over 17 kilometer. Dat zegt genoeg over de staat van de weg waar we over moeten, dus het is maar goed dat we een 4WD hebben!
De klim naar de top van de Ijen gaat over een goed begaanbaar pad, maar valt ons toch zwaar: we zitten weer zonder acclimatiseren op 3000 meter, dus klimmen is inspannend. Maar natuurlijk halen we de top, waar we uitzicht hebben op het kratermeer en de plek waar de zwavel de berg uitstroomt. Die zwavel wordt hier gewonnen en te voet naar de fabriek gedragen. Dat doen de mannen die hier werken in manden aan een stok die ze over één schouder leggen. Op die manier vervoeren ze 80-100 kilo per keer. Let wel: ze moeten met dit gewicht eerst uit de krater omhoog, over een pas dat veel slechter is dan het pad van de voet van de berg naar boven. Dat doen ze op teenslippers of rubber laarzen. Het is bij veel dragers wel te merken dat ze dit al langer doen. Het ophalen van de zwavel gebeurt temidden van de zwaveldampen, dus je hoort hun longen piepen en ze hebben vaak bloeddoorlopen ogen. Arbo-wetgeving kennen ze hier blijkbaar niet.

Aangezien Rianne er de puf niet voor heeft daal ik alleen af in de krater om de zwavelwinning van dichtbij te bekijken. Helaas staat de wind verkeerd waardoor ik niet tot aan het meer kan lopen zonder dwars door de zwveldampen heen te hoeven.

Bromo
Omdat we vroeg zijn vertrokken zijn we ook redelijk op tijd terug. We worden gelijk bij het de busterminal afgezet, waar we wachten op de bus die ons naar Probolinggo. Hier moeten we helaas wel lang wachten, maar uiteindelijk komt er een bus. En na nog langer wachten vertrtekt die ook. Hierdoor zijn we pas in de avond in Probolinggo, waar helaas geen bemo's meer rijden richting Cemara Lawang bij de Bromo. Maar natuurlijk is er een behulpzame javanees met een toerbureautje die ons vervoer wel wil regelen. Het blijkt dat er meer mensen die kant op moeten, en na een kwartier vertrekken we zo beloofd hij. Na een uur is er echter nog geen vervoer, en ik begin een beetje pissig te worden. Uiteindelijk komt er dan een bus waarin we mee kunnen. Zonder andere passagiers. De bus gaat tanken en honderd meter na het tankstation wordt ons vriendelijk verzocht deze bus te verlaten omdat deze niet naar de Bromo gaat. Hoezo??? Volgens de chauffeur moeten we hier wachten op de bus die wel de juiste kant op gaat. Omdat ik het niet meer vertrouw blijf ik in de openstaande kofferbak zitten terwijl ik discussieer met de chauffeur om zekerheid te krijgen dat we op onze bestemming gaan komen. Er staan al wel andere mensen te wachten om met deze bus mee te gaan, dus die zijn ook niet blij. Maar uiteindelijk komt er indurdaad een (vol) busje die naar Cemara Lawang gaat, dus we stappen over. De mensen in die bus hebben zojuist een vergelijkbare ervaring achter de rug, dus blijkbaar is dit een normale werkwijze.

In Cemara Lawang aangekomen is er gelukkig nog wel plaats in het door ons uitgezochte hotel. Omdat het inmiddels al elf uur 's avonds is lukt het niet meer om de tour te boeken die we graag wilden: alle jeeps die daarvoor nodig zijn zitten vol. Het plan was met de jeep naar de Penanjaken te rijden die 10km verder ligt. Hiervandaan heb je uitzicht op de Bromo, wat bij zonsopkomst erg mooi moet zijn. Maar we gaan dus voor het alternatief: vanaf het hotel zelf naar de Bromo wandelen en daarvandaan de zonsopkomst tegemoet te zien.
Dus weer vroeg op :). Als we beginnen aan de wandeling is het nog donker. Omdat we een stuk door de woestijn moeten is het ons niet helemaal duidelijk welke kant we op moeten (als het later licht is blijkt de route met stenen aangegeven te zijn, maar die zien we nu niet liggen). Achter ons loopt al een tijdje een mannetje met een paard en we vragen hem ons te gidsen, wat hij graag doet.
De "beklimming" van de Bromo zelf is een beetje een tegenvaller: er is een mooie trap naar de top aangelegd, dus hier geen uitdaging. Het uitzicht is inderdaad prachtig, in een surrealistisch landschap van gestolde lavastromen en woestijn. De Bromo stoot een continue wolk stoom uit en het rommelt af en toe in zijn buik.

Yogyakarta
Het begint al een aardig verhaal weer te worden, dus het laatste stuk hou ik kort. Na de afdaling van de Bromo is het nog vroeg, dus alle tijd om met de bemo richting Probolinggo te gaan. Een bemo heeft namelijk geen vaste rijtijden, maar gaat pas weg als hij vol zit. Als we uiteindelijk wegrijden blijken er veel meer mensen in zo'n klein busje te gaan dan je zou verwachten. Met meer dan 22 personen zitten we knus bij elkaar. Op het treinstation in Probolinggo hebben we geluk: we komen aan om kwart over elf, en de trein die in een keer naar Yogyakarta gaat vertrekt om 11:39. En nog mooi op tijd ook.

De trein is een ervaring op zich. Hij zit helemaal vol, en schoon is anders. De vergelijking met een boot in Uganda komt in me op, maar deze is toch wel iets beter te doen. Slechts af en toe een kakkerlak :). De man tegenover me spreekt nog nederlands (de oudjes hier kunnen dat soms nog) en vindt het leuk een praatje te maken, waar ik natuurlijk ook voor in ben.
Afleiding en versnaperingen zijn er genoeg in deze trein. Bij ieder station stappen wel mensen op (en weer af) die in de trein hun waren aanbieden: Nasi, gebakken banaan, kroepoek, koffie. Verzin het maar. En jongeren met gitaar doen het ook goed: even een liedje zingen, incasseren en de trein weer verlaten.

Hoewel de trein de meest comfortabele reis naar Jogja is, duurt de rit toch 11 uur en zijn we best stuk als we aankomen. Daarom besluiten we de volgende dag al dat de terugreis naar Bali per vliegtuig zal gaan :)

De beschrijving van de excursies in Jogja, naar de Borobodur en de Prambanan volgen een andere keer.
Join TravBuddy to leave comments, meet new friends and share travel tips!
Yogyakarta
photo by: siscalustiawati