AsiaIndiaMandawa

Overboekingen en vreemde beesten.

Mandawa Travel Blog

 › entry 5 of 37 › view all entries

Omdat we gisteren vroeg op bed lagen zijn we nu allebei vroeg wakker, om zes uur liggen we al wat te praten. Om kwart over zes besluiten we op te staan zodat we, als we tijd over hebben, de toren van het fort nog kunnen beklimmen. We zorgen er voor dat alles ingepakt is, behalve de spullen die we nodig hebben om tanden te poetsen en zo, voor we gaan ontbijten. Als we onze kamer uit lopen zien we dat Gerrit (de slechthorende man die de kamer tegenover ons heeft en vandaag jarig is) ontbijt op bed geserveerd krijgt. In het portaaltje waar onze kamer (samen met die van Wim en Gerrit) aan grenst maken we nog even een foto en gaan dan richting ontbijtzaal, waar we om zeven uur aanschuiven. Het ontbijt duurt zo lang dat het beklimmen van de toren er bij in schiet. Als we onze tanden gepoetst hebben en de kraan (die zo dicht tegen de muur aan geplaatst is dat er een stuk uit het kozijn van de spiegel gehakt moest worden omdat het anders niet mogelijk is het ding open of dicht te draaien) voor de laatste keer hebben dichtgedraaid, is het bijna acht uur en dus tijd om te verzamelen.

 

Als we bij de bus komen staat de rest al te zingen voor Gerrit. We kunnen nog net de laatste paar regels en de Hiep, Hiep Hoera’s mee blèren en dan mogen we weer als makke lammetjes de bus in. Iets voor acht rijden we van het fort weg, het doel van vandaag is Bikaner en we maken een tussenstop in Mandawah. Tot aan Mandawah (en zelfs tot een stuk voorbij deze plaats) is de weg ronduit slecht, we butsen van gat naar gat en van drempel naar drempel.

 

In Mandawa is ons belangrijkste doel het 18e eeuwse fort, dat voor het publiek is opengesteld en tegelijkertijd stukje bij beetje gerestaureerd wordt. Over een geplaveid pad (veel van de straten in het stadje zijn niet verhard) lopen we naar de ingang van het fort, die bewaakt wordt door wachters in witte pakken met een oranje tulband op. Op de binnenplaats staat nog eens een wacht van drie man sterk, tot op de pantoffels bewapend. Een groot deel van het fort wacht nog op een opknapbeurt, maar de bouwvakkers zijn wel ergens op het fort aan het werk. Hoewel het met Trudy wat beter gaat moet ze toch voor we naar het dak van het fort klimmen nog even een toilet opzoeken, terwijl ze daar naar binnen loopt roept onze gids iets en daarom valt ze bijna letterlijk met de deur in huis.

Ik volg de gids alvast naar het dak om zo over de stad heen te kunnen kijken. Het dakterras wordt net geveegd door een kleurrijk geklede vrouw. Vanaf het dakterras kunnen we nog een torentje beklimmen, vanaf hier hebben we een mooi zicht over het fort en we ontdekken ook meteen waar de bouwvakkers uithangen. Het is prachtig om te zien hoe ze te werk gaan, degene die de oude kalklaag af moet bikken heeft in één hand een bijtel en de andere hand heeft hij in zijn zij. Als je het werktempo en de methoden die ze gebruiken buiten beschouwing laat (het is hier behoorlijk warm en de techniek ligt hier toch een heel stuk achter) mag het resultaat er zeker zijn.

We lopen weer naar beneden en onder aan de trap zien we een kaart van India aan de muur hangen. We bekijken hem eens goed en trekken de conclusie dat (gezien de afstand die we nog moeten afleggen en de aankomsttijd die Wim ingeschat heeft) de weg beter moet worden. Als de groep compleet is lopen we naar de uitgang, waar een charismatische oude Indiër staat die voor een paar rupees graag met Trudy op de foto wil, deze man zullen we later nog op een ansichtkaart tegen komen. Een andere man wil ook wel op de foto, maar dan moet ik wel zijn tulband op zetten, het ding is te klein voor mijn hoofd en zit alles behalve comfortabel, de Indiër heeft de stof zo strak om zijn hoofd gebonden dat het lijkt als of  er iets van stijfsel in zit of zo, ze voelt bijna hard aan.

We wandelen nog een stuk verder door Mandawah en al snel wordt ik aangesproken door een jongen wiens broer een winkel heeft op de zwarte markt in Beverwijk (zegt hij). We staan als eerste weer bij de bus en de rest is in geen velden of wegen te bekennen. Er komt weer een jongen naar ons toe die beweert dat hij ons naar de groep wil brengen omdat die nog wat aan het bezichtigen is. In eerste instantie vertrouwen we hem niet en houden we goed in de gaten waar we precies lopen en welke straatjes we nemen, maar al gauw zien we de rest staan bij een gebouw dat dienst moet gaan doen als basisschool als het opgeknapt is. We mogen even op het piepkleine binnenplaatsje kijken en natuurlijk mogen we ook een donatie doen.

We lopen nog langs enkele Havelli’s en de jongen die ons weer naar de groep bracht loopt met ons mee en geeft zo goed mogelijk uitleg. Vooral de erotische schilderingen weet hij feilloos te vinden (een copulerend koppel in een trein en een vrouw die een kind baart).

Als we even later op het binnenplaatsje van een Havelli komen vertelt hij dat de deur waar we op dat moment voor staan er nieuw uit ziet, maar dat ze in werkelijkheid erg oud is. De met koper beslagen deur is helemaal schoon gemaakt met citroenen. De wandeling loopt ten einde en als we naar de bus lopen worden we letterlijk omringd door bedelaars, een muzikant en nog meer bedelaars. We geven onze gids 10 rupees en gaan snel de bus in, want ze vragen je het hemd van het lijf, om over Trudy’s petje nog maar te zwijgen.

 

We zetten nu echt koers naar Bikaner en voor de weg beter wordt, wordt hij eerst nog bedroevend slecht. In een dorp moeten we zelfs over een stuk weg dat helemaal blank staat, zeker 100 meter is volledig overspoeld en is veranderd in een bruine watermassa. Dan wordt de weg geleidelijk beter, tot we uiteindelijk weer op de “snelweg” zitten. Op sommige stukken zijn zelfs strepen getrokken. Op deze weg kunnen we weer luisteren naar het heerlijke gerammel en getril van onze bus op topsnelheid.

Rond kwart voor twaalf houden we onze thee/koffie/wat-voor-vocht-dan-ook pauze. Omdat Gerrit jarig is (hij wordt vandaag 49) betaalt hij alle drankjes. Hij heeft ook koekjes gekocht en tijdens het uitdelen hiervan krijgt hij jammer genoeg een epileptische aanval (hij is dan even afwezig) en struikelt, de koekjes gaan over de grond, maar gelukkig heeft hij zelf niks. Er worden nieuwe koekjes gekocht en deze worden smakelijk opgepeuzeld. In het wegrestaurantje is ook een souvenirwinkeltje en hier word een boek over Rajasthan gekocht als verjaardagscadeau voor Gerrit (iedereen betaald 20 rupees, dus het is een kleinigheidje van iedereen). Als we weer onderweg zijn wordt het boek in de bus doorgegeven (zonder dat Gerrit dit merkt), zodat iedereen zijn gelukswens in het boek kan schrijven.

Zowel Trudy als ik sukkelen af en toe in slaap, ik probeer wel wakker te blijven om niks van het land te missen, maar dit lukt gewoon niet.

 

Rond half drie komen we aan bij het Heritage Resort. We worden weer ontvangen met een bloemenkrans (de bloemen van Afrikaantjes aan een touwtje geregen) en een tika. Hoewel de tika de kleur van het geluk heeft (rood) blijkt, ondanks de boekingsbevestiging die Wim gehad heeft, dat het hotel overboekt is en dat vier koppels in een nabij gelegen accommodatie zullen moeten logeren. Wim vraagt vrijwilligers en wij bieden ons aan, net als Ronald en Ineke, Hans en Reins en Marilyn en Patricia. Het Heritage Resort is poepie sjiek en we nemen dus het risico met minder genoegen te moeten nemen. Wim gaat met het hotelpersoneel in conclaaf en weet voor de vrijwilligers een gratis lunch, diner én ontbijt los te peuteren. De lunch wordt meteen genuttigd. Dan worden we met onze eigen bus naar ons nieuwe onderkomen gebracht. We komen terecht in een soort van klein bungalowparkje, dat voorzien is van een zwembad. De kamers zijn vrij simpel, maar wel oké. De bedden zijn (heel voorzichtig uitgedrukt) aan de harde kant. Op de badkamer is een afzuiger ingebouwd, maar als we hem aan zetten gaat het ding zo tekeer dat het lijkt of er een klein vliegtuigje opstijgt.

We gaan lekker naar het zwembad om wat af te koelen. Dat afkoelen lukt prima, want uit de douches (zonder douchekop) bij het zwembad komt alleen maar koud water. Het is goed toeven bij het zwembad in de zon en we kunnen lekker ontspannen en wat schrijven.

Dan moet ik plotseling naar het toilet en kom ik tot de conclusie dat de diaree mij ook niet ontziet. Als ik net zit en Trudy (ook nog steeds aan de diaree) ook opeens moet, gebeurt het onvermijdelijke en moet er van onderbroek gewisseld worden.

Bij het zwembad hebben we afgesproken dat we om half zeven met zijn achten naar het Heritage Resort gaan voor het diner. Van te voren douchen we even lekker. Trudy vindt in de badkamer vier vreemd uitziende insecten (ze lijken op grote wespen, zijn bruin van kleur en hebben als ze vliegen een hangend achterlijf), ze vindt het maar niks en wil vanaf nu de badkamerdeur dicht houden zodat ze maar niet in de slaapkamer kunnen komen.

We gaan naar het Heritage en drinken voor het eten nog wat buiten bij het zwembad. Wim wordt ook geroepen, omdat hij anders alleen zou moeten eten. Het eten op zich doen we binnen in het restaurant en we kunnen van het buffet gebruik maken.

Na de maaltijd maak ik nog even snel een sanitaire stop en dan gaan we terug naar ons bungalowtje om alvast weer wat in te pakken en te schrijven. Als ik nog even een fles water wil gaan kopen vindt Trudy een “beest” in onze weekendtas, dus mag ik als Arie Safari de wilde indringer verjagen. De sprinkhaan wordt gevangen en met gevaar voor eigen leven buiten los gelaten.

Ik schrijf mijn verhaal voor vandaag af en ga om elf uur slapen terwijl Trudy al met haar hoofdkussen in haar armen onder zeil is.


Join TravBuddy to leave comments, meet new friends and share travel tips!
Mandawa
photo by: Im_a_local