Oplichters en bedrigers.

Jaisalmer Travel Blog

 › entry 8 of 37 › view all entries

De wekker loopt pas om half acht af, dus we hebben een vrij lange nacht gehad waarin we allebei heerlijk geslapen hebben. Ondanks dat hebben we weer geen zin om op te staan, want de bedden zijn weer goed.

We treffen Ronald en Ineke in de lobby, Marilyn en Patricia laten nog even op zich wachten, maar we bestellen alvast twee Tuk Tuks. Om half negen rijden we naar de stad om te gaan eten bij Monica’s. De rit kost 30 rupees, maar de chauffeur biedt ons een tour door de stad aan (de zes mooiste punten) voor 250 rupees, natuurlijk is dit veel te veel en we dingen af tot 100 rupees per Tuk Tuk. Voor dit bedrag zal hij ons ook terug naar het hotel brengen vanavond. De hele dag op pad voor 100 rupees is voor ons niet duur en voor hem een hele smak geld, dus is het een goede deal.

Bij Monica’s zijn we al bekende gasten. We krijgen ons vaste plekje op het dakterras en kunnen weer mooi over de straat uit kijken. We gaan pas weer op pad als ik twee kaas-tomaat omeletten naar binnen heb gewerkt (die dingen zijn hier heerlijk!). Ik vraag de chef van het restaurant om voor ons een special price te maken omdat we vaste klanten zijn, maar het enige dat hij voor ons kan doen is ons vanavond nog beter eten beloven dan we al gehad hebben (we hebben hier wel niks aan, maar het gaat om het gebaar)....

Onze Tuk Tuks staan al te wachten, maar Gerrit moet eerst nog even postzegels kopen, hij dwaalt hier echter zo ver bij af dat we hem kwijt zijn en zeker 25 minuten op hem moeten wachten. Als we eindelijk op pad kunnen gaan we naar het meer dat net buiten de stad ligt en dat helemaal uit regenwater bestaat (erg tegenstrijdig midden in de woestijn). Op de oever van het meer staan wat oude gebouwen die tegenwoordig niet meer gebruikt worden, maar waar je wel lekker uit de zon kunt zitten. In een soort prieeltje dat over het meer uit kijkt zijn een paar kindjes aan het spelen die vooral bij Patricia de moedergevoelens boven doen komen. Het meisje dat er bij is, is dan ook wel erg schattig. We geven de kindjes ieder 1 rupee, zodat ze wat te snoepen kunnen kopen. Voor we weer verder gaan mogen Trudy en ik zelf ook weer eens op de foto.

Ons volgende punt is de Jain tempel in de oude stad. Als we bij de stadspoort aan komen worden we meteen omsingeld door een aantal gidsen die ons de stad willen laten zien. Ze vragen 30 rupees, maar we krijgen er één zo gek om voor 10 rupees met ons mee te gaan (we hoeven ook alleen maar de weg naar de tempel te weten). Zodra we de stad binnen lopen vertel ik hem iets waar hij helemaal niet blij mee is: We want no shops!! Winkelen kunnen we nog genoeg en daar hebben we geen gids voor nodig. Hier en daar vertelt de gids ons iets, maar het stelt eigenlijk niks voor. Als we op een pleintje komen, proberen andere gidsen ons zover te krijgen dat we met hun mee gaan, want onze gids zou geen echte professionele gids zijn. Dat interesseert ons weinig en gaan verder naar de tempel. In de stad staan veel poorten die allemaal voor de beveiliging van het fort hebben gediend, maar tegenwoordig staan ze allemaal open.

Bij de tempel is het al behoorlijk druk, de tempel wordt ook bezocht door Indiërs uit andere delen van India. De Indiërs mogen gratis naar binnen terwijl toeristen 10 rupees moeten betalen voor entree en 50 rupees voor een fotocamera. We zetten onze schoenen in een souvenirshop en gaan dan naar binnen. Eenmaal binnen zien we dat de tempel één groot beeldhouwwerk is, er staan niet alleen stenen beelden, ook de plafonds en de pilaren zijn allemaal bewerkt. In de tempel staan overal borden dat je de heilige mannen die er rondlopen geen fooien mag geven, maar ze blijven er wel om bedelen zolang je binnen bent. We kijken nog even op de bovenverdieping en lopen dan naar buiten. Op het trapje zit een man die ons op het tweede gedeelte van de tempel wijst, hier gaan we ook nog even naar binnen en ook hier is geen steen te vinden die niet bewerkt is. Gerrit is niet de tempel in gegaan en als we weer buiten komen is hij verdwenen. Rik en Jannie, die we toevallig bij de ingang van de tempel zien, zeggen dat ze hem een heel eind verderop hebben gezien. Omdat deze stad de structuur van een mierennest heeft is het een onbegonnen werk om naar Gerrit te gaan zoeken. We gaan zonder hem verder en lopen langs een paleis dat in de oude stad ligt, naar de stadsmuur. Vanaf de stadswal hebben we een prachtig uitzicht over de omgeving en de stad. Het meer wat vanmorgen van dichtbij zo groot leek lijkt vanaf hier maar klein en als we de andere kant op kijken zien we dat ze het hier niet zo nauw zien met de ruimtelijke ordening.

De gids probeert ons nu erg fanatiek mee te tornen naar een paar winkels, maar ik hou resoluut vol dat we niet mee gaan. We komen wel weer langs het winkeltje waar ik gisteravond om een donker houten beeld van Ganesh heb gevraagd. Veel van het houtsnijwerk is bekalkt met goudverf, en daar hou ik absoluut niet van (ik ben Frans Bauer niet!!). De eigenaar van de winkel ziet me langs komen en roept me binnen, omdat ik gisteren gezegd heb dat ik vandaag terug zou komen. We willen eerst de stad bekijken en hebben nu geen zin om te winkelen (dat kan ook als het donker is), dus leg ik de man uit dat vandaag nog twaalf uur duurt.

We betalen de gids zijn 10 rupees en lopen terug naar onze Tuk Tuk en rijden naar de drie beroemdste Havelli’s van Jaisalmer. We rijden vlak langs de stadsmuren die, als ze vol stonden met bewapende soldaten, een bijna onneembare vesting moeten hebben gevormd. Weer in de oude stad rijden we door smalle straatjes die doorsneden worden door afvoergoten, waar soms maar één tegel overheen ligt, zodat alleen het voorste wiel van onze driewieler er over heen rijdt en de achterwielen er door heen kwakken.

Bij de eerste en de tweede Havelli valt het mee met de verkopers van souvenirs, maar als we bij de derde aan komen wordt vooral Ineke belaagd door verkopers/sters van allerhande troep (en natuurlijk koopt ze het een en ander). Ook in de derde Havelli is alleen maar een souvenirshop gevestigd, dus gaan we niet naar binnen maar bekijken het gebouw alleen van buiten.

Het is alweer etenstijd, dus laten we ons door de smalle straatjes naar Monica crossen, hier en daar de vouw uit de broek van een lokale koe rijdend. De lunch is goed (lekkere tomatensoep hebben ze hier), maar al met al heeft het wat langer geduurd dan gepland, zodat we geen tijd meer hebben voor een tochtje rond de stad om wat foto’s van een afstand te maken.

We laten ons maar naar het hotel brengen, omdat we om half drie met een jeep safari mee willen die vanuit het hotel vertrekt. Onderweg naar het hotel verteld onze chauffeur dat zijn karretje erg milieu vriendelijk is, dat er een Honda motor in ligt en dat de nieuwwaarde 80.000 rupees was. Als we bij het hotel aan komen hebben we de afgesproken 100 rupees al in de hand, met een fooitje van 20 rupees omdat we hem aardig vinden. Dan verandert zijn houding helemaal, hij wil ineens tegen alle afspraken in 130 rupees hebben, omdat de rit naar de stad van vanmorgen niet inbegrepen zou zijn. Gezien we vanmorgen afgesproken hebben dat het totaalbedrag per Tuk tuk 100 rupees zou zijn, druk ik hem de 120 rupees in de hand en bonjour hem uit, want ik hou er niet van om belazerd te worden.

Het is nu vijf voor half drie en omdat de jeep om half drie hier moet zijn wachten we in de lobby van het hotel. Om drie uur komt er een jeep met twee mannen erin de oprijlaan opgereden. We zijn nog niet bij de jeep of één van de twee mannen zegt dat we vooruit moeten betalen. Vreemd, maar vooruit dan maar. De man springt met het geld op een scooter en snort er van tussen. We gaan met zijn vieren achter in de jeep zitten en gaan op pad. We zijn nog geen vijf minuten onderweg of we komen er achter dat onze chauffeur geen woord Engels spreekt. Nou is mijn Hindi behoorlijk belabberd, en omdat we niks hebben aan een gids die we niet kunnen verstaan (iemand moet ons toch kunnen vertellen wat er allemaal te zien is in de authentieke dorpjes waar ze beloofd hebben dat we naar toe gaan), maken we de man met handen en voeten duidelijk dat we terug naar het hotel willen. De ontzettend stugge jeep wordt gedraaid en even later belt de man achter de receptie van het hotel met de organisator van de safari. We moeten even wachten en een kwartiertje later komt de man van het geld aancrossen met een Engels sprekend mannetje achter op de scooter. Er wordt een vaag smoesje opgehangen dat de “Engelse” gids normaal wel altijd mee gaat, maar dat hij nu te laat ergens van terug was of zo. We kunnen opnieuw op pad en hopen dat nu wel alles goed gaat. Na een tijdje hobbelen komen we bij een Jain tempel, enigszins verbaasd stappen we uit. Ten eerste was het niet de afspraak dat we naar tempels zouden gaan en ten tweede moeten we de entreegelden en de kosten om te mogen fotograferen (70 rupees per stel) nog zelf betalen ook. Dat zijn we niet van plan, omdat we al 200 rupees voor de safari betaald hebben en dat je er redelijkerwijs van uit mag gaan, dat als iets georganiseerd is, je niet nog eens extra moet gaan betalen voor dingen die je eigenlijk niet eens wilt zien. Een leuke bijkomstigheid is dat Indiërs wel weer gratis naar binnen mogen. De gids belt in het kantoortje waar de kaartjes gekocht moeten worden naar zijn baas. Ik moet aan de telefoon komen, en nadat ik een paar smoesjes heb aangehoord die ik allemaal net zo vlug weerleg, wil hij de gids weer aan de telefoon. Het duurt even en dan komt de gids vertellen dat de baas hier naar toe komt. Terwijl we wachten klimmen we via de trap even naar boven en zien dan schuin links van de tempel een modern windmolenpark. Na een minuut of tien is de baas er nog steeds niet. Ik vraag aan de gids wat er nog meer op het programma staat en dan zegt hij dat we nóg twee tempels in het verschiet hebben waarvan de entree exclusief is. We vinden het mooi geweest en zeggen dat hij ons maar naar het hotel moet brengen. We kunnen instappen en knorren richting hotel. Op een gegeven moment zien we ons hotel aan de linkerkant van de weg liggen, maar we gaan naar het kantoor van de safari operator in de stad, blijkbaar heeft de chauffeur dit afgesproken met zijn baas. Ik ben stellig van plan om de baas van het zooitje ongeregeld even zijn vet te geven en ons geld weer in de kontzak te steken. Bij het kantoor aangekomen blijft Trudy in de jeep zitten om te voorkomen dat die er vandoor gaat. Ik ga naar binnen en Marilyn en Patricia blijven ook in de buurt van de jeep. De baas is er nog niet, maar zal er binnen vijf minuten zijn volgens een of andere paljas die achter een schamel bureautje zit. Ik plof neer op een bank die veel te ver door zakt en neem een afwachtende houding aan. De vent begint te zeveren over van alles en nog wat en biedt me thee aan, maar hij ziet al gauw in dat dit akkefietje niet met geslijm op te lossen is. Na twintig minuten ga ik nog maar eens vragen waar de baas blijft, “Five minutes” is weer het antwoord. Ik wrijf hem onder zijn neus dat hij dat een kwartier geleden ook zei. Daarachter aan zeg ik dat als de baas niet snel op komt dagen, ik weg zal gaan en tegen onze reisleider zal zeggen dat hij nooit meer klanten hier naar toe moet sturen. Na precies vijf minuten komt de directeur dan toch aan kachelen op zijn koffiepot (Trudy is al die tijd in de jeep blijven zitten). Ik ben er helemaal klaar voor, maar ik ben nauwelijks met mijn preek begonnen of ik heb het geld in mijn hand en kan met mijn monoloog onder mijn arm weer vertrekken. Dit hoort allemaal bij een verblijf in India en we laten onze dag er niet door verpesten. Bovendien hebben we weer een verhaal om thuis te vertellen.

We maken geen gebruik van het aanbod om naar het hotel gebracht te worden en blijven lekker in de stad. We lopen op de bonnefooi door de stad en komen zo in straatjes die we nog niet eerder gezien hebben. De steegjes worden steeds smaller en rustiger, maar we hebben er allemaal een goed gevoel bij, niet zoals met die vage gids in Bikaner. Plotseling horen we iets piepen, we gaan op het geluid af en vinden dan tussen wat metselwerk onder een doek een nest puppies, die op hun beurt weer nieuwsgierig zijn wat voor wazige wezens wij nu weer zijn. Na een tijdje komen we weer op een kruispunt waar een paar Tuk Tuks staan en we vragen welke richting we in moeten om bij Monica’s te komen. Natuurlijk wil de man ons brengen, maar we lopen liever. Onderweg naar het restaurant bellen we nog even naar huis (een stuk goedkoper dan de vorige keer, maar 230 rupees).

Om kwart voor acht zijn we in het hotel (gebracht door de Tuk Tuk chauffeur die ons nog herkende van gisteren). Om negen uur moeten we op de kamer van Wim wat gaan drinken, want hij wordt veertig vandaag. Het is erg gezellig, hoewel het kamertje erg vol is met een kompleet reisgezelschap erin, maar ik ga niet al te laat naar de kamer, want ik moet nog douchen en schrijven. Ik ben om kwart over tien op de kamer en om half een ga ik slapen.


Join TravBuddy to leave comments, meet new friends and share travel tips!
Jaisalmer
photo by: lrecht