AsiaNepalChitwan

Na 3,5 week hectisch India, valt er in Nepel een deken van rust over je heen.

Chitwan Travel Blog

 › entry 28 of 37 › view all entries

Gelukkig hoeven we vandaag niet zo vroeg op te staan, onze wekker loopt pas om 06:00 uur af. We hebben nog lekker even de tijd om te ontbijten voor we aan de jungle walk beginnen.

Voor we door de jungle kunnen gaan walken moeten we eerst de rivier oversteken die het reservaat van het dorpje scheidt. We wandelen eerst een stuk door de rivierbedding en wagen dan de grote oversteek in boten die eigenlijk niet meer zijn dan uitgeholde boomstammen. Met wat moeite kunnen er telkens twee mensen naast elkaar zitten, maar dat is dan ook het maximum. Zonder nat pak worden we netjes aan de andere kant van de rivier afgeleverd en hier worden we verdeelt in drie groepen, die de route net even iets anders lopen, om te voorkomen dat we de dieren bij voorbaat al weg jagen met ons gestamp en gekakel. Iedere groep wordt begeleid door twee gidsen die beginnen met het vertellen van een paar stoere verhalen en een uitleg over wat we moeten doen als we een beer, een neushoorn of een tijger tegen komen. Jammer genoeg lijkt het er een tijd lang op dat het grootste wild dat we vandaag te zien zullen krijgen een dooie duizendpoot zal zijn. Langzaam gaat het de goede kant op, we zien sporen van een neushoorn, sporen van een tijger en een paar neushoorntoiletten (die beesten schijnen hun behoefte altijd op dezelfde plaatsen te doen). In een boom zien we een neushoornvogel zitten en een stukje verderop zit een mongoose (een aapachtige) van het uitzicht te genieten. De laatste dieren die we echt te zien krijgen tijdens deze wandeltocht zijn een paar katoenkevers, een blafhert en nog een ander, wat groter hert. Plotseling horen onze gidsen een neushoorn en het lijkt er even op dat we op de loop zullen moeten. We moeten doodstil zijn, want neushoorns zien slecht, maar ruiken en horen des te beter. Eén van de twee  gidsen klimt in een boompje dat daar eigenlijk te dun voor is en dat dan ook schrikbarend doorbuigt. De gids begint te wijzen naar de plek waar de rhino uithangt en gebaart dat we maar beter wat van die plek weg kunnen gaan. Uiteindelijk weigert de neushoorn uit het olifantegras tevoorschijn en gaan we zonder groot wild gespot te hebben weer richting de rivier.

Bij het hotel blijkt dat we de eerste van de drie groepen zijn die terug zijn, maar al met al zijn we nog te laat voor de presentatie van Wim die hij eigenlijk om 11:00 uur zou geven. We zijn ruim 3½ uur onderweg geweest en het is nu bijna 11:30. De presentatie wordt verzet naar vanavond zes uur. We gaan even lekker zitten in het prieeltje dat in de tuin van het hotel staat en van waaruit we uitzicht hebben over de rivier. Een paar mensen bestellen een French toast en dat ziet er zo lekker uit dat Trudy en ik daar ook wel trek in krijgen. Het is mierzoet (warme toast met honing), maar o zo lekker. Langzaam komen nu ook de andere groepen binnen wandelen.

Om 12:00 uur komt er een man met een aantal kinderen aan lopen en Wim begint met hem te praten. De man heet André Renting, een Nederlander die bijna full time bezig is met geld inzamelen voor een klein kindertehuis dat kinderen (tot nu toe dertien) opvangt die het thuis erg slecht hebben. Hij laat ons wat foto’s zien en degenen die interesse hebben mogen met hem mee lopen om een kijkje in het tehuis zelf te nemen. Onderweg naar het tehuis vertelt André dat er al een stuk grond gekocht is en dat er momenteel geld ingezameld word om daar een groter huis op te kunnen bouwen om zo nog meer kinderen op te kunnen vangen. We komen langs de school waar de kinderen hun basis onderwijs krijgen. De school is net uit voor de lunch en als de kinderen ons zien lopen, begroeten ze eerst André en nemen dan Trudy en mij bij de hand. Met aan elke hand een kind komen we bij het tehuis aan. Bij de voordeur staat een hele batterij schoentjes, want iedereen moet zijn schoenen uit doen voor hij naar binnen gaat.

We worden heel hartelijk ontvangen door het gezin dat het tehuis opgericht heeft en krijgen een rondleiding door het hele gebouw. De reden dat het tehuis werd opgericht is dat de vader van het gezin het vroeger thuis erg slecht had, hij werd toen door iemand opgevangen en nu wil hij dit terug doen voor kinderen die het net zo slecht hebben als hij in die tijd. Binnen ziet alles er erg netjes uit. Er is een eetzaaltje, een kantoortje, een keukentje en de kinderen hebben mooie slaapkamertjes. Eén voor de jongens en één voor de meisjes. Als ze jonger zijn dan zeven jaar moeten ze een bedje delen, daarna krijgen ze een eigen bed.

In het kantoortje zit bijna de hele familie bij elkaar en de zoon des huizes begint met ziel en zaligheid een verhaal te vertellen over het hoe en waarom van het tehuis, met meteen daar achteraan de dank van de familie voor ons getoonde interesse. Hij doet dit in zo gebrekkig Engels dat we er op zijn meest de helft van hebben kunnen volgen, maar het gaat om het idee. We vinden het een erg mooi project en doen een kleine donatie (1000 rupees, ± 35 gulden). We nemen afscheid en lopen terug naar het hotel. Onderweg zien we een vrouwtje maïsmeel maken terwijl haar dochtertje mee helpt met kijken.

We hebben nog even tijd voor we opgehaald worden om met een olifantenrit mee te gaan, dus gaan we nog maar even in het prieeltje zitten. Hier zien we een sprinkhaan in het gras zitten waarvan het lijf alleen al een centimeter of tien lang is.

We gaan nog even in het dorpje geld wisselen. Wim heeft ons een geldwisselkantoortje aangeraden waar we tegen een gunstig tarief kunnen wisselen en waar we een origineel briefje van één rupee cadeau krijgen. Er zijn meer mensen van onze groep die het advies van Wim opvolgen en dus is het gezellig druk in het kleine kantoortje.

Rond 15:00 uur worden we opgehaald door een man die ons naar het opstappunt voor de olifantenrit brengt. We hebben geluk, want we zitten op de mooiste olifant die er deze keer mee gaat, een stier met mooie grote witte slagtanden. De drijver is niet al te vriendelijk voor zijn dier, want hij heeft een bijl waar hij de olifant regelmatig een flinke klap op zijn kop geeft, weliswaar met de botte kant, maar het geeft toch elke keer een klap waar ik zelf bijna hoofdpijn van krijg. We rijden voorop in de colonne van zes of zeven olifanten en klossen als eerste door de rivier, waar de olifant bijna tot zijn buik door gaat. We zijn ook telkens als eerste bij de dieren die we tegen komen. We spotten 5 neushoorns, waaronder een moeder met een jong. Olifanten zijn ideaal om neushoorns te kijken, ze zijn zo groot dat de neushoorn ze niet durft aan te vallen, maar ook weer niet zo angstaanjagend dat ze er voor weg vluchten. Zo kunnen we tot op een meter of twee afstand van de rhino’s komen. Als we in een dichter begroeid gedeelte van het park komen zien we nog vier herten. Op de foto’s  is het nog moeilijker om ze gevonden te krijgen dan in het echt. Na een uur en een kwartier schommelen in het niet erg comfortabele bakje op de rug van de olifant, zijn we weer terug bij het opstappunt.

We lopen het dorp in en proberen nog een keer naar huis te bellen, maar ook deze keer is er niemand thuis. Terug naar de Lodge dan maar, want het wordt zachtjes aan tijd om naar Wim zijn verhaal te gaan luisteren. In de Lodge wacht ons eerst nog een vervelend bericht, bij Rik en Jannie thuis is ingebroken. De hele hobbykamer van Rik is leeggeroofd, zijn mengpanelen, videorecorders, computers, alles is weg. Ook is er een kluisje meegenomen met daarin de bankpasjes en de wachtwoorden van de computer (denk aan telebankieren etc.). De twee zijn behoorlijk aangeslagen en hebben even tijd nodig om een en ander te laten bezinken.

Zoals al gezegd is ook hier in Nepal niet alles in de haak en Wim wijst ons er op dat de noodtoestand is afgekondigd i.v.m. de maoïstische aanslagen. Voorlopig hoeven we het land niet te verlaten, omdat de voorvallen plaatsgevonden hebben in gedeelten van Nepal die ver van onze route verwijderd liggen (het uiterste westen en oosten van het land).

Aansluitend aan de presentatie van Wim staat ons een Nepali Dinner te wachten. We hebben ingeschreven omdat Wim gezegd heeft dat de Nepalese keuken ongeveer gelijk is aan de moderne Europese keuken. Ondanks dat het allemaal leuk is opgezet valt het eten erg tegen. In onze gedachten was de Europese keuken toch heel anders, en Trudy maakt dat met veel norse blikken behoorlijk kenbaar. We eten wel wat, maar al met al is het weer een diner waar de Weight Watchers een puntje aan kunnen zuigen.

Na het eten treedt er in de tuin een dansgroep op. Het kijken naar de traditionele Stickdance die ze opvoeren bevalt me een stuk beter dan het eten. Natuurlijk zit er aan zo’n voorstelling altijd een nadeel, en dat is natuurlijk het deel waaraan we zelf moeten mee doen. We draaien onze rondjes en zijn blij, ik tenminste wel, als de dansers weer alleen verder dansen.

Als de voorstelling is afgelopen gaan we nog een keer het dorp in om naar huis te bellen. Dit keer hebben we meer succes. Hier in Nepal is bellen een stuk duurder dan in India. De zaakjes die nog een beetje een redelijke prijs hanteren zijn natuurlijk al gesloten, zodat we voor drie minuten bellen 660 rupees kwijt zijn. Maar thuis zijn ze weer blij ons even gehoord te hebben en dat is natuurlijk ook veel waard.

We lopen op ons gemak terug naar de Lodge en komen langs een kraampje waar ik Mars in vitrine zie liggen. Het meisje achter de toonbank ziet er aardig uit en ik maak een praatje met haar. Ik vertel haar dat ik bij het bedrijf werk waar de Marsen gemaakt worden en ik vraag of ze de repen lekker vindt. Als ze vertelt dat ze nog nooit een Mars geproefd heeft, ben ik zo verbaasd, dat ik haar geld (50 rupees) geef voor een reep en zeg dat ze hem zelf op moet eten. Ze snapt er in eerste instantie niks van, maar uiteindelijk deelt ze hem met het andere meisje dat in het kraampje staat. Ze vinden het lekker, maar erg zoet. De twee dametjes kijken zo blij, dat ik er zelf vrolijk van word. Vanaf dit moment zullen we het kraampje niet meer voorbij kunnen lopen zonder dat het meisje ons begroet met een glimlach van oor tot oor. We lopen nog een aantal andere winkeltjes binnen. De verkoper zegt, als ik zijn hulp nodig heb, dat ik hem dan maar moet roepen. Dat is heel anders als in India, waar ze je vanalles willen aansmeren en waar je eigenlijk zo snelmogelijk weg wil. Ik neem dan ook alle tijd om te kijken en ik tik nog de CD Strictly Commercial van Frank Zappa op de kop voor 300 rupees.

Terug op de kamer heb ik nog een dag schrijven in te halen, want dat is er gisteren niet meer van gekomen, en dus word het toch nog 00:45 voordat ik ga slapen.

Vlak voor ik in slaap val bedenk ik me dat, na ruim drie weken India, de rust me hier in Nepal als een deken om het lijf valt. Chitwan is ver verwijderd van de drukte van de hectische Indiase steden, niet zo zeer in afstand, als wel in sfeer en sereniteit.


Join TravBuddy to leave comments, meet new friends and share travel tips!
Chitwan
photo by: sandra_s021