The Golden City

Jaisalmer Travel Blog

 › entry 7 of 37 › view all entries

Om 05:30 begint de wekker te piepen, we hebben allebei geen zin om op te staan, want de bedden zijn veel te zacht (zeker vergeleken bij gisteren, toen waren de matrassen maar vijf centimeter dik en lagen we zowat op het hout). Zoals gewoonlijk was de nacht veel te kort.

Het ontbijt is prima en om 08:00 uur zitten we startklaar in de bus. Plotseling begint mijn buik te rommelen en moet ik nog even heel rap de bus uit om een pitstop (eigenlijk eerder een shitstop) te maken, anders haal ik de volgende stop niet.

Als we de stad uit rijden wordt het landschap droger en droger, tot er bijna geen vegetatie meer is en met de vegetatie zijn ook de mensen verdwenen. Hier en daar zien we nog een hutje of een herder met wat vee. Even later wordt er in the middle of nowhere een plasstop ingelast zodat de dames en heren zeikerds achter wat kreupelhout hun leed wat kunnen verlichten, en plotseling duiken er uit het niets een stuk of vijf Indiërs op die komen kijken wat er in Ganesh’ naam aan de hand is.

We boemelen weer een tijdje verder en komen dan bij een spoorwegovergang die meteen het centrum vormt van een piepklein dorpje. Nou is dat op zich niet zo bijzonder, maar dat we in een immens land als India dan ook op een passerende trein moeten wachten is toch we opmerkelijk. Tijdens het wachten wordt onze bus belaagd door vrouwen en kinderen die bedelen om zeep en shampoo, gelukkig hebben we wat van die meuk meegenomen uit de hotels. Er komt ook een man met een kar vol lekkers op onze bus af, hij verkoopt popcorn, pinda’s en hij heeft een schaal vol zoetigheid die letterlijk krioelt van de wespen.

Als het dieseltje voorbij is rijden we weer verder en na een tijdje komen we op een plek waar twee vrachtwagens frontaal op elkaar gebotst zijn. De wagens zijn total loss, maar de plek van het ongeluk is al afgezet met wat keien en er zijn verder geen gewonden te zien.

Rond 12:30 stoppen we bij een wegrestaurantje voor de lunch. We eten tomaten soep en Pokara’s. Pokara’s zijn gefrituurde groenten in een deeglaagje, ze kunnen ook met kaas gevuld zijn. Ik ben niet echt enthousiast over de smaak, maar de kaas pokara’s vind in nog wel lekker. In het inpandige souvenirwinkeltje zien we een fantastisch mooi gedetailleerd stuk houtsnijwerk, maar de verkoper vraagt 3000 rupees (650 gulden), dus beginnen we nog niet eens met afdingen en gaan maar meteen weg.

Om half twee zijn we weer onderweg. Langzamerhand zien we weer wat meer plantgroei, dus zal de bevolking ook wel weer toenemen, denken we. Even later zien we een bordje dat aangeeft dat het nog 15 km is naar de midden in de woestijn liggende stad Jaisalmer. Een kleine poos later zien we de stad voor ons opdoemen. Het is een onwerkelijk gezicht, het is alsof de stad uit de aarde omhoog is gestuwd. Jaisalmer staat op een verhoogd plateau dat precies ophoudt waar de stadsmuren eindigen. In de volle zon doet de stad haar bijnaam “The Golden City” eer aan want de gele zandsteen steekt fel af tegen de blauwe lucht.

We rijden het centrum van de stad voorbij, want de Sheritan Inn, waar we verblijven, ligt even buiten de stad.

Jaisalmer ligt zo’n 30 km van de Pakistaanse grens en gezien India en Pakistan al jarenlang niet de beste vrienden zijn, is er sprake van verhoogde militaire paraatheid in dit gebied.

In het hotel worden we weer ontvangen met een krans en een drankje, en als we onze kamersleutel hebben gooien we onze spullen in kamer 106 (deze is helemaal aan de achterkant van de tuin van het complex gelegen. Henk en Ellen willen graag met ons van kamer ruilen, omdat wij twee single bedden hebben en hun een tweepersoons (en hun niet elkaars partner zijn). Even later verhuizen we onze spullen naar kamer 127, die helemaal aan de voorkant van de tuin ligt (en net even iets luxer is uitgevoerd).

 

In de lobby van het hotel houdt Wim zijn presentatie over Jaisalmer en daarna gaan we met zijn allen de stad in. We rijden met een aantal Tuk tuks naar het centrum, maar sommige straatjes in de stad zijn zo smal dat de Tuk Tuks er maar net door kunnen zonder stenen uit de muren te rijden. Het laatste stuk moeten we lopen, omdat de Tuk Tuks nu helemaal niet meer door de steegjes passen. We zijn op weg naar restaurantje dat een dakterras heeft, vanwaar we naar de prachtige zonsondergang kunnen kijken. De wandeling door de oude stad is prachtig, we zien veel mooie gebouwen, maar we hebben niet veel tijd, omdat anders de zon al onder is voor we op het dakterras aan komen. Het restaurantje ligt midden in het oude fort en we hebben onder het genot van een drankje een prachtig uitzicht over de stad. We zijn nog op tijd om de zonsondergang te zien en een Engels koppeltje (dat drie maanden door India gaat reizen) vertelt me dat we heel veel geluk hebben dat het vandaag helder is, want de afgelopen dagen schijnt het erg heiig geweest te zijn. Ik spreek ook een Duitser die met een wereldreis van 18 maanden bezig is, de man is helemaal alleen en vermaakt zich prima. Dan is het moment daar dat de zon achter de horizon zakt, vanaf hier is het een prachtig gezicht. Ons verblijf op het dakterras wordt opgeleukt door een Indische muzikant die ook voor westerse oren best aardige muziek maakt, het is alleen jammer dat hij op een gegeven moment overschakelt op Vader Jacob.

 

Het is intussen stikdonker in de smalle straatjes en we trekken met hetzelfde kleine groepje de stad in als gisteren. We kijken even rond in wat souvenirwinkeltjes (Marilyn is op zoek naar een kleed) en gaan vervolgens eten bij restaurant Monica, dat in onze reisgids aangeraden werd. De ingang van het restaurant is bijna niet te zien, omdat hij niet veel breder is dan de deur op zich. We moeten een paar trappen op en komen zo ook langs de keuken, de deur is dicht en als we later een keer per ongeluk wel in de keuken kunnen kijken weten we ook meteen waarom. De ruimte waar de naan gebakken wordt is apart, en er komt zo veel rook uit de oven dat het lijkt of elk moment de rest van het restaurant ook vlam kan vatten. We krijgen een mooi plaatsje op het dakterras dat uitzicht biedt op het straatleven. Het eten smaakt goed en ondertussen liggen we ook nog een paar keer dubbel van het lachen.

 

Na het eten gaan we terug naar de Sheritan Inn en we spreken af om morgenvroeg om negen uur weer met dezelfde groep de stad in te gaan. We wisselen nog even $200, omdat ze hier een gunstige koers hebben (46695 rupees per $100). Dan gaan we naar onze kamer om de was te doen en te douchen. Als ik onder de douche uit kom slaapt Trudy al.

Ik schrijf nog even mijn dagelijkse verhaaltje en ga om 23:50 slapen.


Join TravBuddy to leave comments, meet new friends and share travel tips!
Jaisalmer
photo by: lrecht