Een dag, slapen als een maharadja.

Makundgarh Travel Blog

 › entry 3 of 37 › view all entries

Om tien over half zes loopt onze wekker af, want we willen de wake-up call van kwart voor zes voor zijn om te voorkomen dat we ons wild schrikken. Om zes uur komen we in de ontbijtzaal aan, vier mensen zijn ons al voor en hebben al besteld. Het ontbijt is weer goed en om ongeveer tien over zeven staan we bij de bus, de planning was zeven uur, maar gezien we in India zijn mogen we niet klagen. We hebben een non-airconditioned bus die twee weken bij ons zal blijven. In plaats van airco zitten er in de bus kleine ventilatortjes, zodat de passagier toch een beetje het hoofd koel kan houden. Onze ventilator doet het zeggen en schrijven twee minuten, waarna hij zich bij de rest aansluit en hardnekkig dienst weigert.

Vandaag rijden we naar ons volgende hotel in het dorpje Mukandgarh, vlakbij Nawalgarh. We zijn nog geen vijf minuten onderweg en we stoppen alweer, onze chauffeurs gaan een bloemenkrans kopen. De krans leggen ze om het beeldje van Ganesh (de god van voorspoed en geluk) dat op het dashboard in de cabine van de bus staat. Dit zullen ze bijna elke dag doen, maar meestal al voor we gaan rijden. In de buurt van Delhi is de weg nog goed, maar hoe verder we van de hoofdstad weg gaan, hoe slechter de weg wordt, tot we tenslotte van gat naar gat rijden. En als er al even geen gat in de weg zit of een kameel met kar dwars over een kruispunt geparkeerd staat, dan hebben de Indiërs er wel een drempel gelegd. Zolang we nog goede weg hebben kunnen we goed horen wanneer de bus haar topsnelheid (zo’n 80 km/h) bereikt, want dan begint de ruit vlak voor ons als een gek te trillen. Tijdens een reisdag kijk je je ogen uit, er is steeds weer iets anders te zien, zo zien we een boertje zijn land omploegen met een ploeg die men bij ons in de jaren dertig gebruikte, getrokken door een kameel. Wat je hier ook ziet, zijn kleine kinderen die voor nog kleinere kinderen zorgen, iets dat bij ons ondenkbaar is omdat iedereen naar school gaat.

 

Tegen elf uur hebben we onze eerste koffiestop, maar de chauffeurs (vreemden voor onze reisleider) rijden het geplande restaurantje voorbij, zodat er naar een alternatief uitgekeken moet worden. Als we iets gevonden hebben kunnen we met z’n allen aan een grote tafel zitten en zo overleggen wie wat gaat bestellen. Wij proberen de lassi maar weer eens, dit is een soort yogi drink maar dan lekkerder (het ziet er ook een stuk minder chemisch uit). Vaak zijn er meerdere smaken, maar tot nog toe vinden we de bananenlassi het lekkerst.

Als we weer willen vertrekken komen we één persoon te kort, Ronald zit nog op de wc, hij is beroerd (waarschijnlijk een reactie op de kruiden in het Indische eten).

Op het laatste moment kopen we nog een rolletje Mentos, waar we 30 rupees voor betalen, een astronomisch bedrag voor Indische begrippen. Het snoeptafeltje staat er duidelijk alleen voor toeristen, want de lokale bevolking gaat geen half weekloon betalen voor wat zoetigheid.

 

Als we verder rijden en verder het binnenland in gaan, gaan steeds meer mensen naar ons zwaaien (volwassenen net zo goed als kinderen), waarschijnlijk omdat ze minder aan toeristen gewend zijn. Één van de overblijfselen van de Engelse overheersing is dat alle schoolgaande kinderen hier een uniformpje dragen. In India kun je twee soorten vrachtvervoer onderscheiden, je hebt de Goods Carrier (voor goederenvervoer) en je hebt de Public Carrier (voor personenvervoer). Heel af en toe zie je zelfs mensen en vee bij elkaar zitten.

Al die indrukken zijn behoorlijk vermoeiend, daarom sukkelt iedereen tijdens een reisdag wel een paar keer in slaap (bij mij gebeurt dat meestal net voor we ergens stoppen).

 

Om twee uur stoppen we voor de lunch, we zullen buiten eten, want we zitten de hele dag al binnen. We kiezen voor een buffet, want à la carte bestellen gaat veel te lang duren. Een Indische maaltijd bestaat vaak uit: soep, hartige (apart gekruide) hoofdgerechten en een zoet dessert. Pudding of vla kennen ze hier niet, wel hebben ze curd, een zuivelproduct dat erg op onze yoghurt lijkt en heel goed te eten is. Vandaag krijgen we als dessert een soort zoete balletjes die een grove meelachtige structuur hebben.

Terwijl wij eten maken twee een man en een vrouw muziek voor ons, Wim noemt het gebruikte instrument een jankviool (ik denk dat dat het geluid wel ongeveer beschrijft) en de zang wordt hieraan aangepast.

Op de achtergrond zijn twee vrouwen bezig een muur te versieren, dit doen ze door stukjes van een spiegel met klei aan de muur te plakken. Deze dames zijn al een paar keer op de foto gezet en het is aan ze te merken dat ze dit niet meer op prijs stellen, dus sla ik het plaatje maar op in mijn geheugen.

 

Tijdens het laatste gedeelte van de rit doemen er op de vlakte ineens grote rotsformaties op, ze lijken er per ongeluk neergevallen te zijn, want even later wordt het weer oud Hollands vlak. We rijden nog ongeveer anderhalf uur en dan komen we aan bij ons hotel voor de komende paar nachten, het Mukandgarh Fort. De eigenaar van het pand heeft in het fort een paar kleine aanpassingen gemaakt en het zo geschikt gemaakt voor toeristen, maar de sfeer van vroeger is perfect bewaard gebleven. We ontvangen onder begeleiding van traditionele muziek, we krijgen allemaal een bloemenkrans omgehangen (dezelfde soort als om het Ganesh beeld in de bus) en krijgen daarna een tika (de rode stip op het voorhoofd die het derde oog dat altijd naar de goden kijkt symboliseert) op het voorhoofd gedrukt. Voor het hoofdgebouw spuit een grote fontein, maar zodra iedereen binnen is wordt hij afgezet. In de rijk gedecoreerde lobby krijgen we een welkomstdrankje (weer iets vaags waterigs) en ook de kamers worden hier verdeelt.

 

Onze kamer ligt op een hoek van het fort en volgens de bediende die onze koffers draagt hebben we geluk, want onze kamer zou de kamer van de maharadja geweest zijn (en dus de grootste  van allemaal). We lopen via een binnenplaatsje en komen dan in een ruimte van 10 bij 10 meter waarop drie hotelkamers uitkomen. De deur met hangslot (dat is bijna in alle hotels hier, behalve de hele sjieke) is al open en we kunnen onze kamer binnen. Het hotel heeft nog veel weg van een echt fort, de deuren zijn laag, de muren dik en er zijn bijna geen ramen (slechts twee kleintjes met luiken ervoor die, als je de luikjes open doet, uitzicht bieden op het zwembad). Onze kamer is echt groot, we komen binnen in een kleine ruimte met een tafeltje met een wandspiegel. Rechts van deze ruimte is de slaapkamer (hier zit geen deur tussen) met een authentiek maharadja-bed, dit bed is zo laag dat er niemand onder kan gaan liggen om zo een aanslag op het leven van de heerser te plegen en de macht over te nemen. Als we niet de slaapkamer in gaan maar rechtdoor lopen, komen we in een grotere ruimte met een (erg oncomfortabel) zithoekje en een één persoons bed. Aan het uiteinde van deze kamer is de toegang tot het toilet met wastafel (dit is de begane grond van de hoektoren). Van hier uit kun je rechtsaf naar de douche, die zich dus eigenlijk achter de slaapkamer bevindt. In de kamer zitten erg veel lampen, die onafhankelijk van elkaar erg weinig licht geven, je bent dus verplicht om altijd veel lampen aan te doen. Omdat elke lamp een eigen schakelaartje heeft en deze allemaal mooi in een rijtje naast elkaar zitten, is het simpelweg onmogelijk om binnen een paar dagen te onthouden welke schakelaar waar voor dient en je dus steeds alle schakelaars blijft proberen.

 

Na een half uur is bijna iedereen in of  bij het zwembad te vinden, het water is behoorlijk koud en al vrij snel gaan we in een stoel in de zon zitten onder het genot van een zoete lassie. Wim komt er ook even bij zitten en er wordt van alles besproken, van eerder gedane vakanties tot het programma dat ons nog te wachten staat de komende maand. Ik ga even mijn dagboek halen zodat ik alvast wat kan schrijven. We worden om zeven uur op het terras verwacht, waar we verzamelen voor het diner dat (weer in buffetvorm) in de tuin van het fort zal plaatsvinden. We zitten aan lange tafels en er wordt gezellig gepraat, en achter ons zien we de kok in de keuken (door een grote raam) bezig zijn met het bakken van naan (Indisch brood) en de wereldberoemde Tandoori Chicken (kip gebakken in een klei oven). Het eten smaakt buitengewoon, behalve de aubergine en het plaatselijke gerecht zijn iets minder, daarentegen is de naan de lekkerste die ik tot nu toe heb gegeten. Tijdens het diner zijn er twee optredens, het eerste is een dansgroep die bestaat uit een echtpaar met twee kinderen en aan de kinderen is duidelijk te zien dat ze liever thuis waren gebleven om naar Sesamstraat te kijken. Het tweede optreden is een poppenshow met traditionele houten poppen uit Rajasthan, die je (hoe kan het ook anders) voor slechts een klein bedrag kunt kopen. De poppenspeler heeft een fluitje waarmee hij geluidjes maakt om de bewegingen van zijn poppen kracht bij te zetten.

Trudy vindt het geluid zo irritant dat ze bijna het fluitje van de man gekocht zou hebben zodat hij er tenminste niet meer op kon blazen. Tijdens dezelfde show moet Trudy naar voren komen om in een stukje over een cobra mee te spelen, ze moet aan een touwtje trekken zodat het nepreptiel haar richting in duikt. Het is de bedoeling dat ze schrikt, maar Trudy blijft gewoon op haar plek zitten en wacht af of er nog meer komt, maar ze mag weer in het publiek gaan zitten. Als men later aan haar vraagt of ze niet geschrokken is, is haar reactie: “Van dat nepding?? Echt niet!!” Als de shows afgelopen zijn beginnen we aan het dessert, een zoete warme rijstepap en een soort pudding (jello achtig) met allerlei stukjes fruit erin.

Om een uur of negen hebben we allemaal genoeg gegeten en gaan Trudy en ik naar onze kamer. We komen weer langs het hoofdgebouw en het lijkt me mooi om hier een foto van te maken in het donker.

We hangen nog even wat was op en daarna ga ik nog wat schrijven.

Om kwart voor elf zit ook deze dag er weer op.


Join TravBuddy to leave comments, meet new friends and share travel tips!
Makundgarh