AsiaIndiaUdaipur

De grootste en mooiste Jain tempels van India en Happy Diwali.

Udaipur Travel Blog

 › entry 12 of 37 › view all entries

Voor de tweede achtereenvolgende dag staan we om 06:30 op.

Het ontbijt is heel eenvoudig en de toast is koud en taai. Ondanks dat vind ik het een leuk gebaar om een fooitje voor het personeel achter te laten, ze hebben me immers spontaan een lekkere taart cadeau gedaan. Ik geef mijn vermogen (omgerekend vijf gulden) af bij de receptie en druk de man op het hart dat hij élk personeelslid een even groot deel moet geven.

Het is precies 07:58 als we met de bus bij het hotel wegrijden. Vandaag rijden we naar Udaipur en we zullen lunchen in Ranakpur, waar we ook één van de grootste en mooiste Jain tempels van India zullen bezoeken.

Als ik tegen 09:30 bijna in slaap gesukkeld ben, stoppen we al voor de eerste keer om wat te drinken. We hebben ongeveer twintig minuten om wat te drinken, een sanitaire stop te maken en even in het inpandige souvenirwinkeltje rond te neuzen (ik kan nog steeds niks vinden dat me leuk lijkt voor mijn moeder of voor mezelf).

We gaan weer op pad en rijden nu rechtstreeks (afgezien van een plasstop in de berm voor enkele zeikerds) naar Ranakpur. Voor we gaan eten rijden we eerst naar de Jain tempel. Als we aan komen worden we begroet door in de bomen spelende apen die zich verder niet lijken te storen aan de ronddarrende toeristen. We hebben zo’n driekwartier de tijd om de tempel te bekijken, maar moeten eerst een kaartje kopen om te mogen fotograferen (dit kost 40 rupees en door het getreuzel van de man achter het loket vergeet ik mijn wisselgeld van het briefje van 100 dat ik gaf mee te nemen).

De tempel bestaat uit twee gebouwen, het hoofdgebouw wat opengesteld is voor toeristen en een wat kleiner gebouw wat daar recht tegenover ligt en waar je als toerist niet binnen mag. Voor we het hoofdgebouw binnen mogen moeten we onze schoenen uit doen en eventuele lederen spullen (zoals bijv. broeksriemen) bij onze schoenen leggen. In Jain tempels mogen namelijk geen eten, drinken, leer of andere dierlijke producten mee naar binnen genomen worden. Dit omdat de Jain (een afsplitsing van het Hindoeïsme) zo extreem geweldloos zijn dat ze geen enkel levend wezen mogen doden. Je zult ook nooit een Jain in de landbouw zien werken, omdat hierbij de kans bestaat dat hij met de scharen van zijn ploeg dieren die onder de grond wonen zou kunnen doden. Sommige Jain dragen ook een doek voor hun mond, zodat ze geen insecten in kunnen ademen. Een gevolg van het verbod om in de landbouw te werken is dat de Jain zich op de handel gestort hebben en dat zo goed gedaan hebben dat ze nu de rijkste bevolkingsgroep in India vormen. Ze zijn o.a. eigenaar van het immense autobedrijf TATA.

De plafonds in de tempel zijn prachtig bewerkt net als de pilaren die dat plafond ondersteunen. Het is een complex van binnenplaatsjes met uitzicht op de stralend blauwe lucht, zuilen en galerijen. Er is geen vierkante meter die niet tot in detail bewerkt is. Van de beelden (die wel van een broer van boeddha lijken te zijn) mogen we geen foto’s maken. Deze beelden staan in een soort kleine subtempeltjes die door een in rood en geel geklede man na elke ceremonie weer hermetisch worden afgesloten. De man heeft zo’n grote sleutelbos dat het er op lijkt dat in India het systeem van meerdere sloten met één sleutel nog niet ontdekt is. De man zegt dat het geen probleem is als we foto’s nemen van de Jain die in de tempel bezig zijn met hun rituelen, dus maken we daar gebruik van als de gelegenheid zich voor doet. Het begint zachtjes aan tijd te worden om weer richting uitgang te gaan, waarbij we weer een binnenplaatsje en een wat beter belicht plafond tegen komen. De Jain zijn erg vriendelijk en als ik vraag of ik een foto mag nemen zijn ze meteen bereid om te poseren, toevallig staat ook de man in het geel/rood er nog bij, hoewel hij zijn sleutelbos verborgen houdt. Vlak bij de uitgang komen we langs een verhoging waar ook weer mensen met een ritueel bezig zijn, nu wordt er een soort kleurstof gemaakt.

Om één uur stappen we weer in de bus om naar het restaurant te rijden waar we zullen lunchen. Het is niet ver, maar de lunch is weer een buffet en dat doet ons hart nou niet echt overspringen van blijdschap. Trudy eet zelfs helemaal niet.

 

Na de karige maaltijd gaan we weer met de bus op weg, we moeten nog een kleine honderd kilometer tot aan Udaipur. Gaandeweg wordt het landschap steeds bergachtiger en groener. Er komen steeds meer bomen en het wordt heuvelachtiger. We moeten een berg over en dit gaat met veel geslinger gepaard. Eenmaal over de berg hebben we het ergste gehad en begint het aardig op te schieten. We moeten nog een keer stoppen bij een spoorwegovergang en deze keer komen er maar liefst twee treinen voorbij denderen. De eerste is overduidelijk een diesel en is zo lang dat er twee locs voor nodig zijn om het gevaarte vooruit te krijgen. De andere trein (die tegemoet komt) braakt zoveel zwarte rook uit dat het lijkt of hij op steenkool gestookt word. Terwijl we moeten wachten verzameld zich een groep kinderen rond de bus die allemaal om shampoo bedelen. We hebben al het één en ander uit de hotels meegenomen om het aan kinderen uit te delen, dus is dit een goed moment (dit zou ik nu niet meer doen, want je moedigd het bedelen aan). Als de treinen gepasseerd zijn kunnen we weer verder.

We stoppen nog één keer om een foto te maken van een man die met zijn ossen een soort gemaal aandrijft om de akkers te irrigeren. Meteen staan er ook weer een aantal vreemden bij die geld willen vangen, omdat we van die ándere man een foto gemaakt hebben, maar daar trappen we mooi niet in. Hierna hebben we nog een flink stuk te rijden, maar om 17:00 uur zijn we bij ons hotel in Udaipur. We hebben maar even tijd om naar onze kamers te gaan en even op te frissen, want om 18:00 uur geeft Wim zijn presentatie over de stad en het globale verdere verloop van de reis.

Om half zeven vertrekken we met zijn allen naar de stad om een echte (niet voor toeristen in elkaar gedraaide) ceremonie bij te wonen. Als we het tenminste op tijd halen, want onze Tuk tuk heeft zo weinig zin om te starten dat we het kreng zelfs aan moeten duwen. Hij staat ook bijna zonder benzine, zodat we eerst maar even een litertje (veel meer kan het niet geweest zijn) gaan tanken. We komen als laatste in de stad aan en zijn de rest van de groep kwijt. Alleen Trudy (die in een ander sjeeske zat) wacht ons nog op met het verhaal dat de rest van de groep al weg is. We moeten dus zelf op zoek naar de tempel waar de ceremonie, ter ere van Diwali (het festival van het licht en tevens hindoeïstisch nieuwjaar) dat morgen plaats vindt, gehouden wordt. Na een beetje verkeerd lopen en een beetje vragen komen we toch bij de tempel, waar we jammer genoeg niet mogen fotograferen. Niet getreurd, want het is al bijzonder genoeg dat we bij de ceremonie aanwezig kunnen zijn. We nemen plaats op de grond aan de zijkant, vlak bij een soort altaar. Er is geen priester of ander soort voorganger die de ceremonie leidt. Gewone mensen (allemaal bijzonder netjes gekleed, sommige zelfs in pak) gaan voor het altaar op de grond zitten en beginnen muziek te maken en te zingen (ze hebben alleen een trom en iets wat op hele kleine bekkens lijkt). Het is een heel bijzondere ervaring en het ademt ondanks de opwekkende muziek een zekere rust uit. Waarschijnlijk word Lakshmi (de godin van de welvaart) vereerd, in de hoop dat ze er voor zorgt dat de handel het komende jaar goed zal zijn.

Vlak voor de ceremonie hebben we buiten de tempel de groep weer gevonden, maar als de ceremonie tien minuten aan de gang is gaan ze al naar het Natural View restaurant. Wij (Ineke, Ronald, Patricia, Marilyn, Trudy en ik) besluiten nog even te blijven kijken en dan op eigen houtje te gaan eten. Na een klein half uurtje gaan ook wij de tempel uit. Via een andere uitgang dan waar we binnen gekomen zijn (dat was waarschijnlijk de achterdeur) en we komen nu bij een trap uit die naar beneden naar een pleintje loopt. We maken even wat foto’s, van onszelf met een paar mooi aangeklede Indische dames, van een versierd godenbeeld dat tegenover de ingang van de tempel staat en natuurlijk van het mooi versierde pleintje en de trap die naar de ingang van de tempel loopt.

Op straat beraadslagen we even wat we gaan doen en ondertussen komt er een Indiër op ons af die ons wat lekkers aanbiedt. We nemen het aan, bedanken de man en wensen hem een Happy Diwali. Ik besluit het risico te nemen en het op te eten (mijn maag is ondertussen wel wat gewend), het snoepgoed is een lekkere, erg zoete cake.

We vragen aan een man op straat hoe we het beste naar het Natural View restaurant kunnen lopen en de man stuurt ons de goede richting in. Als we de afslag (een klein steegje) die we moesten hebben voorbij lopen roept de man ons helemaal na dat we rechts af moeten. Ondertussen komen er steeds schattige kinderen naar ons toe om ons een handje te geven en ons een Happy Diwali te wensen. Na nog een paar keer vragen komen we bij het restaurant en de rest van de groep zit nog op hun eten te wachten. Ook bij ons duurt het behoorlijk lang voor we het bestelde eten geserveerd krijgen, maar het is dan ook wel lekker. Tijdens het eten hebben we uitzicht op het Lake Palace, een paleis midden in het meer waar de James Bond film Octopussy opgenomen is.

We spreken af om morgen weer met zijn zessen op pad te gaan en nemen een Tuk tuk terug naar het hotel. Morgen moeten we om 08:00 uur in de lobby van het hotel staan, omdat we dan in de stad gaan ontbijten.


Join TravBuddy to leave comments, meet new friends and share travel tips!
Udaipur
photo by: s_vivek62