De eerste indrukken van India.

New Delhi Travel Blog

 › entry 2 of 37 › view all entries

Om half negen loopt onze wekker af. We hebben redelijk geslapen, de bedden zijn niet zoals thuis, maar als je naar een ontwikkelingsland op vakantie gaat kun je dat ook niet verwachten. Even wassen, spullen inpakken die we nodig denken te hebben en dan off to breakfast. We zijn om 09.10 uur beneden in de ontbijtruimte en we kunnen meteen bestellen. Het American Breakfast lijkt ons we wat. Ananassap, cornflakes met koude (tegen lauw aan) melk, twee scrambled eggs, toast met jam en een bakkie koffie. Zo, da’s een goede bodem. Gerrit, de man uit het vliegtuig en Wim, de reisleider, schuiven bij ons aan. We merken dat we ons aan het Indische tempo moeten aanpassen, want zoals gewoonlijk vinden we dat het lang duurt voor we wat te eten krijgen. Langzaam druppelt de rest van ons gezelschap ook binnen. Als iedereen gegeten heeft houdt Wim, zoals belooft zijn presentatie over het wel en wee in India. Net als hij aan het hoofdstuk Geloof en Gezondheid wil beginnen begint Hennie achter in de zaal hard te snurken. In eerste instantie wordt er gelachen, want zo saai is het toch niet dat je in slaap moet vallen? Al snel blijkt dat er iets niet in de haak is, want Hennie is moeilijk wakker te krijgen. Er wordt ook aan Epilepsie gedacht (Gerrit heeft dit ook). Als Hennie weer bij kennis is gaat Wim door met zijn verhaal, maar na een paar minuten zakt ze weer weg. Nu wordt er meteen een dokter gebeld, want je moet zeker in dit soort landen geen risico’s nemen. Hennie wordt naar haar kamer gebracht, waar de dokter haar zal onderzoeken. Ondertussen gaan wij met zijn allen naar de lobby, waar we $35,- p.p. betalen voor in de fooienpot. Wim neemt ook de paspoorten en de vliegtickets in om deze te kopiëren (een kopie van deze belangrijke papieren kan veel problemen voorkomen). De dokter stuurt Hennie door naar het ziekenhuis voor een hartfilmpje, want ze heeft medicijnen voor een te lage bloeddruk en de dokter wil zekerheid. Wim zal vandaag bij Hennie blijven en met haar mee gaan naar het ziekenhuis, zodat wij vandaag op eigen houtje de stad in mogen.

 

Vandaag hebben we een georganiseerde tour naar enkele sights in Delhi. Er zijn vijf mini vans gehuurd. Deze scheuren ons met een veel te hoog lijkende snelheid (± 40 km/h) door de immense mierenhoop die Delhi eigenlijk is. We rijden met zijn drieën naast elkaar op een twee baans weg en worden zowel links als rechts luid toeterend ingehaald en afgesneden. Je kunt hier geen seconde op straat zijn zonder een claxon te horen. Dat is een doodnormaal verschijnsel hier, claxoneren betekend hier dan ook niks meer en niks minder dan: “Jij ziet mij wel hè? Ik kom eraan!!” Degene waar naar getoeterd werd zal dan met een net zo rot klinkende toeter antwoorden: “Ja hoor, kom er maar langs!” In het Indische verkeer geldt het recht van de grootste en de brutaalste. Dit betekend dat de vrachtauto’s altijd voorrang hebben, dan komen de lokale bussen, dan de tourist bussen en als laatste de rest van het geneuzel als auto’s, tuktuks, riksja’s, fietsers en voetgangers.

 

Als eerste rijden we naar de India Gate, een monument dat lijkt op de Arc de Triomf  in Parijs. Het staat voor alle Indische strijders die gevallen zijn in het Nabije en Verre Oosten en in Afghanistan. Behalve een hele zooi prullariaverkopers (inclusief eentje die mij een paraplupet wil verkopen “die ik ook in de winter tegen de regen kan gebruiken”, zegt hij) en wat dierentemmers met dansende apen en uit manden oprijzende cobra’s, is hier niet zo veel te zien. Patricia, een meisje uit onze groep dat uit Sittard komt, kijkt door haar camera of ze een mooie foto kan maken van de jongen met de cobra in de mand. Ondanks dat ze geen foto gemaakt heeft blijft de jongen haar om geld vragen (iets wat nog veel vaker zal gebeuren tijdens ons verblijf in India). We lopen terug naar de busjes zodat we naar de volgende trekpleister gereden kunnen worden.

 

We crossen weer een stukje door de stad en komen dan uit bij de Lotus Tempel (officieel Bahai Tempel, maar dat kan niemand onthouden). We stoppen in een straatje vlak bij de tempel en lopen het laatste stukje. De chauffeur die zich 008 noemt, loopt een stukje met ons mee. Hij zegt dat ik een goede lengte heb (ik ben net zo groot als hijzelf). Hij doet heel vriendelijk, maar zijn grapjes komen niet oprecht over omdat hij ons maar blijft pushen en blijft zeggen dat we niet te lang weg moeten blijven. Niet dat we ons iets van hem aan trekken, want we hebben geen zin om vanmiddag om drie uur al weer in het hotel te zitten. We lopen op ons gemak naar de tempel (de chauffeur is omgedraaid), ook voor de lokale mensen is dit schijnbaar een grote trekpleister, want het sterft hier van de mensen. Een reden hiervoor kan zijn dat in deze tempel alle wereldgodsdiensten beleden mogen worden, het was zelfs de bedoeling van de oprichter om alle godsdiensten onder één dak te brengen. Het gebouw doet zijn naam eer aan, want van een afstand ziet het gebouw er uit als de bloem van de lotus. Voor we naar binnen mogen moeten we eerst onze schoenen afgeven aan een loket, we krijgen een nummertje als bij de garderobe van een schouwburg of zo. Op blote voeten lopen we de laatste honderd meter. Gelukkig is het een goed betegeld stoepje en geen grindpad, alleen steken uit de stenen trap voor de tempel een paar gemene ijzeren pijpjes waar je je flink aan kan stoten. In de tempel mag niet gefilmd of gefotografeerd worden, dit is niet zo erg, want behalve groot is het ding van binnen niet spectaculair. Dankzij een waarschuwing van één van de suppoosten komen we er achter dat er ook niet gepraat (ook niet zachtjes) mag worden. Als we terug lopen om onze schoenen te gaan halen wil er een Indiër met mij op de foto (het is weer eens wat anders om zelf de attractie te zijn).

Het is goed warm vandaag, dus haasten we ons niet om terug bij de busjes te komen, een flink gedeelte van de groep gaat eerst zelfs nog wat drinken voor ze weer instappen (op het terras kost een kop koffie vijf rupees (fl 0,25) en een flesje fris tien rupees).

 

Nu gaan we naar Qutb Minar (ook wel “Toren van de waarheid” genoemd). De toren is 73 meter hoog en symboliseert de komst van de Islam naar India, hij is opgericht in 1173. Zo gauw we uit de taxi stappen hebben we weer een tros verkopers bij ons hangen die van alles verkopen wat wij niet willen hebben (waaiers van pauwenveren). Ze vragen eerst 500 rupees per stuk om vervolgens binnen een minuut te zakken naar 50 rupees (alleen maar omdat ik met iemand uit onze groep de prijs bespreek). Als we het complex binnen willen moeten we $5,- entree betalen, dat is niet erg, maar we besluiten eerst even rond te lopen. We komen bij een heuveltje waar vandaan we in de verte een moskee boven de stad uit zien steken. Als we van het heuveltje weer terug het weggetje op lopen en dan verder naar achteren gaan komen we bij een achteringang van het complex, die weliswaar gesloten is, maar vanwaar we de Qutb Minar wel erg mooi kunnen zien.

 

Onderweg naar onze volgende stop kan ik vanuit de auto een foto maken van het parlementsgebouw, waar een paar maanden later een aanslag op gepleegd zal worden (buiten het busje mocht ik hier geen foto van maken omdat de chauffeurs anders last met de politie konden krijgen). De volgende stop is één of andere winkel waar handwerk verkocht word, maar dit is alles behalve boeiend en we staan dus snel weer buiten. We willen nu naar de bazaar, maar volgens de chauffeurs is die vandaag gesloten, ze weten wel iets anders dat interessant is. Onderweg geven we een bedelaarster met een kind op haar arm die om eten vraagt onze laatste van thuis meegebrachte broodjes met muisjes (ze had natuurlijk geld verwacht, maar eten is eten). Dit klinkt hard, maar we hebben gelezen dat veel bedelaars gedwongen worden hun geld af te geven aan bendes en als je eten geeft hebben alleen de bedelaars zelf hier wat aan. Even verderop zien we een miniatuur krottenwijkje, uiteraard komt er op het moment dat ik de foto maak een scooter voorbij, die een mooi wazig resultaat geeft. Het interessante waar we gedropt worden is wéér een souvenirshop die we wéér snel gezien hebben.

 

Een gedeelte van de groep gaat nu terug naar het hotel, terwijl wij met een paar anderen gaan pinnen op Connaught Place. Op Connaught place is verder niks te beleven en ook wij gaan nu richting hotel. Op weg daar naar toe zien we aan de kant van de weg nog een paar kappers die daar hun zaak hebben. De kappersstoel staat op het trottoir en de spiegel is aan een muur bevestigd, de klanten worden in de open lucht geknipt. In het hotel gaan we even douchen en daarna gaat Trudy even slapen en ik even schrijven. Om half zeven gaan we de inmiddels donkere stad in om een internationale telefoonverbinding te zoeken, zodat we even naar huis kunnen bellen. We lopen een hele tijd door de met auto’s, brommers, benzine- en dieseldampen gevulde straten en vinden niks. We steken met heel veel beleid de ontzettend drukke en chaotische kruispunten weer over en lopen weer naar het hotel. Tenslotte vinden we een paar honderd meter voor het hotel een winkeltje waar we kunnen bellen. Het tarief is 49 rupees per minuut, maar dat is natuurlijk geen geld als je zo even het thuisfront gerust kunt stellen. Ik krijg mijn moeder aan de lijn die het duidelijk moeilijk heeft met het feit dat ik bijna 7000 km van huis ben. Ik moet het gesprek vrij kort houden, anders komen we te laat bij het hotel van waar uit we met het hele gezelschap zullen vertrekken richting een restaurant dat Wim erg goed vindt. Het restaurant is boven op een hotel in de open lucht, alleen overkapt door een dak van bamboe. We hebben een mooi uitzicht over de nachtelijke stad en het eten vinden we op dit moment nog geweldig. Nu genieten we nog van de aparte kruiden en vreemde gerechten, later in de reis zal dit danig veranderen. Het is een erg gezellig diner en er valt veel te buurten, op de eerste dag hebben we toch al de nodige indrukken opgedaan. Als we de 300 rupees p.p. betaald hebben lopen we terug naar het hotel, waar we alvast weer één en ander inpakken, want morgen moeten we om kwart voor zes opstaan om om zeven uur te kunnen vertrekken. Terwijl ik nog wat ga schrijven gaat Trudy meteen slapen. Onder het schrijven moet ik drie keer een kleine pauze inlassen omdat de stroom uit valt (telkens duurt het even voor het noodaggregaat aanslaat). Trudy krijgt hier niks van mee, want die slaapt al als een blok. Om vijf over half twaalf doe ik zelf (zonder dat de stroom uit valt) het licht uit.


cvanzoen says:
Je maakt er weer een heel verhaal van, geweldig hoor!
Posted on: Jul 06, 2008
Join TravBuddy to leave comments, meet new friends and share travel tips!
New Delhi
photo by: peeyushmalhotra