AsiaIndiaAgra

De Taj Mahal en de Baby Taj.

Agra Travel Blog

 › entry 19 of 37 › view all entries

Voor dag en dauw rollen we ons bed uit. We willen voor zonsopkomst bij de Taj Mahal zijn om de Taj op zijn mooist te kunnen zien. Dit betekent ontzettend vroeg opstaan en zonder ontbijt op pad. Zoals afgesproken staat onze Tuk tuk chauffeur al op ons te wachten als we om 05:50 buiten komen. Net als gisteren is Mr. Mohammed (zo heet hij) erg vriendelijk, hopelijk blijft dat zo de rest van de dag. Nu kunnen we zonder problemen over de hoofdweg naar de Taj Mahal rijden (gisteren was er een of andere politie controle waardoor we door allerlei binnendoor weggetjes moesten rijden). We rijden vandaag in een leen Tuk tuk, want zijn eigen karretje kreeg gisteravond om 23:00 uur nog panne.

Het is nog pikdonker als we de laan in lopen die naar het loket van de Taj leidt. Er is nog niks te beleven, het enige levende wezen dat we tegen komen is een vliegende hond die nog op zoek is naar een laatste fruithapje voor hij gaat slapen. Verder zien we bijna geen hand voor ogen, want er is hier helemaal geen verlichting (af en toe horen we ergens in de duisternis een Indiër roggelen). Als we bij het loket komen staan John en Hans voor ons, Ronald en Ineke zijn nergens te bekennen. De 750 rupees entree worden zonder morren betaald en in ruil krijgen we een mooi entreebewijs waarmee we ook nog gratis in andere toeristische trekpleisters mogen (dat maken we tenminste op uit de tekst en de afbeeldingen op het kaartje, er is alleen één afkorting die niet helemaal duidelijk is). We lopen naar binnen en zijn als één van de eersten in de tuin. We vatten post net voorbij de hoofdpoort, aan de rand van de vijverpartij, zo kijken we recht op de graftombe. Het eerste kwartier is het heerlijk rustig, totdat er een bus Duitsers binnen komt kakelen. Gelukkig zitten wij al eerste rang en kunnen we, terwijl het langzaamaan lichter wordt, af en toe een foto maken. Als de zon op de tombe begint te schijnen, verschijnt ook het spiegelbeeld van de Taj in de vijver.

Tegen de tijd dat de zon helemaal boven de horizon staat (zo rond 07:30) lopen we verder de tuin in. Een tijdje volgen we op een afstand een man, die (zoals al zijn collega’s) hier alleen maar rond loopt om toeristen vriendelijk zijn hulp aan te bieden bij het “vinden” van mooie fotoplekjes. Vervolgens vraagt de man opeens een stuk minder vriendelijk om geld. Het volgen van de kerel zijn we heel gauw beu en we kuieren op eigen houtje op ons gemak rond. Van een afstand zien we een man zitten die de bezoekers, voor ze de tombe beklimmen, min of meer dwingt hun schoenen bij hem neer te zetten (shoes no allowed, put here!!), als de mensen dan hun schoenen weer op komen halen moet er natuurlijk eerst betaald worden.

We kunnen enkele mooie foto’s maken van de tombe die steeds feller verlicht wordt. Aan de (vanaf de hoofdpoort gezien) rechterkant van tombe bevindt zich het gastenverblijf. Van daar uit maken we een foto van de zijkant van de Taj. Om de symmetrie die de ontwerper van het monument in gedachte had te handhaven is aan de linkerkant van tombe een gebouw geplaatst dat identiek is aan het gastenverblijf, het enige verschil is dat het dienst doet als moskee. Van hier uit maken we, tegen de zon in, een bijzondere foto van de tombe. We gaan nu de eigenlijke tombe van dichtbij bekijken, onze schoenen dragen we met ons mee, want we zijn niet langs de “schoenenbewaarder” gekomen. Als je er vlak voor staat besef je pas hoe verschrikkelijk groot de Taj is. Vergeleken bij de enorme ingang zijn volwassen mensen nog minder dan Playmobil poppetjes. Vanaf dit punt kunnen we terug kijken naar de plek waar we daarstraks zaten toen de zon op kwam.

De tombe bestaat voor het grootste gedeelte uit wit marmer. Het witte marmer is niet alleen in vele vormen uitgesneden, maar ook nog eens ingelegd met een heel scala aan edelstenen en halfedelstenen uit de hele wereld zoals Lapis Lazuli, Jade en nog een hele hoop meer waar ik de namen al niet meer van weet. Er is een soort rode edelsteen gebruikt die een bijzondere eigenschap bezit, als je de kop van een zaklamp een heel klein stukje over de rand van de steen beweegt, wordt de hele steen fel rood. Dit trucje heb ik gezien toen een gids dit voor deed, en als ik het aan iemand anders van onze groep laat zien, neemt de gids me dit niet in dank af. De tombe is van binnen erg slecht verlicht, er is alleen wat zonlicht dat door de relatief erg kleine openingen van 5 tot 10 cm van de marmeren raamsnijwerken valt, die bovendien nog erg hoog liggen ook. Fotograferen is in de tombe dus niet alleen verboden, maar ook praktisch onmogelijk. Gelukkig heb ik mijn zaklamp bij me, dus kunnen we de details toch goed bekijken. Het inlegwerk is ongelofelijk fijn, een Lotusbloem van ±10 cm hoog bevat 64 stukjes (edel)steen.

In deze tombe liggen Mumtaz (voor wie Sjah Jahan de tombe bouwde) en Sjah Jahan zelf (die hier door zijn zoon werd bijgezet) begraven. De echte graven bevinden zich in de kelder van het gebouw en zijn niet te bezichtigen. De graven die voor het publiek zijn opengesteld zijn replica’s welke ook voor bepaalde ceremoniën worden gebruikt. De akoestiek in de Taj is fantastisch en doet me denken aan het Völkerschlacht Denkmal in Leipzig. Als we naar buiten lopen, wil de man die ongevraagd met ons mee is gelopen geld van ons. Hij heeft ons voor 50% dingen verteld die ik al wist en voor de andere 50% was hij onverstaanbaar, dus dank ik hem de koekoek en loop door.

Bij de trap naar beneden maken we nog een foto van de moskee en lopen dan blootsvoets de trap af. Vanaf de voet van de trap is de in zwart marmer ingelegde spreuk goed te zien, het leuke hiervan is dat de grootte van de letters zo is gemaakt dat ze zowel boven als beneden even groot lijken.

We lopen nog even door de tuin van waar je bijna overal de tombe kunt zien staan. We gaan zachtjes aan richting uitgang en nemen dan met een laatste blik afscheid van één van de meest imposante bouwwerken ter wereld. We lopen naar de plaats waar onze Tuk tuk op ons zou wachten, maar halverwege zien we onze chauffeur al zitten. We moeten doen alsof we hem niet kennen, omdat het voor chauffeurs verboden is om op het terrein van de Taj klanten te werven of op te pikken.

Als we op de openbare weg zijn en weer tegen hem mogen praten zeggen we dat we willen ontbijten, het is al bijna 09:30 en onze magen beginnen te protesteren. Volgens Mr. Mohammed is Maja een goed restaurant, dus laten we ons daar naar toe brengen. We mogen op het dakterras zitten en hebben het best naar ons zin. Als het ontbijt geserveerd word komt daar enigszins verandering in. De glazen, kopjes en theepot zijn zo vies dat we niks durven te drinken. Onze theorie is dat het eten dan wel niet veel beter zal zijn, dus vertellen we de bediening wat er aan de hand is en gaan we weg. Een factor die zeker mee speelt is dat Hans ons verteld heeft dat in Agra de meeste voedselvergiftigingen van heel India worden opgelopen. We besluiten in ons hotel te ontbijten en dit is wel heel erg goed.

Rond 11:15 lopen we het Howard Park Plaza hotel weer uit en nu brengt onze Tuk tuk ons door het drukke verkeer van Agra, over waarschijnlijk het smalste bruggetje (maar zeker niet het kortste) waar gemotoriseerd verkeer over mag rijden, naar de Baby Taj. Als we op het bruggetje zijn wil ik vanuit de rijdende Tuk tuk een foto maken van een groot aantal doeken dat in de bedding van de rivier ligt te drogen, helaas passeren we op het moment dat ik afdruk net een wandelende Indiër. Baby Taj is eigenlijk een koosnaam voor de tombe waar de grootvader van Mumtaz begraven ligt, de echte naam heb ik niet kunnen onthouden. Bij de Baby Taj aangekomen blijken we met ons kaartje van de Taj Mahal niet gratis naar binnen te kunnen. Wel is de belasting van het kaartje van de Baby Taj betaald en dus betalen we hier geen 110 rupees p.p., maar slechts 100. De Baby Taj is veel kleiner dan de Taj Mahal en het inlegwerk is grover en meer op elkaar gepropt, ook bevat het minder edelstenen. We lopen eerst even een rondje over het terrein en vanaf een buitenmuur, die aan de rivieroever ligt, kunnen we heel in de verte (nog achter de brug) alsnog de drogende kleden zien liggen. Momenteel wordt de Baby Taj gerestaureerd, dit gebeurt volledig met de hand. De rode zandsteen van de bijgebouwen wordt handmatig uitgehakt en de witte inlegstukken worden met de hand uitgezaagd en geslepen. We lopen nu naar het hoofdgebouw, hier moeten we ook weer onze schoenen uit doen, maar gelukkig heeft de zon de grond wat opgewarmd en krijgen we niet meer zo’n koude voeten als vanmorgen (toen was de witmarmeren vloer steenkoud). In het hoofdgebouw liggen een viertal graven, we weten niet of we het graf van de grootvader van Mumtaz op de foto hebben gezet, maar ze zien er in ieder geval allemaal hetzelfde uit. Als we weer buiten de tombe staan zien we één van de twee identieke bijgebouwen in de steigers staan, ik ben benieuwd hoe lang het nog duurt voor het klaar is. Voor we naar de uitgang lopen maken we nog een paar foto’s van het toch ook wel erg mooie hoofdgebouw.

We hadden gepland om nu naar het rode fort te gaan, om op het heetst van de dag de Taj Mahal in de trillingen van de lucht te zien “zweven”. Mr. Mohammed vertelt dat het fort bijna hetzelfde is als in Jaipur en dat het $5,- p.p. kost om binnen te komen. Omdat dit al het zoveelste fort van deze reis zou worden besluiten we om er maar niet heen te gaan en verder te rijden naar de Jama Masjid. Als we weer over de brug rijden zijn de mensen in de rivierbedding nog steeds kleden aan het bewerken. De Jama Masjid ligt aan een relatief smal straatje waar het erg druk is. In de moskee is het net tijd voor het gebed, zodat we alleen van een afstandje mogen toekijken hoe de mannen bidden. Op de trap moeten we onze schoenen al uit doen en als Trudy zich vergist in de trede (met je schoenen aan mag je niet hoger dan een bepaalde trede) schiet een man, die daar schijnbaar alleen maar zit om toeristen op schoenen te controleren, uit zijn slof. We verontschuldigen ons en mogen dan een stukje verder op een bankje gaan zitten kijken hoe de biddende mannen de grond kussen. Afgezien van het feit dat de moskee geen vrijstaande minaretten heeft, is het niks bijzonders. We zijn al vrij snel weer bij de Tuk tuk en nu rijden we naar een bazaar waar maar weinig toeristen komen. Als we lopend over de bazaar (die ook niet veel voorstelt) bespreken Trudy en ik dat het ons wel leuk lijkt om te zien hoe de gewone Indiër nou leeft. Daarop neemt Mr. Mohammed ons te voet mee naar een wijk waar écht geen toeristen komen, een Indisch woonerf zeg maar. In deze volksbuurt is ook een markt voor de lokale bevolking, hier koopt Trudy een paar sokken voor 10 rupees en twaalf zakdoeken voor 5 rupees per stuk. Als we het marktje rondgelopen zijn, hebben we ons geplande programma voor vandaag afgewerkt en onze chauffeur vraagt of hij ons naar een paar winkeltjes mag brengen waar hij provisie krijgt, zodat hij nog een paar rupees extra kan verdienen. De man is de hele dag erg aardig geweest, zegt eerlijk waar het op staat en vráágt nota bene of we het goed vinden dat hij ons naar winkeltjes brengt. Dit kunnen we niet weigeren!

We willen eerst even pinnen en we worden netjes bij een ATM automaat afgezet, we moeten wel eerst een gebouw in en een paar trappen op en een paar hoeken om, maar na enig geharrewar met het personeel (de ATM automaat blijkt een bemand loket te zijn) hebben we toch ons geld.

We kunnen nu naar het eerste winkeltje. We worden gedropt bij een zaakje dat juwelen en houtsnijwerk verkoopt. De eigenaar probeert Trudy allerhande juwelen aan te smeren, maar zonder al te veel succes. Onze belangstelling gaat meer uit naar een paar houten olifantjes. Natuurlijk hebben we een dure smaak, de man vraagt voor het beeldje (dat zeker niet meer dan 15 cm hoog is) 1200 rupees. De verkoper beargumenteerd zijn prijs met het feit dat het beeldje is uitgesneden in rosewood, een schijnbaar erg dure houtsoort. Wij weigeren om de gevraagde 1200 rupees te betalen en ik sta al met de deurkruk in mijn hand als de man ons plotseling tegemoet kan komen. We krijgen voor 1200 rupees nu ineens twéé olifantjes, dat lijkt er al een stuk meer op en de koop wordt gesloten. We krijgen een kop thee aangeboden (die eerst ergens in de straat gehaald moet worden) en met de hoop dat we niet aan de racekak raken drinken we die heel beleeft leeg.

We gaan nog naar drie textielwinkeltjes, want Trudy wil graag een beddensprei kopen. We zullen hier niet in slagen, want óf de kleur is niet goed, óf het ding zit helemaal vol genaaid met kleine ronde spiegeltjes (wat we oerlelijk vinden).

Mr. Mohammed krijgt van elke winkelier waar hij ons aflevert 20 rupees, als er dan iets verkocht word krijgt hij 2% van het verkoopbedrag (i.p.v. de 20 rupees). Voor Indische begrippen heeft hij vandaag een aardig centje aan ons verdient en omdat het al tegen vijven loopt willen we graag terug naar het hotel.

Het is 17:00 uur als we in het hotel zijn en we vragen meteen een massage aan. De kosten zijn 400 rupees p.p. en we zullen op de kamer gebeld worden als we terecht kunnen. Net als ik om 18:15 tegen Trudy gezegd heb dat de massage wel niet door zal gaan, gaat de telefoon. We lopen meteen naar de Health Club van het hotel, waar de masseur al wacht. Trudy is het eerste slachtoffer en terwijl zij onder handen word genomen schrijf ik alvast één en ander in mijn reisverslag. Als Trudy’s massage erop zit stoot ze nog even snel het potje massage olie om en als alle vettigheid weer is opgeruimd ben ik aan de beurt. Het zijn 35 heerlijk ontspannen minuten. Zowat mijn hele lijf word onder handen genomen, maar bij mijn billen blijft hij wel heel uitgebreid stil staan, als achteraf blijkt dat de billen van Trudy er maar bekaaid van af gekomen zijn, zou ik bijna denken dat ik vandaag mijn eerste Indische homo ontmoet heb. Normaliter moet ik niks hebben van een vent die aan mijn achterste zit, maar voor deze ene keer is het hem vergeven, want zo wordt de kamelensafari er een beetje uitgekneed.

Na de massage en een douche om de olie een beetje kwijt te raken kunnen we meteen aanschuiven aan het dinerbuffet in het hotel. Het eten is heerlijk en we doen ons echt tegoed aan al het lekkers. Na een paar weken van matig eten is dit een traktatie. Vooral het toetje, dat niks meer is dan simpel vanille ijs, valt goed in de smaak. Het enige nadeel is dat de ober al komt om af te rekenen voordat ik mijn laatste (vierde) bolletje ijs gehaald heb.

Na het eten kijken we even in onze spullen of we toevallig iets bij ons hebben dat specifiek uit Nederland komt, dat hebben we aan onze chauffeur beloofd toen hij hierom vroeg. In onze weekendtas vinden we een Laafje uit de Efteling, iets dat geen enkel ander land kent. Als we naar buiten lopen is het al donker en de andere chauffeurs zeggen dat Mr. Mohammed al naar huis is. Met het geld dat hij vandaag aan ons verdient heeft (de afgesproken 175 rupees + een fooitje van 25 rupees + de commissie die hij gekregen heeft van de door ons bezochte winkeltjes) hoefde hij er natuurlijk vandaag geen nachtwerk meer van te maken. We geven hem geen ongelijk.

We gaan maar weer terug naar onze kamer, pakken onze spullen voor de zoveelste keer in en gaan lekker naar bed. Om 23.00 uur (uitzonderlijk vroeg) is het licht al uit.


Join TravBuddy to leave comments, meet new friends and share travel tips!
Agra
photo by: rotorhead85