De Ganges die bijna iets magisch heeft.....

Varanasi Travel Blog

 › entry 25 of 37 › view all entries

Voor de verandering staan we maar weer eens lomp vroeg op, vandaag loopt om 04:45 de wekker af. We ontbijten niet maar gaan, gewapend met een rol koekjes tegen de eerste honger, met een riksja (voor 20 rupees) naar de Ghats aan de Ganges. Daar geven we de man van de riksja 30 rupees, maar hij is niet tevreden en wil meer geld zien. Hij krijgt uiteraard geen rooie rupee meer, want er is twintig afgesproken.

We gaan aan boord van een flinke roeiboot (onze hele groep van twintig man pas er met gemak in), die geroeid word door twee mannen. Op de boot staan al twee meisjes die offerlichtjes uitdelen. Als je zo’n kaarsje aanneemt willen ze in ruil wel meteen tien rupees van je hebben, maar dat mag de pret niet drukken. De offerlichtjes zijn kleine handgemaakte kaarsjes die staan op een klein bedje van bloemen, dat weer ligt op een blad dat aan de buitenkant omhoog gekruld is zodat het geheel blijft drijven. Het meisje dat bij mij komt gooit per ongeluk een flinke scheut kaarsvet over mijn broek en sandalen (en rechter voet). Ik volg het voorbeeld van Hans en geef het meisje een paar muntjes (4 rupees), want het bedrag dat ze vragen is zoals altijd veel te hoog.

Voor het licht word varen we al op de Ganges. We leggen onze offerlichtjes op het water en deze drijven gezellig flakkerend met de stroom mee.

Langzaam begint het wat lichter te worden, en met hetzelfde tempo komt er aan de oever wat leven in de brouwerij. Ook op dit tijdstip worden er al mensen verbrand, dit gebeurd de klok rond, want de brandstapel word 24 uur na de dood aangestoken. Als we te dicht bij de Ghat komen waar mensen verbrand worden mogen we geen foto’s meer maken, Gerrit is de enige die dit niet helemaal mee krijgt en dus moeten we hem even snel duidelijk maken dat hij zijn camera weg moet doen, omdat we anders misschien wel eens problemen zouden kunnen krijgen.

Even verderop zien we het eerste lijk aan de oppervlakte drijven, in dit geval is het maar een buffel, maar het beest ziet er gevaarlijk opgezwollen uit en kan (zo lijkt het) elk moment uit elkaar klappen. De vogels die op het beest zitten vinden dit blijkbaar niet erg en genieten van de maden die uit de dode zwemmer komen gekropen.

We komen weer bij een Ghat waar mensen zich voorbereiden om een bad in de heilige rivier te nemen. De lichtintensiteit is nu zo ver opgelopen dat ik mijn 400 ASA rolletje verwissel voor een 200 ASA rolletje, want die heb ik nog wat meer bij me. Ondanks het zwakkere fotorolletje krijg ik toch de andere oever van de rivier nog vastgelegd.

De oever van de rivier staat letterlijk volgestampt met gebouwen, elk plekje waar geen groot pand meer tussen past wordt opgevuld met een kleiner bouwwerk.

Nu zijn er al veel meer mensen bezig met zich wassen in de rivier, de man op de voorgrond poetst zelfs even snel zijn tanden. Sommige mensen zepen zich op de wal eerst helemaal in om vervolgens de zeep met een frisse duik weer af te spoelen. Op een paar plaatsen zien we mensen melk offeren aan de Ganges. Deze mensen gaan ook voor in een ritueel dat bestaat uit een soort van samenzang, waar ook de gewone man luid trommelend, op een koekenpan rammelend, of zingend (of allebei) aan mee kan doen.

De zon staat nu al een stuk boven de horizon en ondanks dat het nog erg fris is, ik houd mijn windjack tenminste nog een tijdje aan, wordt het drukker en drukker in de rivier. Het is een komen en gaan van mensen, maar ondanks dat de zon feller en sterker wordt prijzen wij ons nog steeds gelukkig dat we niet het koude smerige water in hoeven, want we zijn intussen ook de tweede dode buffel tegen gekomen. Hier en daar drijven ook een paar offerlichtjes.

Vrouwen nemen hun bad met al hun kleren aan en ik sta er versteld van dat ze niet verstrikt raken in al die lagen lange kleden. Mannen daarentegen dobberen bijna naakt door de rivier. Deze man drijft hemelsbreed misschien vijftien meter van onze tweede dode buffel vandaan, met als enige afscherming onze boot.

Wij kunnen al niet begrijpen dat mensen in dit water baden, maar als we zien dat mensen dit water ook drinken staan we helemaal met onze oren te klapperen. Hindoes geloven dat als zij het water drinken zij daar een beter leven door zullen krijgen. Wij geloven dat als wij ook maar twee druppels van dit water binnen krijgen, we dan alle gore ziektes die we ons maar voor kunnen stellen tegelijkertijd zullen krijgen.

De zon heeft zijn mooie rode kleur afgeschud en we naderen het verste punt van onze boottocht. We komen nog voorbij een andere Ghat waar een ceremonie bezig is, deze mensen zijn echter wat beter wakker en zingen uit volle borst mee.

Onze roeiers hebben het prima naar hun zin, maar ze kunnen hun lol helemaal niet op als we de Gay Ghat voorbij varen. In het Hindi betekent gay niks meer dan koe, maar de hoofdroeier (die ook wat Nederlands geleerd heeft) vindt de Engelse uitleg veel leuker.

Een paar dagen voor we in Varanasi aan kwamen is hier een groot festival geweest, en daar zien we nu nog overal aan de kant van de rivier de overblijfselen van. Overal staan meters hoge staken (tot wel tien meter) met daaraan een soort kruiken, wij denken dat het een soort lantaarns zullen zijn.

Het laatste punt waar we langs varen is het huis van de cremateur. Hij is degene die de lijkverbrandingen coördineert. De cremateur is een paria (een kasteloze) en dus eigenlijk het laagste van het laagste in sociaal oogpunt, maar hij is wel erg rijk. Dat komt omdat de overledenen hier met sieraden en al worden verbrand. Na drie uur wordt de brandstapel met water uit de Ganges gedoofd en dan zijn er van een man alleen nog de schouders en van een vrouw alleen nog het bekken over. De cremateur heeft mensen in loondienst die voor hem de sieraden van de overledenen uit de as zoeken, zodat hij die kan verkopen en het geld is dan natuurlijk voor hemzelf. Het hoofd lijkverbranding heeft nog één groot voorrecht: hij is de enige die direct aan de Ganges mag wonen, dat is verder voor niemand toegestaan.

We varen nu weer terug naar het punt waar we aan boord gegaan zijn en daar is het nu echt een drukte van belang.

We gaan nu ontbijten in de stad, punt één is het tijd voor het ontbijt en punt twee: ik lust ondertussen wel wat. Het is nog een eindje lopen door de smalle straatjes van de oude stad voor we bij het kleine restaurantje aan komen. Het is echt een tentje van niks en we kunnen maar net met zijn allen zitten. Het is een familiebedrijfje en dat blijkt keer op keer op komische wijze. Het jongste familielid (een jongetje van een jaar of tien) gaat aan de gasten vragen of ze klaar zijn met eten, als dat inderdaad zo is loopt hij met lege handen terug naar de keuken om zijn oudere broer naar de mensen toe te sturen om af te ruimen. Het duurt best een tijdje voor we ons eten hebben, maar het kleine keukentje is natuurlijk niet berekend op zulke massa’s volk als onze groep.

Als we zitten te eten komt er een heilige man aanwaaien. Volgens mij is hij óf bezopen óf zo stoned als een garnaal, want hij ouwehoert en giebelt aan één stuk door. Trudy maakt een foto van de man en mij samen. Als de foto genomen is vraagt de heilige man hoeveel geld ik wil hebben voor de foto, want dan moeten we dat maar aan Trudy vragen. Hij hoeft geen geld voor de foto te hebben, hij heeft geen geld nodig om plezier te hebben.

Trudy en ik hebben samen voor iets meer dan 100 rupees gegeten en als iedereen afgerekend heeft, splitst de groep zich op en gaat ieder zijn eigen weg.

Tegen 09:30 proberen we even te internetten, maar de internetshop krijgt geen verbinding met het world wide web, dus slenteren we verder door de stad. Na een tijdje worden we aangesproken door een man die ons zijn zijdefabriekje wil laten zien. In eerste instantie zijn we wat wantrouwig, maar de man is erg aardig. We lopen met hem mee om zijn fabriek te gaan bekijken. De buurt waar we in uitkomen doet een extra beroep op ons vertrouwen in het goede in de mens, het ziet er allemaal wat verlaten uit en de commercie is hier ver te zoeken. De man lult als brugman en blijft erg vriendelijk, maar toch blijven we op onze hoede. Heel even later komen we dan toch in een gebouw waar mannen kleden zitten te weven, en ons wantrouwen neemt nu zienderogen af. We mogen kijken zo lang we willen en ook foto’s maken is geen enkel probleem. Terwijl we kijken laat de man ons een klein schriftje lezen waarin mensen uit allerlei landen (natuurlijk ook uit Nederland) aardige dingen over hem geschreven hebben en ons laatste beetje wantrouwen verdwijnt als sneeuw voor de zon. We krijgen uitleg bij de vleet en de man verteld erg trots dat hij eigenaar is van 240 weefgetouwen, en dat er aan één kleed tussen de 9 en 11 dagen gewerkt word. In deze fabriek is geen kinderarbeid, kinderen mogen hier wél in de leer bij de ervaren mensen (een paar uur per dag) zodat ze later sneller werk kunnen vinden.

In India is het zo dat de Hindoes zich vooral bezig houden met de productie van materialen en dat de moslims de handelaren zijn. Het positieve hiervan is dat de twee bevolkingsgroepen elkaar nodig hebben en dat ze daarom van twee kanten beter hun best doen om op goede voet met elkaar te blijven.

Uiteindelijk komen we natuurlijk in een winkeltje uit, maar we moeten iets over hebben voor de rondleiding. We gaan op zoek naar een sjaal voor mijn moeder, maar we hebben geen flauw idee wat ze mooi zal vinden. De eigenaar gooit natuurlijk zijn hele assortiment overhoop, maar we besluiten eerst even naar huis te bellen om wat informatie in te winnen. We bedanken de man en zeggen dat we terug komen als we meer weten. We stappen op en de jongen die ons rond leidde regelt een riksja voor ons die ons voor 15 rupees naar Hotel Pradeep brengt. Onderweg zien we een soort van demonstratie, maar we hebben geen idee waar het allemaal over gaat.

Vanuit het hotel lopen we naar het zijdewinkeltje om te kijken of Trudy’s blouse al klaar is. Ze kan de blouse meteen passen en hij is precies goed, hij moet alleen aan de taille een beetje ingenomen worden. Er komen nog een aantal andere mensen van onze groep binnen en Jannie vindt Trudy’s blouse erg mooi. Trudy zoekt nog twee andere kleuren uit en bestelt dezelfde blouse nog twee keer.

We gaan eten in een restaurantje vlak bij het hotel, waar de rest van de groep erg enthousiast over is. Een gedeelte van de groep zit al in de tuin en we schuiven gezellig aan. We maken een keus van de kaart en plaatsen onze bestelling. Op één of andere manier hebben we een heel moeilijk gerecht besteld, want John en Hans, die een half uur later binnen kwamen dan wij, zitten al lekker te eten terwijl wij nog steeds op een houtje zitten te bijten. Als we dan uiteindelijk ons eten krijgen is als klap op de vuurpijl de rijst niet te eten. Trudy dient een klacht in en krijgt een korting van 40 rupees. We hadden liever gehad dat het eten lekkerder was geweest, maar dat zat er helaas niet in.

Na deze "heerlijke" maaltijd gaan we terug naar het hotel, waar we een uur en een kwartier voor onszelf hebben. Trudy gaat slapen, want ze heeft hoofdpijn. Ik ga mijn schoen kaarsvetvrij maken en alvast een stukje schrijven.

Om 16:15 vertrekken we weer naar de Ganges voor de boottocht bij zonsondergang. Dit is een ervaring die eigenlijk met geen pen te beschrijven is, maar ik ga het toch proberen. We gaan aan boord van dezelfde boot als vanmorgen. In tegenstelling tot vanmorgen varen we nu eerst stroomopwaarts. De hulproeier maakt nu offers klaar die later aan de rivier gegeven zullen worden. Hij vult de schalen (gemaakt van grote boombladeren) met de bloemen van het Afrikaantje en zet in het midden een theelichtje. Dan haalt hij verdeelt over de schaal wat bloemen weg om er kaarsjes voor in de plaats te zetten. We roeien rustig verder terwijl we in de verte de crematieghat alweer kunnen zien. Als het helemaal donker is zijn we zo dicht bij de ghat dat we nog net een foto mogen maken voor we onze camera’s weg moeten doen. Dan worden de kaarsjes op de offerschalen ontstoken en de schalen op het water gelegd. Aan boord zijn ook nog 300 kleine kaarsjes (dezelfde als vanmorgen) die stuk voor stuk aangestoken worden en dan door de groep aan de Ganges worden geofferd. Bij elk kaarsje mag de persoon die het op het water legt een wens doen, alles mag gewenst worden zolang het maar positief is en voor een ander bestemd. Ondertussen is op de kade de stroom uitgevallen en is er in het gedeelte van de stad waar wij ons bevinden geen brandende lamp meer te zien. Onze 300 drijvende kaarsjes vormen een ketting van flakkerende puntjes op de gitzwarte rivier, die we nog lang kunnen zien voor ze aan het zicht onttrokken word. Het heeft bijna iets magisch.

De boot word gedraaid om langzaam weer naar het vertrekpunt terug te varen. We komen nu langs een paar ghats waar een ceremonie aan de gang is.

De ceremonie in de eerste ghat bestaat hoofdzakelijk uit dansen, muziek maken en Gangeswater drinken. Er is nog steeds geen elektriciteit, dus dat is bijna niet te zien.

In de tweede ghat zijn zes priesters met een soort vuurkorven in de weer. Nog steeds is er bijna geen stroom, er zijn nu een paar lampen die het weer doen, maar licht is nog steeds schaars. De ceremonie duurt bijna een uur en onder het genot van een bakkie chai kunnen we alles goed bekijken. Pas tegen het eind van de ceremonie gaan alle lampen weer aan zodat ook de priesters zelf zichtbaar zijn. Als alles is afgelopen gaan we aan wal en kunnen zo de plaatsen waar de priesters zojuist hun werk gedaan hebben even van dichtbij bekijken.

Het plan is nu om te gaan eten waar we vanmorgen ontbeten hebben, maar de keuken kan een diner voor 20 personen echt niet aan en daarom gaan we met zijn vieren, Ronald en Ineke gaan ook mee, naar Ganga Fuji. Twee jongens lopen met ons mee, omdat we anders hopeloos zullen verdwalen. Helaas zit bij Ganga Fuji ook alles vol en dan besluiten we om maar in het hotel te gaan eten. We lopen eerst nog heel even over een klein marktje, maar hebben dit snel bekeken en gaan dan met een riksja terug naar het hotel. Onderweg komen we een optocht tegen die bestaat uit een riksja met een generator, en daar achteraan een flink aantal mensen met behoorlijk grote verlichtingsornamenten op hun hoofd. Om te zorgen dat ook de laatste man niet zonder stroom komt te zitten, zijn alle mensen d.m.v. elektriciteitskabels met elkaar verbonden.

Bij het hotel aangekomen gaan we naar het dakterras om een hapje te eten. Daar is een kinderfeestje aan de gang voor een driejarige (met de modernste pokkemuziek). We hebben ondanks dat geen zin om beneden in het restaurant te gaan zitten en maken er het beste van.

Na het eten gaan we naar het zijdewinkeltje om te kijken hoe het met de bestelling staat. Het is al 21:30 en we vrezen dat het winkeltje al gesloten zal zijn, maar er zijn nog meer kopers uit onze groep binnen en dus zijn we nog op tijd. Na wat passen en wat verstelwerk is alles in orde, behalve de nabestelde blouses van Trudy, die zijn te groot. Men belooft dat alles goed komt en de nog te verstellen blouses zullen naar het hotel gebracht worden als ze klaar zijn. We betalen onze spullen en laten Wim met de zijdehandelaar achter. Wim is boos, omdat er zo veel klachten uit de groep zijn gekomen over de kwaliteit van de geleverde waren. De vorige groep was heel tevreden en daarom heeft Wim ons deze zaak aangeraden en dat zit hem niet lekker. Het is nu maar hopen dat de blouses geleverd worden voor we morgenvroeg vertrekken.

Terug op de hotelkamer gaan we nog even douchen, maar eerst veroorzaak ik nog even een klein kortsluitinkje met de schemerlamp die dienst weigert en dus zitten we een minuut of tien zonder stroom (gelukkig alleen onze kamer). Ik bel even naar de receptie en al snel staat er een man aan onze deur met een aantal zekeringen die het probleem netjes oplost.

Het is 00:30 als ik mijn ogen dicht doe.


Join TravBuddy to leave comments, meet new friends and share travel tips!
Varanasi
photo by: rotorhead85