De Delhi Belly.

Nawalgarh Travel Blog

 › entry 4 of 37 › view all entries

Om 07:50 staan we op. Ik heb weer heerlijk geslapen, Trudy niet, zij kreeg om 01:45 buikpijn en heeft zo af en toe maar wat geslapen. Nog steeds is ze niet lekker, nog voor we gaan ontbijten komt alles er van onderen en van boven uit. Wim noemt dit verschijnsel de “Delhi Belly” en hij heeft op de eerste dag al voorspelt dat het als een estafette stokje door de hele groep zal gaan. Vandaag zijn de eerste twee slachtoffers al gevallen. Trudy eet alleen een schaaltje cornflakes en wat ananas sap, omdat dit lekker licht is. Ze voelt zich al wel wat beter, maar nog niet optimaal.

 

Trudy wil erg graag mee naar Nawalgarh vandaag, ze denkt dit wel aan te kunnen, maar neemt voor de zekerheid een emmer mee in de bus. In het begin gaat het goed en kan ze genieten van de dingen die langs de weg gebeuren, maar het is toch verder rijden dan we verwacht hadden (ongeveer 45 minuten) en in combinatie met de kwaliteit van de lokale wegen is dit te veel van het goede. Hoe langer de rit duurt, hoe stiller en bleker Trudy wordt, uiteindelijk gaat het twee minuten (letterlijk) voor we Nawalgarh bereiken mis en zijn we erg blij dat we een emmer bij ons hebben. Eenmaal uit de bus knapt ze zienderogen op en kan ze gelukkig wel mee met de wandeling door het dorp. We hebben nog geen honderd meter gelopen of we hebben al een paar toeschouwers, ze waren eigenlijk met zijn drieën, maar toen ze één wat geld gaf sprintte die meteen naar huis. We lopen verder door de stoffige straten en naast de ingang van een basisschool zien we een man de afwas doen. Op de binnenplaats van de school is juist een soort van appèl aan de gang en enkele kinderen op het balkon van de binnenplaats leggen een eed of iets dergelijks af. We lopen niet naar binnen, maar we blijven in de deuropening zitten omdat we anders de gang van zaken misschien verstoren.

 

Een vijftigtal meters verderop is het Havelli museum waar wat van de Rajastani leefstijl tentoongesteld staat, de ingang is rijk versierd met schilderingen. In hetzelfde gebouw is ook een middelbare school gevestigd, die ook toegankelijk is. Lang niet iedereen wil naar binnen, dus lopen diegenen die geen interesse hebben verder het stadje in met een ingehuurde gids. Wij gaan met een man of vijf naar binnen samen met Wim. De centrale binnenplaats is net als de ingang helemaal beschildert. Volgens Wim mogen we alleen van de binnenplaats af als we onze schoenen uit doen, dus lopen we op onze sokken even een oude Rajastaanse woning in, waar we op de bovenverdieping een op een muur geschilderde olifant vinden die helemaal uit vrouwen bestaat. In een andere aan de binnenplaats grenzende ruimte is een collectie van miniatuur instrumenten te zien die karakteristiek zijn voor deze streek. Ik heb mijn schoenen al weer aan en heb geen zin meer om die uit te trekken, maar een suppoost vertelt me dat we onze schoenen rustig aan mogen houden, dus loop ik toch maar even binnen. De verlichting doet het niet, maar je kan ook niet alles hebben. We gaan ook nog even het gedeelte in waar de school zich bevindt, we blijven op het binnenplaatsje en kijken wat rond. Plotseling gaat er een bel en vliegen op de bovenverdieping een aantal deuren open. Er moet gewisseld worden van lokaal, leerlingen lopen door elkaar, naar beneden over de binnenplaats en weer naar boven. Één jongen wenkt me, ik moet hem volgen. Hij schiet weer een trap op en als ik boven kom zie ik hem voor de deur van een lokaal staan, aan de andere kant van me kijk ik uit over het pleintje in het museum. De jongen wenkt dat ik mee het lokaal in moet gaan. Dit doe ik niet omdat ik de lessen niet wil verstoren. Wel kijk ik even binnen in een lokaal dat op dit moment niet in gebruik is. Trudy en de anderen zijn ondertussen ook boven en we kletsen wat. Dan komt er een leraar naar ons toe en als we het aan hem vragen vindt hij het beter dat we naar beneden gaan, omdat we anders de leerlingen af leiden. Voor we naar beneden kunnen gaan komt er een andere man naar ons toe en van hem mag ik (als ik van de desbetreffende leraar toestemming krijg) een foto maken in een lokaal waar les gegeven wordt. De leraar vindt het allemaal prima en de leerlingen gaan allemaal netjes klaar zitten, behalve één die achter zijn boek weg kruipt. Onder tussen ben ik wel Trudy kwijt en de rest weet ook niet waar ze is, maar die blijkt ondertussen de school wc nog net optijd gevonden te hebben.

 

We lopen weer naar buiten en Wim neemt ons mee op een verkorte wandeling door het dorp. Meteen hebben we verkopertjes om ons heen hangen die ons beeldjes van olifanten gemaakt van cederhout willen verkopen, ze zijn niet duur, maar ik kan er niks mee en ga dus niet op hun aanbod in. Nawalgarh staat bekend om zijn rijk versierde koopmanshuizen (Havelli’s) met soms wel twintig kamers waarin in totaal tot vijftig mensen konden wonen. Deze Havelli’s raakten in onbruik en verval toen de handelswaar niet meer met kamelen over de oude handelsroutes vervoerd werd, maar met schepen die in de grote havensteden aanmeerden. De kooplui die met de handel mee verhuisden naar havensteden als Calcutta en Bombay bleven rijk, degenen die op de oude methoden bleven vertrouwen werden straatarm.

Dat mensen hier (al dan niet noodgedwongen) aan oude methoden vast houden bewijst de dame met de vijzel die ik toevallig door een open deur op een binnenplaatsje aan het werk zie. We komen nog langs een kluit ezels-met-karren die, zo lijkt het, op een vrachtje staan te wachten. In het dorp komen we de eerste Indiër tegen die geen fooi wil aannemen (5 à 10 procent is hier gebruikelijk) als we een fles water kopen en het kleine bedrag niet kunnen passen, hij staat erop dat we het wisselgeld aannemen. Even later komen we de rest van de groep weer tegen, maar we moeten even wachten, want er zijn er een paar nog aan het handelen (natuurlijk is Hans van Gulik één van hen).

Trudy, Ineke en ik gaan even bij één van de kraampjes kijken en de eigenaar vraagt ons meteen de oren van het hoofd. Hij wil meteen weten waar we vandaan komen, wie onze president is (leg zo iemand maar eens uit dat je een koningin hebt en wat dat überhaupt is), ook wil hij weten wie van de twee dames mijn vrouw is. Als ik vertel dat ik niet getrouwd ben, maar dat Trudy mijn girlfriend is, wil hij weten of ze mijn “sexy friend” of gewoon “a simple friend” is. Tenslotte wil hij nog weten hoe oud ik ben en hoeveel kinderen ik heb. Hij vindt het wel logisch dat ik nog geen kinderen heb omdat ik nog niet getrouwd ben.

De terugreis met de bus lijkt korter dan de heenreis en Trudy houdt het ook wat beter vol, hoewel ze op het eind wat bleek ziet. Het landschap is droog en dor (ondanks dat de regentijd net achter de rug is). Ik krijg het idee om hier een fabriek voor dubbele beglazing op te zetten, want als hier één grondstof ruimschoots voorhanden is, dan is het wel zand.

 

Trudy besluit de lunch over te slaan en even te gaan rusten, zodat ze de wandeling in de namiddag nog mee kan doen. De wandeling door het kleine dorpje waar ons hotel staat is niet spectaculair. Er zijn geen belangrijke culturele erfstukken te zien, alleen een soort miniatuur tempeltje van de hindoeïstische apengod Hanuman. Vlak na dit tempeltje wil Trudy terug naar het hotel, omdat het weer slechter met haar gaat. Ik ga met haar mee, want ik laat haar niet graag alleen gaan (hoewel ze eigenlijk vindt dat ik gewoon met de groep mee moet gaan om de wandeling af te maken). Het mooiste van deze wandeling is eigenlijk het feit dat je gewoon tussen de lokale bevolking bent en ziet hoe men hier nog leeft. We horen achteraf van de mensen die de wandeling wel afgemaakt hebben dat we niet veel gemist hebben.

Als Trudy getoilleteerd heeft gaan we in het restaurant een lassi drinken, Trudy de zoute variant (die niet lekker is, maar je hebt je zouten nu eenmaal hard nodig als je de Delhi Belly hebt) en ik de zoete. Ze denkt het echter niet binnen te kunnen houden en we gaan maar snel naar de kamer, want daar heb je immers alles bij de hand.

Trudy gaat op bed wat rusten en ik ga maar even afkoelen in het zwembad. Het afkoelen lukt prima, want het water is niet verwarmd en behoorlijk koud. Als ik een tijdje bij het zwembad in de zon heb zitten suffen ga ik mijn kladblok halen om mijn dagboek bij te werken. Dit houd ik vol tot de zon naar de horizon zakt, dan ga ik douchen om klaar te zijn voor de ceremonie die om half zeven begint.

 

Trudy is ondertussen ook weer paraat en een paar minuten voor 18:30 zijn we buiten. We zijn net beneden en dan horen we de bel (eigenlijk meer een plat geslagen koekenpan) luiden. De ceremonie begint. Als we onze sandalen uit doen mogen we het tempeltje betreden. Het tempeltje is zo klein dat alleen de man die de ceremonie uitvoert en drie anderen erin kunnen. De man begint met het aanmaken van de rode kleurstof (een poeder vermengt met water), waar de tika (de rode stip op het voorhoofd) uit bestaat. Na nog een paar kleine handelingen kan de zegening (denk ik/hoop ik) beginnen. Ieder die wil mag aan de ceremonie deelnemen. Trudy is als eerste aan de beurt, ik volg haar op de voet. Eerst moet je je rechter hand ophouden, waarin je een stuk of vijftien rijstkorrels krijgt. Dan drukt de man de tika op je voorhoofd, waarin hij vervolgens een paar rijstkorrels drukt die hij eerst terug vraagt (uit je rechter hand). De rijstkorrels die niet in de tika blijven hangen (het merendeel houdt hij in zijn hand) gooit hij over je hoofd weg. Dan krijg je nieuwe rijstkorrels in je rechter hand (mannen) of in je linker hand (vrouwen). Trudy houdt uit gewoonte (de ontvangst van de hosti) in eerste instantie de verkeerde hand op. De betreffende hand moet je dicht doen en omdraaien, dan bindt hij om de pols van de omgedraaide hand een rood touwtje terwijl hij een soort van gebedsregel zingt (er komt een aantal keer het woordje “santi” in voor, geen idee wat het betekent). Het touwtje wordt meerdere malen om de pols gewikkeld voor hij er een knoop in legt. Bij mij was het touwtje iets te kort en kreeg hij er bijna geen knoop in gefrunnikt. De rijstkorrels die je nog steeds in je hand hebt geef je aan hem terug en dan krijg je een stuk of tien rozijnen die je op mag eten. Versiert met een tika zoeken we onze sandalen weer op en gaan richting buffet. We zijn nog wat te vroeg en we besluiten te wachten op de rest van de groep tot 19:00 uur (achteraf blijkt 19:30 afgesproken te zijn).

We hebben heel gezellig zitten kletsen met de twee zusjes uit Sittard. Trudy besluit maar niet met het buffet mee te doen en het bij wat toast met jam te houden, maar een kommetje soep is ook nog wel welkom. Onder het eten wordt dezelfde dansshow opgevoerd en de kinderen hebben er net zoveel zin in als gisteren. Ook de poppenshow is identiek..

Om 20:30 zijn we op de kamer om de koffers te pakken, want morgen gaan we al vroeg op weg naar onze volgende bestemming: Bikaner. Tijdens het pakken maak ik, terwijl ik op mijn rug op bed lig, een foto van het mooi beschilderde plafond van de kamer.

Als de koffers gepakt zijn gaat Trudy met wat hoofdpijn naar bed en ik ga nog even naar Nederland bellen. Het thuisfront is blij om weer iets van me te horen en dat blijkt ook wel, want ons gesprek duurt bijna negen minuten (exclusief de onderbreking omdat de stroom uit viel). Het is te merken dat hier in het hotel de enige internationale telefoonverbinding is van het hele dorp, want ze rekenen maar liefst 89 rupees per minuut (dit riekt naar afzetterij). De man rondt het bedrag af op 650 rupees.

Als ik terug naar de kamer loop zie ik hoe sprookjesachtig het hotel er ’s avonds uit ziet en ik kan de verleiding niet weerstaan om hier een paar foto’s van te maken.

Ik ga nog even verslag doen van het laatste deel van de dag en duik dan om 22:00 uur het bed van de maharaja in waar mijn maharani al ligt te slapen.


Join TravBuddy to leave comments, meet new friends and share travel tips!
Nawalgarh