Op weg naar het noorden.
We staan om 05:30 op, want we willen de monniken zien die om 06:00 uur bij het hotel komen bedelen. We zijn om 06:02 beneden en zien de stoet van zo’n 30 monniken nog net de hoek van de straat om gaan. We lopen een stukje achter ze aan, maar ze lopen stevig door en na een paar minuten gaan we terug naar het hotel. Op de bovenste verdieping, vanuit de ontbijtzaal kunnen we de zonsopkomst goed zien. De stoepa in de verte steekt mooi af tegen de verkleurende lucht. We horen dat mensen gisteren toch geld hebben kunnen wisselen in het hotel en als wij het gaan navragen is het nu niet meer mogelijk. Net voor we vertrekken om 08:00 uur zien we nog een paar jonge bedelende monniken met een oud vrouwtje dat ook een graantje mee wil pikken.
We zijn nog geen half uur onderweg als we een processie tegen komen. Het lijken bedevaartgangers die 2 beelden naar Bago brengen. Een en ander gaat gepaard met harde muziek, een jongen die een soort gevechtsdans uit voert en een mooi versierde olifant. Helemaal achteraan rijdt een truck vol speakers die voor nodige volume zorgen. Nog voor negenen komen we bij een school waar leden van de groep spullen willen afgeven die ze uit Nederland mee hebben genomen voor dit doel. Het hoofd van de school is niet aanwezig en de andere personeelsleden durven de gift niet te accepteren, dus gaan we mar weer op weg. Om 09:45 uur hebben we een koffiestop naast de plaatselijke kapper. Het tentje stelt niet veel voor, maar de oploskoffie smaakt goed en de wc is zo primitief dat het een bezienswaardigheid is.
Gebruik ervan is voor een westerling niet aan te raden. Er stopt een jonge met automatische velgenreinigers op zijn fiets en hij krijgt hiermee veel bekijks van ons. Om 12:00 uur stoppen we bij een weeshuis ven het Leger des Heils waar onze gulle gevers dan toch hun giften kwijt kunnen. We mogen even binnen kijken, maar er is niet zo veel te zien. De mensen zijn er wel super aardig en de kinderen die er wonen ook. We blijven maar een goed kwartier en rijden dan door naar onze lunch locatie. Het is een Chinees restaurant waar het eten opzich goed smaakt. Als ik mijn eten op heb loop ik even naar achter om mijn handen te wassen en kan daar door de openstaande deur in de keuken kijken. Er staan enkele koks met woks te koken en er liggen 4 honden te wachten of er iets voor hen over blijft.
De vuren onder de woks worden gestookt met kaf van het rijst. Na de lunch rijden we nog ongeveer een uur en komen dan in Taungo aan. Het is een stoffige plaats en het Amazing Hotel, waar we logeren ligt zo’n 50 meter een zandweg in vanaf de hoofdweg. De kamer is prima, maar hier blijven we niet lang, want we gaan op zoek naar de open markt, die interessant schijnt te zijn volgen Aard-Jan en maar een half uur lopen. We vinden de markt niet ondanks een kaartje van Aard-Jan, achteraf het schijn het maar 5 á 10 minuten te lopen te zijn geweest volgens iemand van de groep, dus de meeste van onze groep zijn het voorbij gelopen. Foutje. We merken dat hier amper toeristen komen, want de mensen lachen Trudy uit om haar witte voeten en kijken naar ons met een blik van: Zwaai naar mij! Wij zijn zelf de bezienswaardigheid hier.














