Amerika Route 66 (8 maart 2007 - 26 maart 2007)

Chicago Travel Blog

 › entry 1 of 1 › view all entries

ã 8 maart: Amsterdam ��" Elkhart, Indiana

 

Om half 8 waren we al op Schiphol om ons nog 3 uur te vervelen, inchecken hadden we al via internet gedaan, en de bagage afgeven was zo gebeurd. Winkeltjes kijken is natuurlijk altijd goed, maar ook wel zo gebeurd. Dus na koffie en thee te hebben gehaald zijn we maar bij de gate gaan zitten. We waren op tijd geweest met inchecken, dus zaten we bij de ingang, wat helemaal niet verkeerd is, we konden de hele reis met onze benen languit, heerlijk. We vlogen langs Engeland, over zee, toen heel veel wolken en daarna zagen we sneeuw,heel veel sneeuw met af en toe een boom. We vlogen boven Canada richting Lake Michigan. En hoe dichterbij we kwamen de sneeuw bleef.

We kwamen om half 12 aan en hadden dus nog ruim de tijd om naar South Bend te rijden. Bij Alamo rent mochten we een mid-size auto uitkiezen, keuze was snel gemaakt want er stond een Chrysler PT Cruiser tussen en die vond Marco erg mooi. Daarna zonder uitgeprinte route’s, want die waren we kwijt, naar Elkhart gereden. Rond Chicago is het niet zo mooi. Wel typische woonwijken met houten huizen, allemaal verschillend. Meest met van die grote auto’s voor de deur, aan van die lanen recht toe, recht aan. Wel grappig om te zien. Hoewel de wegen droog waren was het landschap eromheen nog wit van de sneeuw, en met een zonnetje erbij was het best mooi rijden. Beetje heuvelachtig, typische schuren en houten huizen. En heel veel reclameborden helaas, want alles staat aangegeven dus ook ons motel. De Red Roof Inn in Elkhart, niet echt bijzonder maar wel goed. Ondertussen waren we al aardig moe en zijn we om 5 uur naar een restaurant gewandeld om wat te eten. Om 8 uur lagen we op bed, nog lang volgehouden.

 

ã 9 maart: Elkhart, Indiana ��" Lincoln, Illinois

 

En om 4 uur ’s nachts waren we weer wakker. Dus na ons om en om gerold te hebben, was ‘t 7 uur eindelijk. Douchen en weer zonder route naar Middlebury. Maar dat is zo makkelijk, je gaat naar de tolweg pakt een afslag, je gaat rechtdoor en zo’n plaatsje is vaak maar één hoofdweg met afslagen en grote borden die je vertellen waar je moet zijn. Dus weer in één keer goed gereden, alleen moesten we naar een ander terrein van het bedrijf. We waren niet de enige, Nederlanders (natuurlijk) en Duitsers kwamen ook een camper halen. Maar ’t ging allemaal heel vlot. En nadat de man van Road Bear alles had uitgelegd mochten we gaan. Marco voorop en ik met de auto erachter. Hadden we dat maar andersom gedaan. Bij de uitgang van het terrein ging hij natuurlijk precies de tegengestelde richting in, als waar we vandaan kwamen. IK half naast de camper rijden maar kreeg niet echt contact. Toeter kon ik niet vinden. Maar met een kleine omweg kwamen we ook op de goede weg. Auto reed erg lekker moet ik toegeven. We zijn naar South Bend airport gereden want daar moesten we de auto terugbrengen. Hadden nog bijna een botsing, want Marco mocht een parkeerterrein niet op, vanwege de hoogte van de camper, en zette hem in z’n achteruit. Maar ik stond er vlak achter en daar achter weer een auto. Dus toen heb ik de toeter wel gevonden. In elk geval konden we de auto zonder schade inleveren en toen samen op weg naar Chicago om ’t beginpunt van Route 66 te vinden. Alleen ik en routekaarten gaan niet altijd goed samen, dus natuurlijk waren we er eerst voorbij gereden. Voordeel is wel dat Chicago-Downtown aan Michigan Lake ligt, dus naar het water en dan links of rechts lukt meestal wel.

Bij de University of Art was het beginpunt en die staat ook op de foto, maar waar de originele route heengaat konden wij al niet volgen omdat we te hoog waren met de camper. Dus verder gereden en toen we toch te ver waren hebben we nog een mooie foto gemaakt op ’t strand met het ijs nog in het water en de skyline van Chicago erop. Als het goed is staan we aan het eindpunt in onze badkleding op de foto op het strand van Santa Monica. Maar laten we daar eerst maar eens komen.

We hebben een stuk Highway genomen, de Interstate 55, en zijn er toen afgegaan.Volgens een route die in een boekje staat van 10 jaar terug moeten we nu weer op Route 66 zitten. En net toen we begonnen te twijfelen zagen we weer een bord met de historische route erop staan.

Ondertussen was het wel bewolkt geworden en begon het steeds grijzer te worden. En eigenlijk zonder eraan gedacht te hebben rijden we in Joliet de gevangenis voorbij waar Prison Break opgenomen is. We hadden het natuurlijk pas door toen we er voorbij waren, dus nog even gekeerd om foto’s te maken.

Toen boodschappen gedaan en de boodschappen worden helemaal naar de camper gebracht, dat is nog eens service! Aardige mensen allemaal. Toen zijn we van de route afgegaan en de I-55 weer opgegaan aangezien die zowat parallel loopt en een stuk sneller rijdt. Ondertussen was het namelijk al bijna 5 uur en we moesten nog een heel eind naar de camping die wel het hele jaar open was. De meeste zijn hier pas vanaf april open, dus moesten we nog zeker anderhalf uur rijden. Maar ondanks dat het donker werd en begon te regenen hebben we dit campinkje, McMillen’s Camp-A-While, gevonden. Wel heel klein en erg duur voor eigenlijk weinig tot geen faciliteiten, maar goed veel keus hebben we niet. Hopen dat ’t morgen wat droger weer wordt. We staan hier met nog 3 campers, waarvan er één al een poos staat zo te zien, ’t is echt heel klein. We hebben spaghetti gemaakt en het zal wel weer niet laat worden denk. Ook hebben we de routebeschrijvingen gevonden onder in de koffer! Lekker handig!

 

ã 10 maart: Lincoln, Illinois ��" Stanton, Missouri

 

Vandaag waren we rond 5 uur al wakker, maar we hebben ’t toch tot half 8 weten uit te houden. Om maar gelijk in het ritme van hier te komen, het is nu 9 uur ’s avonds, en eigenlijk willen we gaan slapen maar dan zijn we weer zo vroeg wakker. Dus nog maar even volhouden.

In elk geval was het vanmorgen opgehouden met regenen, en werden we wakker in een steeds lichter wordende camper. De zon kwam op en er was geen wolk meer te bekennen. Bij ’t ontbijt kwamen we er achter dat we boter vergeten waren te halen, en ’t brood was van zichzelf al niet zo vers meer dus we hadden na 2 boterhammen wel genoeg. Om half 9 zijn we vertrokken van dit piepkleine campinkje waar we wel goudgeld voor moesten betalen. We zijn gelijk na getankt te hebben de I-55 opgereden omdat het landschap hier eigenlijk heel saai is. De wegen zijn recht toe, recht aan. Zover je kijkt overal zijn vooral graanvelden en schuren te zien. Als we vandaag maar voorbij St Louis kwamen, dan zou de route een stuk mooier worden. En konden we de originele route weer volgen.

Hoewel het vanmorgen nog behoorlijk fris was begon ’t al snel aardig warm te worden. Onderweg bij Subway lekkere broodjes gehaald en koffie en thee gedronken.

Voorbij St Louis naar een grote Wall-mart gegaan om inkopen te doen, zoals boter. Ik was alleen op de parkeerplaats en ook in de winkel de enige die nog met een winterjas aan liep. Het was behoorlijk warm geworden, ook omdat we nu alweer een stuk zuidelijker zijn. Maar dat merk je eigenlijk pas als je uitstapt. Mensen in T-shirt en zelfs korte broek, voelde me een beetje voor lul lopen maarja. Marco nog met het nummer voor pech onderweg gebeld. Want de camper wilde niet meer starten, alleen nog met de noodknop. Gelukkig konden we dit zelf verhelpen, Marco moest alleen de accukabels vast draaien, die waren tijdens het rijden los getrild, zodat ze weer contact maakte. Gelukkig.

Net voor Stanton hebben we de originele route weer opgepakt en het landschap is wat vriendelijker geworden, meer bomen, heuvelachtiger. Wel contrast met waar we vanochtend nog waren. Vooral leeg en als je door St. Louis rijdt kom je ook door woonwijken, ’t ziet er op eerste gezicht vest aardig uit. Aardige huizen met van die trapjes, alleen niet bijgehouden, afgebladderde verf en de één na de ander zit dichtgespijkerd. Daar wonen vooral de donkere mensen, en dat is zo jammer ’t kan er zo anders uitzien als ’t niet zo verwaarloosd zou zijn. Dat zag je in South Bend ook, op ’t oog een leuke wijk en ik denk dat, dat jaren en jaren geleden ook zo moet zijn geweest, zo zonde, ’t kan er veel mooier uitzien. Denk dat vooral de wat armere mensen er wonen, maar voor zulke huizen zouden wij ons krom betalen in Nederland. Houten huizen allemaal een andere kleur, met een trapje en soms een kleine veranda, tuintje eromheen. Alleen dat kennen ze hier niet echt, ik denk dat er hier niet veel hoveniers werken. Iedereen heeft gras om zijn huis met af en toe een schutting of een enkele boom en dat was het. Allemaal recht toe, recht aan lanen met bomen, een stoep en gras erom. Misschien dat er in rijkere wijken wat meer aan gedaan wordt, maar tuinarchitectuur kennen ze hier helemaal niet, dus als Marco nog eens hierheen zou willen emigreren denk dat ’t een gat in de markt is. Sowieso zie je hier eigenlijk alleen maar grote auto’s, jeeps etc. Enorme trucks die je voorbij komen alsof je 40 rijdt ipv 110, denk dat ze hier de begrenzer niet kennen. Verder zijn het allemaal aardige mensen hier, behalve dan dat mens van de Subway, die keek me aan alsof ze water zag branden toen ik vroeg welke saus erbij zou smaken. Ik vond ’t geen vreemde vraag, maar goed, over het algemeen is’t best grappig hier. Net als toen we de eerste avond in het restaurant gingen eten. Je besteld er drinken bij, ik een sappie en Marco fris en dat wordt constant bijgevuld, en daar betaal je niks voor. Na het eten koffie en thee besteld en de serveerster komt gewoon met de pot langs om bij te vullen.

Ook campings die ’t hele jaar open zijn. Als je niet voor 6 of 7 uur ’s avonds er bent kun je er gewoon  op. Je moet alleen een formulier invullen. Je bent hier altijd welkom, maakt niet uit hoe laat. Hier zijn ze veel meer gewend om ver te reizen denk met camper of motorhome, veel meer ingesteld op dat soort dingen. Vanavond slapen we op de Stanton/ Meramec KOA Campground en morgen proberen we op Route 66 te blijven, en zien we wel waar we dan weer komen.

 

ã 11 maart: Stanton, Missouri ��" Afton, Oklahoma

 

Vandaag begon weer zonnig, we zijn rond half 9 gaan rijden en zouden  zo veel mogelijk op de route blijven. De route is en begint hier ook heel lieflijk, je komt door leuke stukjes. Als je over de Interstate rijdt is het alleen maar snelweg en bij de exit-borden reclameborden en een nogal ongezellig centrum, meer zie je niet. Het centrum bestaat ook vooral uit eetgelegenheden, supermarkten en autobedrijven. Daaromheen zijn de woonwijken en voor het landelijke moet je toch echt de Interstate af. Het was heel gezellig rijden, koeien in de wei, leuke kronkelende weg en landelijke huisjes verspreid. Af en toe kom je wel door echt verwaarloosde gebieden en je ziet ook echt heel veel stacaravans waar mensen in wonen. Je hebt ze ook in een soort wijken bij elkaar maar ook langs de weg.

Het was wel een heel gezoek om op de goede weg te blijven, meestal stond pas een stuk na ’t kruispunt ’t bord met de route erop. Maar goed met de routebeschrijving en de kaart bij de hand ging het aardig. Wat ons vooral opviel was dat er wel heel veel bomen waren maar dat er ontzettend veel dood hout in zat. En ’t leek wel of er een storm heeft huisgehouden want takken die afgerukt waren en onder bomen lagen en gespleten bomen, ze stonden echt overal. En dat bleef eigenlijk in heel Missouri vanaf waar we vertrokken waren.

De lucht ging ook betrekken, hoewel het bij St. Louis nog hartje zomer leek, was ’t nu grijs. En door alle dode bomen zonder kleur en op ’t laatst veel huizen die hun originele kleur ook verloren hadden, werd het landschap steeds triester. Terwijl het er in ’t zonnetje en als alles een beetje groen is er toch een stuk vriendelijker uit moet zien.

Na de zoveelste keer over en onder de Interstate geweest te zijn en de route opnieuw te zoeken, begon ik ’t een beetje zat te worden. Want ik las meer de route als dat ik er wat van zag. En’t landschap werd je ook niet vrolijk van, misschien dat, dat verandert als we een andere ‘state’ in zouden rijden. We zijn een heel klein stukje door Kansas gereden en toen reden we Oklahoma in. En ’t is vreemd maar er waren bijna geen dode bomen meer. Wel sommige bomen waar takken aflagen of  die gespleten waren, maar ’t zag er wat opgeruimder uit. En het landschap veranderde ook redelijk snel. Het uitzicht werd wat weidser en de huizen hebben hier vaak vee, dus een stuk land met een hek eromheen. De eerste cowboy al snel gezien. Dat is nou het leuke aan deze route, geen dag is hetzelfde, elke keer ben je weer verbaasd. Alleen het weer, ’t was nu echt grijs en het begon, jawel, te regenen! In het boekje stond dat Miami een leuk plaatsje zou zijn dus zochten we daar een camping. Maar de enige camping die we zagen lag midden in het stadje en zag eruit als de parkeerplaats van een enorm hotel. Dus daar hadden we geen zin in, we zijn doorgereden en bij een klein plaatsje een camping gezocht. We vonden er één in de ‘Woodalls’ met lakeside, Grand Country Lakeside RV Park, en dat leek ons wel wat. En dat was ook zo, bij de receptie stond een bordje met ‘knock loud’ dus dat deden we en er kwam een oud mannetje aan. Eigenlijk wilde hij ons bij de andere campers zetten omdat dan de rest van het terrein niet gebruikt zou worden terwijl wij net om een plekje aan het meer hadden gevraagd. Maar opeens bedacht hij zich en zei: I have a really nice spot for you. De reden dat we niet bij het meer konden staan was doordat het nogal veel geregend had, de grond was nogal sompig, dus. Maar dit plekje was iets dichterbij het meer, en we stonden daar echt mooi. Mooi groot terrein met wat bomen en uitzicht over het meer.

We zijn eerst een stukje gaan lopen, videocamera mee. En ik zei al dat de mensen hier vriendelijk zijn, nu kwam het mannetje in zijn golfkarretje, met zijn gereedschap achterop, helemaal naar ons toe gereden om 2 foldertjes te geven. Dan konden we zien wat er nog allemaal in de omgeving te zien was en hoe groot het meer is. Hij zei dat er gister Duitsers waren die net als wij route 66 reden. En dat wij de eerste Hollanders waren dit seizoen. Schattig mannetje.

 

ã 12 maart: Afton, Oklahoma ��" Chandler, Oklahoma

 

Vanmorgen hebben we een stukje door het bos gelopen. Dieren kijken maar die hebben we niet gezien, hadden we misschien vroeger moeten opstaan. Wel sporen gezien, maar beren komen hier niet voor. Om een uurtje of 10 zijn we gaan rijden. We bleken aan het begin van een heel toeristisch stukje Afton te zitten,met veel campings, bootverhuur en strand langs het meer. Dat hadden we gister nog niet gezien omdat we vanaf de andere kant waren aangekomen. Het landschap veranderde nog steeds. Weet niet of het hier al de ‘prairies’ genoemd wordt, maar het is heel veel weiland met heel veel koeien, en boerderijen met witte hekken. Ondertussen kwam de zon al aardig door en werd het steeds warmer. We hadden onze trui al door een T-shirt vervangen en de zonnebril al binnen handbereik.

Je ziet hier zoveel kalfjes lopen. Ik denk dat de koeien hier niet zo oud worden. Ja degene die drachtig zijn. We zijn even gestopt bij een weiland, maar ze zijn zo bang, als je beweegt rennen ze al weg. Maar schattig dat ze zijn.

Ook zijn we naar Totempole Park geweest. Een stukje van de weg af en dan ga je echt over heuvels en door dalen heen. En dan ineens staat er een heel snoezig huisje met daarnaast inderdaad een enorme totempaal, hij was dan ook 30 meter. We zijn even gestopt om te kijken. Er waren nog wat meer kunstbeelden in de tuin neergezet en er was een klein museumpje met een bordje: ‘Altijd open, behalve bij extreem slecht weer’. Het leek gesloten maar de deur was wel open, en er zat een heel aardig ouder vrouwtje binnen, die ons alle informatie gaf. Zelf woonde ze al haar hele leven aan de ‘66’. Maar ze had zich nog nooit gerealiseerd dat het een historische route was, totdat ze hier ging werken en er zoveel toeristen uit de hele wereld kwamen alleen maar om die route te rijden. Vroeger was ze zelf ook wel eens met de kinderen naar Californië gereden, maar daar stond ze dus nooit bij stil. Leuk om even met haar gepraat te hebben.

Weer op de route kwamen we natuurlijk een Subway tegen en dus even stoppen om weer een lekker broodje te halen. Maar deze Subway was echt grappig, bij de meeste wordt je door jong, snel en ongeïnteresseerd personeel geholpen. Dat was bij deze wel anders. Er stonden 2 echt bejaarde dames en 1 wat jongere achter de desk. Er waren maar twee mensen voor ons die geholpen werden, dus dachten wij, we zijn zo aan de beurt. Maar nee, alles ging hier ook twee keer zo langzaam. Broodje werd gepakt, gesneden en klaargelegd, en dan het volgende broodje. En dan moet het beleg er nog op. Eigenlijk klopt er iets niet aan dit plaatje want Subway staat toch een beetje bekend als gezonde fast-food keten, en dan verwacht je niet 2 bejaarde besjes die je helpen. We moesten wel een beetje lachen, en hoewel alles wel heel langzaam ging, hadden ze wel interesse, want ze namen meer de tijd. Maar mochten er meer dan 2 mensen voor je staan ben ik bang dat je er wel een half uurtje staat te wachten. We hebben de camper tussen de weilanden geparkeerd en daar ons broodje gegeten.

Toen onderweg naar Tulsa, stad. Routebeschrijving al op schoot maar dat bleek niet nodig te zijn in Tulsa wordt ’t de hele tijd keurig aangegeven. Dat is lekker. Hoewel ze hier bijzondere musea hebben, hadden wij er niets aan aangezien op maandag dat soort dingen allemaal dicht zijn. Wel zijn we naar de ‘Counsil Oak’ gegaan. Dat is een beroemde eik, omdat daaronder de eerste vergadering onder leiding van een opperhoofd is belegd in 1836. Dat heeft-ie allemaal al meegemaakt. Nu stond er een hek omheen. Maar hij doet het nog steeds aangezien hij helemaal vol knop zat, ergens in een rustige laan. Bijzonder.

Toen weer doorgereden de stad uit, veel kleine plaatsjes door, en in Chandler aangekomen bij Oak Glen RV and Mobile Home Park, een klein RV-park. De eigenaar, die ook in een caravan woont, ziet er nogal stoer uit, paardenstaart, tand uit zijn mond. Maar toen ik even ging douchen stond erbij de wc een potje met vogelzaad en er hingen afbeeldingen van allemaal geschilderde vogeltjes. Verder is er weinig lieflijks aan, maar dat is wel grappig.

Toen we net aan het koken waren kwam er nog een trailer het terrein op.Die kwam naast ons staan, daar is onze camper dus niks bij hé. Even met die mensen staan praten, zij zijn ‘fulltime travellers’ . Ze waren in oktober vertrokken vanuit Idaho naar de warmte maar die hadden ze tot nog toe nog niet gevonden. Zelfs in Californië hadden ze het koud en waren de golven ongekend hoog, wel mooi zeiden ze. Ze kwamen nu uit het gebied waar wij heengaan en daar is het nog een stuk kouder, omdat het hoger ligt als hier. Het is hier pas sinds 2 of 3 weken warm aan het worden. En het viel mij vandaag op dat, ondanks dat het vandaag zeker warmer dan 21 graden was, waren de meeste bomen nog kaal. Alleen het gras is wat groener, en pas sinds Tulsa zie je bomen in volle bloesem staan. Daaraan kun je zien dat de winter nog niet zo lang weg is. De bloesem is wel erg mooi, hoor.

 

ã 13 maart: Chandler, Oklahoma ��" El Reno, Oklahoma

 

Vanochtend was het nog grijs toen we wakker werden van de eerste pick-ups die het terrein afreden, waarschijnlijk naar hun werk. Wel grappig allemaal stoere bouwvakkers, komt er ineens een grote man met staart aanlopen heeft-ie een piepklein hondje aan de lijn, schattig. We zijn Chandler ingereden, toen begon de zon al te schijnen, en naar het ‘Old pioneers museum gegaan. Beetje oubollig museum, maar wel leuk om binnen te kijken. Daarna de hoofdstraat doorgelopen en werden we aangesproken of we wat zochten, blijkbaar zien we er echt uit als toeristen. Onderweg nog gestopt bij de ‘Round Red Barn of Arcadia’ maar die was helaas dicht. Daarna over heuvelachtige weggetjes doorgereden naar Oklahoma-city waar de ‘big land run’ uit 18zoveel heeft plaats gevonden.

Het voordeel van steden in Amerika is dat ze altijd uit ‘blocks’ bestaan, dus dat het heel makkelijk is iets te vinden, zelfs als je verkeerd rijdt.

Wij zijn naar het ‘Meriad Park’ gegaan daar zijn de botanical gardens in een soort omgevallen ‘zoutvat’. Daar waren we wel benieuwd naar. Gelukkig konden we op een parkeerplaats aan het park parkeren want de meeste plekken waren garage’s waar wij niet in konden. Snel even broodjes gesmeerd en die in het park opgegeten. Wel eerst even onze schoenen omgeruild voor slippers en T-shirts aangedaan want het was al behoorlijk heet geworden. Alleen bij de botanical gardens hadden we pech, daar werd aan gewerkt en gingen pas in april open. Ja, dat heb af en toe je als je voor het seizoen gaat reizen. Verder door het park gelopen waar heel veel schildpadden in en langs het water zaten te zonnen.

Toen een stukje de stad ingelopen op zoek naar een winkelstraat, maar zoals wij dat kennen hebben ze dat hier helemaal niet. Het zijn allemaal blocks waar je, je auto parkeert, echt gezellig,nou nee. We zijn naar Bricktown gelopen, hebben het honkbalstadion gezien en toen langs een wat gezelliger stukje met eettentjes weer terug. Eigenlijk zochten we het Visitor Centre om te vragen naar een internetcafé. Want bij de meeste campings heb je alleen wire-less. Het Visitor Centre lag dichterbij dan we dachten, want het was bijna tegenover de parkeerplaats. In zo;n enorm gebouw dat hermetisch dicht lijkt te zitten. Je ziet alleen spiegelende ramen en je begint jezelf af te vragen of je hier wel moet zijn of dat het eigenlijk voor ‘business-people’ bedoeld is. Het lijkt allemaal heel koud en afstandelijk maar doe je de deur open hoor je meteen: Hey good afternoon, how are you? Can I help you? Heel vriendelijk kregen we uitleg waar we alles konden vinden. En internetten kon bij FedEx 2 blocks away. Daar zijn we maar even heengegaan om een berichtje te sturen naar iedereen.

Toen weer terug naar de camper. Bij ’t uitrijden van de parkeerplaats zei de jongen in het hokje: Have a nice day! En mochten we zonder te betalen doorrijden. Aardige mensen zeg. Toen we weer back on track waren, kwamen nog een stuk historisch gebied van de stad. Zeg maar een villawijk, en het waren geen kleine huizen die hier neergezet zijn. Je rijdt eigenlijk zo uit Downtown door een woonwijk met allemaal bloesembomen en mensen die hun tuintje maaien, maar het is nog steeds stad. En daarbuiten heb je weer die lelijke strips met één en al reclameborden en fast-food ketens. We hebben de interstate weer opgepakt en reden de stad uit. Ondertussen werd het al behoorlijk laat en zijn we bij El Reno bij Hensley’s Best Western RV Park gestopt. Je parkeert je camper hier eigenlijk in de achtertuin van ’t motel, en het was niet echt goedkoop. Maar ze hadden laundry en we wilde graag wassen. Bij de receptie vertelde ze dat het hot breakfast ook voor de mensen van het RV Park was. So, wat een luxe, dat is wel lekker een keertje geen ontbijt hoeven maken. ’s Avonds ‘lekker’ de was gedaan, en voor ’t eerst vielen we niet om half 9 al in slaap, maar hebben we het tot half 11 uitgehouden.

 

ã 14 maart: El Reno, Oklahoma ��" Amarillo, Texas

 

Vanochtend eerst lekker ontbeten in ’t motel met scrumbled eggs, toast, jus, koffie en thee en een broodje met een soort ragout. De tv stond aan dus we konden gelijk het weer kijken, en deze hele week zou het nog zonnig en warm zijn. Dan zijn wij natuurlijk allang weer weg maar het is een goed teken. Vanochtend was het in ieder geval nog grijs en mistig toen we El Reno verlieten en de 66 weer opzochten. Het landschap was wat weidser geworden, met vooral uitgestrekte vlaktes waar koeien oplopen, en hier en daar een ranch. De weg staat hier slecht aangegeven. Dus we moeten het echt van de beschrijving uit het boekje hebben en dat gaat ons aardig af. Hier gaat de 66 weer nogal wat onder of boven de I-40 langs, en na de tiende keer de weg zoeken ga je wel naar de Interstate verlangen. In elk geval is het zonnetje gaan schijnen, en dat is zo gebleven de rest van de dag.

In Clinton zijn we naar het Route 66 museum gegaan, ziet er al mooi uit van de buitenkant, het is klein maar wel mooi van binnen. We moesten natuurlijk ’t gastenboek tekenen, dat vragen ze overal waar je komt, en zagen dat er gisteren nog meer Nederlanders ’t museum bezocht hadden. Verder natuurlijk Duitsers, we zagen mensen uit Italië en zelfs Japan. We kregen een discman mee en konden beginnen. Het is wel lastig luisteren en lezen tegelijk, ’t is beter eerst te wachten tot die vent alles heeft verteld en daarna pas zelf te lezen. Leuk museum en gelijk wat gifts voor thuis gekocht. In de camper gegeten en Richard gebeld om hem te feliciteren met z’n verjaardag. En toen weer verder gereden. Al snel de Interstate opgezocht omdat het totaal niet opschoot en de originele route in een zandpad zou veranderen, een heel stuk. Bij Elk city er weer af en inderdaad dat was een city zoals elk ander. Het landschap begint nu steeds kaler te worden en de kleine plaatsjes waar je doorheen komt steeds verwaarloosder, oud en verlaten. Veel oude gebouwen, ook veel dichtgespijkerd. De weg is breed in zo’n dorpje, maar er is niets, en de reclameborden die er nog staan zijn van dingen die er helemaal niet meer zijn. Een gedeelte van vroeger met een motel, was nu een garage vol met oude spullen, ’t ziet er wat afgelegen en troosteloos uit. Dat staat ook in het boekje. Niet alleen de Interstate heeft er aan bij gedragen dat de kleine dorpjes, waar de route doorheen kwam, bijna geen inkomsten meer hadden. Ook konden veel kleine bedrijfjes gewoon niet op tegen die grote bedrijven. En veel mensen die hier toch nog wonen zitten behoorlijk in de schulden, waardoor zelfmoord en criminaliteit steeds gewoner worden, wat zonde toch. Je wilt toch geen land dat alleen bestaat uit Mc Donalds, Taco Inns en All Days?? Alles kun je hier met de auto doen, we hebben zelfs al een drive-thru pharmacy gezien!! En welgeteld 3 fietsers, waarvan 2 wielrenners.

Wat ook opvalt is dat wij het mooi weer vinden dus  als we ergens aankomen en het is nog warm zetten we de stoelen buiten en eten we lekker voor de camper. Maar we zijn elke keer de enige, je ziet bijna niemand, iedereen gaat z’n camper in, doet de gordijnen dicht en zet waarschijnlijk zijn tv aan. ‘t Scheelt natuurlijk dat wij die niet hebben. Misschien komt het wel omdat het, het grootste gedeelte van het jaar behoorlijk warm is, ik weet het niet.

In Sayre kwamen we een mooie muurschildering tegen en zijn we gestopt om er een foto van te maken. Het bleek de muur van een klein barretje te zijn. Die er ook maar even op zetten. We stonden nog wat te kijken toen er een jonge vent naar buiten kwam, hij keek ons even aan en vroeg toen: Are you travelling? Where are you going to? Daarna stelde hij zich voor en deden wij ons verhaal. Hij was opgegroeid in Californië, maar woonde nu hier omdat het barretje van zijn vriendin was. Het is hier veel rustiger en wel afgelegen, hij woonde vlakbij. Verder wenste hij ons een goede reis en moesten we een beetje uitkijken voor ‘mean’people, most of them are good , but there always some bad. Was een leuk gesprek, jammer dat we hem niet gezegd hebben dat zijn muurschildering in ’t boek staat en dus echt ‘famous’ is in Holland.

Weer verder door nog 2 piepkleine dorpjes en zo reden we Texas binnen. Het landschap was al weids maar nu rijd je echt door de prairies, met aan de ene kant telegraafpalen en natuurlijk de Interstate aan de andere kant. We hebben wel wat RV Parken gevonden, maar zoals alles hier stonden we dan op verlaten stukken land met hier en daar een camper, die er zo te zien al even staan. Dus zijn we maar doorgereden naar Amarillo. Daar konden we uit genoeg campings kiezen, helaas allemaal langs de Interstate dus die hoor je goed. Het is de Sundown Campground geworden, de eigenaar is erg aardig. We mochten gratis internetten en zelf een plekje uitzoeken op het park. Eigenlijk is het een vierkant stuk land, waar je allemaal in een rijtje staat, net als een parkeerplaats. Maar goed we blijven geen week, morgen gaan we wat dingen doen in de omgeving, dus doen we wat rustiger aan. Weer lekker in ’t zonnetje gegeten, maar het koelt snel af, dus nu zitten we weer binnen te lezen en te schrijven. Ga zo maar aan de kaarten beginnen.

 

ã 15 maart Amarillo, Texas ��" Tucumcari, New Mexico

 

Vanochtend redelijk vroeg opgestaan, toast gemaakt, we hadden geen boter meer vandaar. We hadden ons luchtig aangekleed aangezien ’t gister nogal warm was, maar daar vergiste we ons in. Er was wind opgestoken en die was niet warm. Als eerste naar de Cadillac Ranch gereden, dat was vlakbij onze camping kwamen we achter. Het is een ‘tribute’ aan Route 66, dus dat moet je gezien hebben. Ze hebben in een weiland een aantal Cadillacs, met hun neus in de grond, schuin rechtop gezet. En er spuitbussen bij gezet, alle bezoekers mogen er wat opspuiten, alleen vonden we geen volle meer. De koeien staan er gewoon bij te grazen, dat is wel grappig.

Daarna zijn we naar het Palo Duro Canyon State Park gereden. Deze 2de grootste canyon van de US werd uitgesleten door de Dog Town Arm van de Red River. Eigenlijk rijd je door een heel plat landschap, alleen maar weides en koeien. Je verwacht hier helemaal geen canyon. Hij is dan ook bij ‘toeval’ ontdekt, oké de indianen hadden hier al eeuwen geleefd, maar die zijn verjaagd doordat de ‘white men’ alle bizons uitroeide en ze geen nieuwe voedselvoorziening hadden. Daarna is hij herontdekt door natuurlijk een ‘white man’. Als we er bijna zijn komen er inderdaad scheuren in het landschap en zie je stukken uitgesleten rots. Eigelijk kom je boven aan en kijk je opeens uit over een vlakte die veel dieper ligt. Dat komt ook omdat je in Texas ongemerkt al een stuk hoger zit dan zeeniveau. Maar doordat alles plat is merk je daar niets van. Behalve nu. We zijn met de camper naar beneden gereden. En eigenlijk is het een soort mini-canyon waar ze een vakantiepark van hebben gemaakt. Ergens wel leuk, maar het ruige is er wel een beetje vanaf. Overal picknickplaatsen, uitgezette loop- en fietspaden, campingplaatsen, zelfs een theater. Oké dit is maar een klein gedeelte van de  canyon, maar wel het mooiste deel.  We hebben de camper neergezet en zijn een 2-mile Round trail gaan lopen, alleen liep deze niet echt Round, waarschijnlijk bedoelde ze daar iets anders mee (of zijn wij verkeerd gelopen). Maar wij kwamen een stuk verder uit en toen stopte de trail er gewoon mee. Dus konden we het ‘hele end’ weer teruglopen. Zelfs nog herten gezien, die werden constant opgejaagd door gillende kinderen en op mountainbikes scheurende families. Daarna hebben we even wat gegeten op een picknickplaats maar het was erg koud, door de wind. De lucht begon te betrekken dus zijn we langzaam weer de canyon uitgereden.

Nog even bij het Visitor Centre langsgegaan om te kijken hoe het is ontstaan en hoe oud het is. De onderste rode laag is 225 miljoen jaar oud, daarna krijg je de bruine laag in de periode van de dinosaurussen en tenslotte de oker laag die was maar 2 tot 10 miljoen jaar oud. In de tussentijd zijn er wel verschillende klimaten op die plek geweest van hele natte jaren tot verschrikkelijke droogte. Archeologen hebben ontdekt dat er vanaf 12 duizend jaar terug mensen in leefde. Verder hebben we bij de uitgang nog een ‘Long Horn’ op de foto gezet.

Toen terug naar Amarillo gereden, de eerste vinexwijken rond de stad worden snel zichtbaar. Het zijn eigenlijk de eerste die we zien, vooral grote villa’s allemaal dezelfde in keurige rijtjes. En van steen. Veel oudere huizen die we gezien hebben zijn van hout met veelal veranda’s, maar deze huizen lijken meer op die we ook in Nederland zien. Denk dat Amarillo steeds groter en groter aan het groeien is, in een hoog tempo. Dat zie je ook aan de bedrijven rondom de stad, allemaal nieuw op kale stukken land. Nog niets eromheen. Sowieso is het erg kaal, en vraag ik me af waar de bomen gebleven zijn. Maar het zal wel bij het landschap horen.

De Interstate weer gevonden en verder naar ’t westen. Vandaag naar New Mexico. Het was al half 4 toen we gingen rijden, dus we zullen weer niet vroeg op een camping staan denk ik. Maar 1 voordeel de staatsgrens tussen Texas en New Mexico is ook gelijk een tijdgrens . Dus daar konden we ons klokje een uur terugzetten en ‘wonnen’ we weer een uurtje. Route 66 ligt heel deze route echt naast de Interstate, soms is het gewoon de Interstate, en dat is eigenlijk wel jammer.

Toch als we dichterbij de grens van New Mexico komen, komen er in ’t gele gras langzaam een soort struikjes. En vlak voor de grens zien we aan de rechterkant opeens een tafelberg!

De desert is dichterbij dan je denkt, want voor je het weet gaan we de diepte in en laten we het hoger gelegen Texas, met z’n gouden velden, achter ons.

Het landschap veranderde eigenlijk gelijk in rode aarde met heel veel bosjes en hier en daar lage bergen. Ook hier staan koeien en paarden maar die zie je bijna niet door de struiken.

Over de staatsgrens is er gelijk een piepklein Visitor Centre, waar je gratis koffie krijgt. Wat een aardig welkom. Je wordt erop geattendeerd dat je horloge een uur terug moet, en je krijgt een folder mee over New Mexico. Een Amerikaan die voor ons staat zegt dat hij dit nog nooit heeft meegemaakt langs de snelweg, een rest-area met mensen erin.

We pakken Woodalls er weer bij en kijken uit welke campings we de keuze hebben. Dat zijn er aardig wat in Tucumcari, dus het zal wel een aardig groot plaatsje zijn.

Het plaatsje ziet er op het eerste gezicht best aardig uit. Het doet me zelfs een beetje aan Mexico zelf denken. Overal lage en gekleurde huisjes en je ziet wat meer indianen, tekens en winkeltjes langs de weg. Morgenochtend gaan we het wel bekijken nu naar de camping, de KOA of Tucumcari, want het is al half 7 en we moeten nog gaan eten, douchen en over de camping wandelen,etc.

 

ã 16 maart: Tucumcari, New Mexico ��" Santa Fe, New Mexico

 

Het was weer grijs vanmorgen, maar dat zegt hier niets over de rest van de dag. De wind is in elk geval gaan liggen, dus ’t voelt buiten een stuk aangenamer aan.

Om half 9 konden we ons ontbijt ophalen, maar om 7 uur waren we al wakker, waarschijnlijk weer door het tijdsverschil. Het ontbijt was niet veel, 2 warme broodjes met een soort ragout en ik had een sausage en Marco bacon and eggs. Maar allebei in ’t mini, we hebben zelf brood erbij gepakt.

Er zaten wel 2 leuke katten om de hoek.

Daarna zijn we gaan rijden, eerst Tucumcari nog even in om een foto te maken van de mooie muurschilderingen. Daarna bij een tipi-giftshop gestopt. Zoals alles hier lijkt het dicht, maar er staat een bordje met open, en dat is dan ook zo. Alleen in Nederland zetten ze wat spullen buiten de winkel om te laten zien dat-ie open is, hier niet. Er zat een oudere man in de winkel met z’n hondje. Hij en het hondje op schoot of naast hem en dat werd heerlijk geaaid.

We hebben hier een mini-tipi gekocht voor Ma en Tom, waar een soort scentet wood in kan doen, zodat het lijkt alsof hij rookt.En voor mezelf een windvanger,deze maakt een mooi geluid als de wind waait, heel vriendelijk en zacht.

Eigenlijk vond ik alles hier vrij goedkoop, maar dat komt ook omdat het een klein plaatsje is waar niet veel te doen valt. De meeste toeristen zullen wel doorrijden en dat is eigenlijk heel jammer.

Daarna doorgereden naar Santa Rosa, dat bekend staat om zijn meertjes. Er zijn daar natuurlijke waterbronnen en dat verwacht je niet in zo’n droog gebied. Even bij het Visitor Centre gestopt en toen naar de ‘Lakes’. Het is heel klein allemaal, maar wel bijzonder voor hier, denk.

Voorbij Santa Rosa ga je eindelijk een stuk van de Interstate af,  en rijd je naar het noorden. Dit is de route zoals die voor 1937 liep, met een omweg naar Albuquerque dus. Maar wel een hele mooie.

De wolken waren weer bijna allemaal verdwenen, en ’t begon al weer aardig warm te worden. Het wordt ook wat heuvelachtiger en in de verte zien we zelfs sneeuw op de bergen liggen. Erg mooi hier zeg.

Dan gaat de weg bij de volgende Interstate eigenlijk links, maar wij zijn naar rechts gegaan. Naar ‘klein’ Las Vegas, dat is een klein stadje met een historisch centrum en daar zijn we wel benieuwd naar. Ook hier als je binnenkomt rijden een beetje vervallen huizen en overal ligt er rommel omheen. Gewoon verder de bordjes volgen en dan is er opeens een klein park met een paar straten met oude huizen. Dat zijn we nog niet veel tegengekomen. Het ziet er ook gezellig uit, ’t wordt ook bijgehouden, en de huizen zijn in vrolijke kleuren geschilderd.

We zijn door het centrum gewandeld en hebben koffie en thee met een broodje bij het plaatselijke coffee huis gehaald. In ’t park opgegeten.

Daarna nog een Art and Stones winkel bekeken en die was inderdaad 2x zo duur als het winkeltje in Tucumcari! Wat toeristischer, maar ze hadden wel veel. Toen weer terug en richting Santa Fe gereden. Voor Santa Fe is nog een nationaal historisch park en dat wilde we ook nog even bekijken. Net op tijd want het was al 4 uur en om 5 uur sluit het park, maar de man bij het Visitor Centre zei dat we ’t makkelijk in een uur zouden redden, dus hebben we op ons gemak rond gekeken. Het is een soort ruïne, en rond 1500 hebben hier mensen gewoond. Wel hadden ze het een beetje opgeknapt zodat het weer toonbaar werd. Zodat je, je een voorstelling kon maken hoe het er vroeger uitgezien moet hebben. Gelukkig stonden er overal plaatjes bij.

Terug op de parkeerplaats stond er nog een Road Bear camper en nu zaten er ook mensen in.Ze wilde net wegrijden, maar toen ze zagen dat wij ook naar de camper liepen spraken ze ons aan. Ze kwamen uit Friesland en hadden net de wat zuidelijkere staten achter zich gelaten. Ze wisten te vertellen dat het hier 2 weken geleden nog gesneeuwd had, en dat ‘t mooie weer nu pas een beetje op gang kwam.

We hebben onderweg inderdaad sneeuw in de berm zien liggen, maar waren in de veronderstelling dat, dat kwam omdat we wat hoger zaten. Zij sliepen alleen soms op parkeerplaatsen van grote supermarkten of op een ‘staatscamping’, omdat dat gratis is of een stuk goedkoper. Maar wij staan liever op een ’gewone’ camping, zeker omdat ik het niet prettig vind om ergens alleen te staan zonder voorzieningen.

We hebben elkaar een goede reis gewenst en zijn toen naar Santa Fe gereden.

De campings gaan hier allemaal net open, het seizoen is eigenlijk net begonnen. De camping waar we nu op staan, Rancheros de Santa Fe Campground, is pas sinds gister open tot november. De eigenaren vertelde ook dat het hier nog steeds kon gaan sneeuwen, maar nu bleef het waarschijnlijk wel even mooi. Verder verschijnen er net voor Santa Fe allemaal huizen in de heuvels, en dat zijn geen kleintjes. De buitenkanten zijn wel allemaal van leem, in vrolijke kleurtjes en in een leuke, ik denk, ‘Mexicaanse’ stijl gebouwd. Omheiningen zijn ook allemaal lemen muurtjes en ’t ziet er gezellig uit. Je zou bijna zeggen dat je in een heel ander land bent, maar ook dit is Amerika.

Voor het eerst krijg ik echt een vakantiegevoel, ’t warme weer , vriendelijke mensen, ’t lijkt wel een zomervakantie. Vanavond zijn we weer buiten gaan eten en heeft Marco eindelijk een vuur aan kunnen steken.

 

ã 17 maart: Santa Fe, New Mexico ��" Albuquerque, New Mexico

 

Vandaag gaan we niet ver rijden maar op ons gemak rondkijken in Santa Fe.

Er moet een ‘Old Town’ zijn waar vooral veel Art and Jewellery moet zitten. Vroeger vestigde vooral de kunstenaars zich hier, tegenwoordig ook mensen die het jachtige leven achter zich willen laten, hier een huis bouwen en een bijbaantje zoeken. Over het algemeen mensen met geld dus. Het valt op als je de stad inrijdt dat alles zo netjes is. Natuurlijk begint het weer met de overbekende reclameborden, maar hier geen rommel en halfvergane huizen, alles is kleurig en schoon

The Old Town wordt je vanzelf heen geloosd en algauw stonden we midden op the plaza met onze camper. We zagen wel een parkeerplaats, maar omdat we een RV hadden namen we wel 3 plaatsen in, en dat zou algauw op $20 komen 2 uurtjes parkeren. Nou we kijken wel even verder! Twee straten verder achter de kerk was een grote parkeerplaats, en die jongen zei: probeer hem maar achteruit in dat vak te parkeren, dan heb je maar 1 vak nodig. En dat is $1,80 per uur. Kijk dat is nog eens wat anders. We stonden gelijk in het centrum, er zijn zoveel leuke straatjes dat je niet weet waar je moet beginnen. Na een paar winkels en galeries gezien te hebben, hebben we eerst koffie en thee gehaald, en zijn in ’t park gaan zitten om rond te kijken. Het trekt toch een heel gevarieerd publiek. Ook wel artistieke types natuurlijk, en wat rijkere mensen. Mensen die graag gezien willen worden, ’t leek wel een beetje op de boulevard van Scheveningen, waar iedereen rondjes rijdt in hun mooie, lelijke, dure auto, motorrijders natuurlijk. Er stond een jongen gitaar te spelen, en mensen zaten op ’t gras te picknicken. Heel gemoedelijk, gezellig.

Bij ‘the oldest building in the USA’ zaten ‘Indianen’ op de veranda met hun uitgestalde waren. En daar zijn we langs gelopen, heb er een armbandje gekocht natuurlijk. Veel giftshops en Art-gallery gezien en ondertussen konden we onze trui en vest wel uitdoen. Even aar de parkeerplaats gelopen om er nog 2 uur bij te kopen, veel te leuk hier. Marco wilde op zoek naar het symbool van de traveller. Dat hebben we de vorige vakantie gezien in Frankrijk, en sindsdien komen we het natuurlijk nergens meer tegen. Mensen van de galeries stuurde ons naar de giftshop van de katholieke kerk, daar kennen ze natuurlijk wel beschermheilige enzo, maar dat bedoelen wij helemaal niet.

Na nog wat rond te hebben gelopen, waren de 2 uur zo weer om. Tijd om naar Albuquerque te rijden en een camping te gaan zoeken.
We hebben de originele route langs de Interstate weer gevolgd, en dan rijd je door allerlei dorpjes in plaats van er alleen langs. Daar kwamen we in Bernalillo een kunstgalerie tegen die in een oud tankstation van route 66 zat. Ze hadden het verbouwd en ’t nu Art Gallery 66 genoemd.

Het is een leuk gebouw. Buiten staat kunst van staal vooral en binnen heel kleurrijke vrolijke kunst van verschillende kunstenaars. Ik heb een ‘purple horse’ gekocht, een heel abstract figuurtje, maar heel grappig. Uit staal, ik denk gebrand. Hij was maar $8, daar kan je het toch niet voor laten liggen, omdat we helemaal uit Holland kwamen. Maar dat zullen ze wel tegen iedereen zeggen. Leuk om gezien te hebben. Aardige man, we kregen ook nog een poster mee. Toen naar Turquoise Trail RV Park gereden, in Cedar Crest net boven Albuquerque.

 

 

 

 

ã 18 maart: Albuquerque, New Mexico ��" Gallup, New Mexico

 

Het zonnetje scheen al toen we wakker werden, de eerste campers waren alweer vertrokken, en het was denk beter geweest als wij ook wat vroeger waren vertrokken. Dan hoef je niet zo op de tijd te letten.

We proberen een beetje het schema van het boekje aan te houden, en vandaag ging dat naar Gallup, maar was er ook nog best veel te zien onderweg. Nadat we de Interstate al snel verlieten zaten we gelijk op de 66, en die komt door het interessante gedeelte van Albuquerque, ‘Old down Town’. Eerst rijd je kilometers over de ‘strip’, waar alle eettentjes, benzinestations en autohandelaren zitten en dan heb je één piepklein stukje Downtown, maar dat is meestal het gezelligst. Alleen is het zondag vandaag, dus de meeste dingen, behalve de coffeehuizen, zijn dicht. We zijn nog even naar ’t historical museum geweest. Daar gaat een gedeelte over de ‘windtalkers’. Dat zijn Navajo- en Hopi indianen die in o.a. de Tweede Wereldoorlog en de Vietnamoorlog geholpen hebben door geheime boodschappen in hun eigen taal te versturen zodat niemand ze begreep. Het kenmerkt Amerika wel dat ze hun eigen bewoners eerst als uitschot behandelen, en als de nood dan aan de man is, moeten ze ineens helpen. De Indianen zijn erg trots op wat ze gedaan hebben voor Amerika, ondanks dat ze niet erg netjes behandeld zijn door de Amerikanen voor en ook weer na de oorlogen! Het museum laat dan ook veel trotse indianen zien, maar zegt er wel bij dat het niet erg netjes was allemaal. Verder gaat het vooral over de geschiedenis van de Indianen. Dat ze vredig leefden totdat de Spanjaarden kwamen in New-Mexico. Die verwoestte alles en roeide stammen uit of verdreven ze. Waarna ze zich het land toeeigenden. Wat een vreemd volk, dat je ergens komt en het meteen als van jouw ziet. Vandaar dat je zoveel Spaanse plaatsnamen tegenkomt in New-Mexico.

Toen zijn we verder gereden. De hele oude route, die eerst naar het zuiden gaat en dan weer naar de Interstate terugkomt, hebben we overgeslagen. We wilden naar Acoma, beter bekend als Sky City, een Indiaanse pueblo die de moeite waard moest zijn, maar wel een stukje van de route aflag. Ter hoogte van Paraje de Interstate afgegaan en over de 23 naar ’t zuiden gereden, onderweg kwamen we 1 auto tegen. Je rijdt eigenlijk meteen de ‘middle of nowhere’ in. Het gebied is hier echt woestijn geworden, met indrukwekkende bergen, kale vlakten en hier en daar bosjes. Bomen worden hier niet erg hoog omdat het een zeer droog gebied is. Na ongeveer 20 minuten rijden, reden we Sky city in alleen zagen we nog niets. Wel 2 enorme rotsen en op 1 daarvan is Sky city gebouwd. Alleen daar mag je niet zomaar inrijden of heenlopen, tenzij je een native bent. Er gaat om het uur een busje met toeristen naar boven en je mag daar alleen met een gids rondlopen. Foto’s maken mag alleen als je een ‘vergunning’ van $10,- gekocht heb. Toen wij aankwamen was het busje net vertrokken, dus zijn wij vast de film gaan kijken en hebben nog wat gegeten in de camper. Eindelijk boven hadden we een heel erg grappige gids. Ze woont er zelf ook en ’t is een hard bestaan, ze hebben geen stromend water, geen elektriciteit en vrouwen zijn hier de baas, altijd al geweest. Je moet met iemand van de stam trouwen, anders mag je er niet meer wonen. En als je toch met iemand van een andere stam trouwt en je krijgt kinderen dan mogen die er nooit komen, omdat ze halfbloed zijn. Mensen leven hier voor een klein deel van het toerisme en voor een groot deel van het gokken. Niet dat ze dat zelf doen, maar ze beheren een casino dat naast de snelweg ligt. En dat heeft ze geen windeieren gelegd. Toch is er op de rots uit principe geen enkele luxe te bekennen, behalve dan de auto’s. We mochten overal foto’s van maken, behalve van de kerk en de begraafplaats deed je dat toch dan werd je rolletje of kaartje vernietigd, en je toestel in beslag genomen. Verder werd er verteld dat er in dit gebied 3 heilige bergen zijn en precies in het midden ligt deze rots met daarop Acoma. Het is dus ook een heilige, spirituele plaats wat ook weer mensen aantrekt. Het is wel bijzonder om zo hoog te lopen door het dorpje en over de vlakte uit te kijken, maar het is ook wel erg toeristisch.

Ondertussen is het al ’t eind van de middag en willen we toch nog Gallup halen, anders maken we helemaal geen kilometers vandaag.

We komen nog door wat kleine plaatsjes en gaan dan de Interstate op. Om even later, met de ondergaande zon voor ons, Gallup in te rijden en voor het eerst bij de  McDonalds te stoppen om ongegeneerd een Big Mac te gaan eten. Dat viel even tegen want die zijn net zo groot (of klein) als bij ons!

Verder op is de USA RV Park onze camping voor vanavond en daar is eindelijk een laundry open, het eerste wat we vanavond gaan doen is dus wassen!

 

ã 19 maart: Gallup, New Mexico ��" Holbrook, Arizona

 

Vanochtend hebben we van het brood wat we nog hadden, en al oud begon te worden, toast gemaakt, met kaas en suiker was het nog best te eten. Maar ’t was niet om over naar huis te schrijven. Het weer hoef ik ‘t eigenlijk ook niet meer steeds over te hebben, het is gewoon zonnig en ’t wordt aardig warm ’s middags, hoewel we hier aardig hoog zitten.

Voordat we Gallup uitreden nog even naar een Indian Trade Center geweest, daar heeft Marco een zonnebril gehaald en ik een deken voor Mel.

Toen weer verder gereden tot aan Lupton waar de Chief Yellow Horse Trading Post zat. Het grootste van Arizona en omdat ik wist dat het groot zou zijn had ik eerst zoiets van: Nee dit is het niet. Maar dit was toch echt al Lupton, dus konden we weer keren bij de volgende exit. Sorry Marco. Het is eigenlijk een verzameling winkeltjes tegen een mooie hoge rotswand aan, en ’t ziet er best opvallend uit. Daar kon ik het natuurlijk niet laten om wat mooie edelstenen te kopen en het plaatselijke hondje te aaien, daarna gingen we weer verder. Van hier is het een aardig stukje Interstate, en dan kom je vanzelf bij exit ‘Petrified Forest en Painted Dessert’. Daar zijn we heengegaan en hebben er geen spijt van. Eerst het Visitor Center bezocht en ik gaf per ongeluk een eurocent ipv een dollarcent. Maar het vrouwtje achter de balie was zo enthousiast, ze had nog nooit een euro gezien. Toevallig had ik er nog een paar in mijn portemonnee en heb er twee gegeven. Toen het park in, alles gaat hier met de auto en dat is in dit geval best handig want de route is 28 miles. Maar je bent de eerste bocht nog niet door of je kijkt je ogen al uit. Painted Dessert is niet voor niets aan deze naam gekomen. Je kijkt over een soort heuvelachtige vlakte uit, die lager ligt dan het omliggende gebied. Vandaar dat je het vanaf de Interstate ook niet ziet liggen. En het is van lila tot roze tot geel tot grijszilver. Echt heel mooi, we bleven bij iedere bocht stoppen om foto’s te maken. Op één punt kon je ,bij helder weer, als je goed keek de San Francisco Mountains zien liggen, die zijn 193 km ver. En als je goed keek zag je de sneeuw op de toppen liggen. Maar zo ver kijk je dus, en daar tussen is alleen maar Dessert.

Dan draait de weg, je gaat de Interstate over naar het zuiden en het landschap veranderd, deze keer weer in zilverachtige heuvels, teepees genoemd. Ook vind je hier rotstekeningen van ±800 jaar oud, mooie figuren op rotsblokken. Je kon er niet te dichtbij komen want er stond een hekje voor. En er werd vriendelijk verzocht om op de paden te blijven. Maar hier kun je ze nog zo zien, dat was vorig jaar in de Ardeche in Frankrijk wel anders. Daar waren grottekeningen, wel wat ouder dan deze, en daar had ik me helemaal op verheugd. Maar dat was dus niet open voor het publiek, je kon er wel een mooie foto van kopen, maar dat is toch niet echt leuk. Je wil het zelf zien anders kun je net zo goed thuis een boek erover lezen. Verder nog wat uitzichtpunten en allemaal de moeite waard. Kleine trails van 1 of 2 miles , die je kunt lopen. En we kwamen een mannetje tegen die we ‘s ochtends ook al bij Yellow Horse zagen, daar stond hij grapjes te maken met Marco over vrouwen die altijd maar spullen kopen maar niet voor hun, toen zei ik nog: I heard you!

En toen we later een stukje liepen tussen de Petrified Forest splinters en stukken boom, werden we opeens aangesproken in het Nederlands. Een vrouwtje dat daar liep, met haar man, had ons horen praten en vroeg waar we vandaan kwamen. Dus ik zei Boskoop,weet niet of u dat kent? Maar dat kon ze wel want daar hadden de kinderen van haar broer een poosje gewoond. En ze had het eens bezocht met haar man. Zelf kwam ze uit Den Haag maar nu woonde ze alweer 40 jaar hier,nu in Phoenix, Arizona. Het weidse en het klimaat hier bevielen goed maar Boskoop vond ze juist weer gezellig en daar moeten we haar wel gelijk in geven. Nederland is, als je het hier gewend bent, eigenlijk heel benauwd, klein en ook wel een beetje truttig, maar wel gezellig. Met z’n straatjes, binnenstadjes, oude gebouwen, groen en grachten. Dat zie je hier zo weinig. Elke plaats en vooral de ‘strip’ zou overal in Amerika kunnen liggen. D’r moeder was pas overleden en daarom was ze vorig jaar nog in Nederland, nu wonen alleen d’r broers er nog. En daar zou ze niet zo snel voor terug vliegen. Haar kinderen wonen gewoon hier (denk dat ze met een Amerikaan uit Phoenix getrouwd is.). Zulke gesprekken zijn leuk, kom je hier iemand tegen in de dessert in Arizona en misschien ken je wel dezelfde mensen in Boskoop. We hebben eigenlijk niet gevraagd hoe ze heten, dat is wel stom. En zo vliegt de tijd want ’t is alweer eind van de middag als we het park verlaten. Nog even bij de giftshop gestopt, waar een druk pratend mannetje de winkel bestierde. Hij verkocht natuurlijk stukjes Petrified Wood. Wij hebben een steen gekocht, een geode. Volgens de Wikipedia is een geode een holle of gedeeltelijk holle, globevormige knol die aan de binnenkant begroeid is met kristallen. Meestal zijn geodes tussen de 2,5 en 30 centimeter groot, maar dit kan sterk variëren. Een geode bestaat uit een dunne maar hechte buitenlaag van silicamineralen, meestal gevuld met een laag kwartskristallen zoals amethyst of rookkwarts, maar er kan zich ook rutiel of calciet in bevinden. Er zijn zelfs exemplaren waarvan de holte water bevat. Ze zouden zijn ontstaan als "bellen" in het vloeibare magma dat in een kraterpijp opsteeg tijdens een eruptie. De onze heeft een hele mooie binnenkant, dat is een verassing want als je hem koopt is het nog een hele steen. Dat wil zeggen de 2 helften zitten tegen elkaar aan verpakt in het plastic dus de binnenkant zie je niet. In het hoogseizoen is er iemand aanwezig die ze ter plekke doorzaagt, in het laagseizoen helaas niet dus wij hadden pech en konden niet zien hoe dat gaat. Hij had ook fossielen en nog meer archeologische dingen, in Nederland ligt dat in het museum, maar hier kun je het met ponden tegelijk kopen.

Daarna zijn we naar Holbrook gereden en daar zijn natuurlijk veel winkels met reclame: Free ½ pound Petrified Wood. En versteende boomstammetjes van miljoenen jaren oud worden hier gebruikt als afscheiding van de parkeerplaats. Heel bijzonder, of toch niet? Holbrook is ook de plaats van het beroemde Wigwamhotel, dus daar zijn we ook even wezen kijken, alleen kijken want slapen deden we op het OK RV Park,LLC. Vandaag zijn we dus niet veel verder gekomen, maar het was wel weer erg mooi.

 

ã 20 maart: Holbrook, Arizona ��" Flagstaff, Arizona

 

Goed geslapen vannacht, we stonden vroeg op dachten wij. Maar in werkelijkheid was het nog vroeger, want Arizona doe niet aan zomertijd. Daar kwamen we achter toen we bij de receptie kwamen om de gratis koffie met muffin op te halen voordat we weggingen. Het was dus niet kwart voor 9, maar pas kwart voor 8, weer een uur gewonnen. Dat betekent wel dat ik vanmorgen om 7 uur al onder de douche stond, had ik dat geweten…

Na de White Saloon, de dino’s, de muurschildering en het postoffice op de foto te hebben gezet zijn we weer de Interstate opgegaan richting Winslow. Dat is een stadje, of eigenlijk piepklein dorpje, waar nog veel historische dingen staan. Zo is ’t railway station en het Posada hotel ernaast gebouwd in 1887 in haciëndastijl. Dat wilde ik graag zien. Het station wordt niet langer gebruikt, maar het hotel is nog helemaal mooi en er wordt nog steeds gebruik van gemaakt. Hierna zijn we de Interstate opgereden, dat kon niet anders want de route loopt hier over de Interstate. Op naar Meteor Crater. Hoewel wij dachten dat ‘even’ te doen, denken ze daar hier heel anders over. Natuurlijk is er weer een loket en moet je $15,00 per persoon betalen om er een blik op te werpen. Je krijgt dan  wel een stukje film te zien,een museum over meteoren en het heelal en waar in de wereld nog meer kraters zijn. En dan kun je eindelijk naar buiten lopen om de krater te bewonderen. Ja, het is wel wat je, je er bij voorstelt. Groot, kaal, lege randen en erg diep. De diameter is 1,2 km en hij is 173 meter diep. Mar helaas mag je er niet in, alleen over de randen kijken. Het is wel bijzonder om een keer gezien te hebben, maar ze slaan er wel weer een slaatje uit. Maargoed we hebben het gezien. Toch weer langer doorgebracht dan de bedoeling was.

Er staat een behoorlijke wind, de man bij de ingang vertelde ook dat er een storm overtrekt. Daarom waait het hier zo, maar verder kwam er goed weer aan, dat hoorde ik vanmorgen weer van een vrouwtje in de restrooms, toen we ons allebei een beetje toonbaar maakten voor de spiegel. Ze verstond dat we uit Hollywood kwamen terwijl ik Holland zei. Zij kwam uit Tuscon en deed de route van noord naar zuid en wij van oost naar west.

In elk geval reden we dus met veel wind naar Flagstaff. De San Francisco Mountains komen steeds dichterbij. Je ziet hier weinig meer dan een paar paarden die in de velden staan te grazen.Vlak voor Flagstaff rijdt je ineens tussen de pijnbomen en wordt het landschap opeens een stuk vriendelijker.

Bij Winona eraf gegaan en dan rijdt je eigenlijk door een leuke buitenwijk richting Flagstaff. Alleen net voor Flagstaff zijn wij een stukje rechtsaf gereden de 89 op naar Sunset Crater en Wupatki ruïns. Dit is een National park waar je een leuk rondje kunt rijden, en deze keer de krater van een vulkaan kan bewonderen. Deze uitbarsting heeft tussen 1040 en 1100 na Chr. plaatsgevonden, en hoewel de krater zelf niet zo indrukwekkend is, is ’t pad waar de lava heeft gestroomd en alles meenam dat des te meer. Het ziet eruit alsof het gister gebeurt is, het is dat er al behoorlijk grote groene bomen tussen staan, anders zou het echt gister gebeurt kunnen zijn. Heel bijzonder, je kon er ook een wandeling op maken. Intussen was de zon achter de wolken verdwenen en had ik bij ’t beklimmen van de kraterwand alleen maar een T-shirt aan. Deze keer was ’t vest eroverheen nog niet genoeg. Bij de lavastroom vroeg een vrouw of ze ons samen op de foto moest zetten toen ik mijn camera pakte. Zij kwam oorspronkelijk uit Chicago en woonde nu in Phoenix. Ze had route 66 als honeymoon gedaan lang geleden toen de Interstate er nog niet lag en Nederland kende ze ook wel. Ze had 3 jaar in Duitsland gewoond toen haar man daar gestationeerd was. Amsterdam had ze gezien en ze hadden ook een tijdje in Soesterberg gezeten. Tenminste dat begrepen wij uit haar verhaal.

Dus toen ze ons op de foto zette zei ze: eins, twei, drei…. Er zit toch niet zoveel verschil tussen Nederland en Germany/Duitsland? Nou….

Toen kwamen haar kleinkinderen er weer aan lopen en zijn wij een stukje het lavapad opgegaan. Wat foto’s gemaakt en toen weer verder gereden. Na nog een paar mooie uitzichten was ’t toen wel weer afgelopen met het spectaculaire uitzicht. Omdat de lucht nu een heel ander gezicht liet zien, zijn we weer doorgereden. Na het blauw met af en toe een wolkje was de lucht nu donkergrijs. Dat stak wel weer mooi af tegen het gele prairiegras waar af en toe de zon nog op scheen. Nog even gestopt bij het Wupatki National Monument dat is een park waar ruines staan van de Wupatki Pueblo die hier minder dan 800 jaar geleden was, toen was het de grootste in de omgeving. Er stond nog aardig wat overeind, maar dat kwam ook omdat er veel gerestaureerd was/wordt.

Toen terug naar de snelweg richting Flagstaff want dat moet een gezellig “Down Town” hebben. Door de harde wind gingen we niet harder dan 45 miles per uur, dat was aanzienlijk langzamer dan de rest van het verkeer. Ondertussen hadden de San Francisco Mountains zich in regenwolken gehuld. In het centrum liet het zonnetje zich gelukkig weer zien maar het was nog steeds erg fris, zeker vergeleken met wat wij gewent zijn. De laatste dagen zijn we gewoon verwend. Morgen naar de Grand Canyon wordt het weer lange broek en dikke trui ipv korte broek en T-shirt.

En inderdaad, ’t is een gezellig binnenstadje met kleine winkeltjes en galeries, een kerk en een station, wat ook gelijk een soort museum was. Dat er een station was en dus een trein hebben we geweten, we hebben 2 keer voor de trein moeten wachten en die zijn hier best lang.

In een heel vrolijke galerie heb ik 2 kaarten gekocht van een kunstenaar die ze samen met zijn 6 jarige dochter maakt.

Zij had zulke opmerkelijke uitspraken dat hij ze samen met haar heeft uitgewerkt en samen maken ze nu schilderijen. Het is een heel bont en vrolijke galerie, ’t sprak mij wel aan, maar het herhaalde zich soms wel. Als je de straat verder uitloopt is bij een parkeerplaats ook opeens een muurschildering te zien van hun. Grappig!

Na nog wat rondgelopen te hebben zijn we naar de camping gegaan, Greer’s Pine Shadows. En we gaan vroeg slapen want morgen willen we veel doen, en naar Monument Valley en naar de Grand Canyon en dan daar overnachten is ’t idee.

We zien wel!!

 

 

 

 

ã 21 maart: Flagstaff, Arizona ��" Grand canyon, Arizona

 

Vanochtend om half 6 ging de wekker, want we hadden een druk programma. Eerst naar Monument Valley , vanaf Cameron nog 88 miles, en dan terug bij Cameron de 64 op en dan de Grand Canyon bekijken. Het had geregend vannacht want daar werden we allebei wakker van. Maar toen ’t licht begon te worden leek ’t mee te vallen, wel weer wolken om de bergen heen, maar verderop lijkt het helder te zijn. Wel mooi om de zon op te zien komen. Maar hij verdween al snel achter (toch) een wolkendek. We zijn allebei nogal benieuwd naar Monument Valley dus de reis erheen, ±2 uur, is ’t  wel waard. Langzaam begint het landschap te veranderen, de grond wordt rozer van kleur, we rijden ook een stuk door Painted Dessert, dus dat klopt wel. Dan is het één rechte weg met weinig variatie. Dit is het gebied van de Navajo-indianen. Dat ligt niet alleen erg afgelegen van alles het is ook erg arm. Veel mensen wonen er in kleine huizen of caravans. Op de borden langs de weg kun je lezen dat hier de ‘code-talkers’ vandaan kwamen. Je rijdt door Tuba-city, daar is dan wel een Western-Inn en een eettentje hier en daar, verder is er weinig te beleven. Het landschap wordt hier wat heuvelachtiger en de heuvels zelfs wat groener. Dan krijg je een afslag met allemaal benzinestations en ook wat huizen. En dan rijdt je zo Monument Valley in.Wat iedereen wel kent van de westernfilms want die zijn allemaal hier opgenomen. Daarom hadden we ook het idee dat een veel groter deel van Arizona er zo uit zou zien. En dat we het vanzelf wel op de route tegen zouden komen, maar dat is dus niet het geval. Het begint met hier en daar een rare berg die opeens uit het niets een beetje verloren in het landschap staat. En dan zijn ze er ineens. Het bekende beeld,dat je overal tegenkomt. Wij hebben het Capitoolboek er even bij gepakt om te kijken vanaf welk punt de foto op de keft genomen is. Dat is dus “vanuit” Utah gezien. We zijn er omheen gereden een paar mile Utah in hebben we dat ook gezien en toen weer terug. Je merkt wel dat we zo vroeg in het seizoen zitten. Overal staan een soort houten schuurtjes waar de indianen hun spullen te koop aanbieden, maar veel daarvan stonden er nu nog leeg. Bij ’t uitkijkpunt waar wij stonden was helemaal niemand en dan ziet het er nogal desolaat uit. De zon wilde niet echt koen dus heb ik ‘ze’ in pasteltinten op de foto gezet, de bergen. Toen weer aan de lange weg terug begonnen. Bij Cameron nog even snel water,sinas en een hapje tussendoor gehaald en toen eindelijk de 64 op naar de Grand Canyon. Al vrij snel komt er een bordje met daarop ‘scenic view’ dus daar maar heen gereden. En dan begint het moois dus al, en we zijn nog niet een in het park. Met hekjes is afgezet waar je een mooi uitzicht hebt en het is hier al diep. In de diepte zie je ook de ‘Little Colorado’ rivier lopen, en dat stelt inderdaad niet zoveel voor, denken wij. Bij een ander uitzicht komen we andere Nederlanders tegen die een rondrit vanuit San Francisco doen met de auto. Zij waren al in Las Vegas geweest en vanochtend heel vroeg naar de Grand Canyon gereden vanuit Williams , wij doen dat precies andersom. Zij waren nu op weg naar Monument Valley en wij naar de Grand Canyon. Poosje staan kletsen, hij was hier al vaker geweest en gaf ons nog wat tips waar we zeker moesten gaan kijken. Toen naar de ingang gereden en meteen daarna heb je al een parkeerplaats om te gaan kijken. En je weet echt niet wat je ziet!

Het is zo groot en je kijkt zo ver echt ontzettend mooi. Hij is nog groter dan je, je voorstelde. Je hebt er genoeg uitkijkpunten, maar er zijn altijd mensen die ergens anders op ’t uiterste puntje van een rand willen gaan kijken. Daar waar geen hekken staan, je ziet er genoeg. Zo rijdt je van uitkijkpunt naar uitkijkpunt, bij één zo’n punt was een trail naar beneden. Dat zijn we een stukje naar op  gelopen, of beter gezegd af gelopen want het ging zo hier en daar heel erg steil naar beneden. En de paden zijn niet echt breed en over het algemeen zonder hekje erlangs. Je kijkt hier zo een paar honderd meter naar beneden. Je moet hier dus geen hoogtevrees hebben. Hoewel wij vonden dat we een aardig stukje naar beneden gelopen hadden, was het aan de omgeving nog niet te zien. Per jaar moeten er ongeveer 250 mensen gered worden uit de canyon, in de meeste gevallen is dat door oververhitting en uitdroging. Het kan hier ’s zomers behoorlijk heet worden en beneden zijn er geen voorzieningen, je moet zelf je eten en drinken meenemen. Nu wordt het in maart nog niet zo heet. Overal wordt je gewaarschuwd dat je, je niet moet vergissen in de afstanden die je loopt. Je moet namelijk ook weer terug! Vanaf de South Rim, waar wij de Canyon inkijken, kijk je ongeveer 1500 meter naar beneden en dat ‘lullige’ riviertje (de Colorado) wat je daar ziet lopen is gemiddeld 90 feet (oftewel ±30 meter) breed! Van boven lijkt het alsof hij niet snel stroomt, maar hij stroomt 4 miles per uur, dat is ongeveer 6,5 km per uur. Weet eigenlijk niet of dat echt snel is of niet.

Ondertussen was het al eind van de middag en zijn we naar een campingplaats gereden, het Trailer Village Park in het Grand Canyon park zelf. Toen we incheckten bleek dat we de laatste waren, de camping was vol. Hebben wij even geluk! Anders kun je nog rondjes gaan rijden op zoek naar een camping, en dan moet je dus het park uit. Vanaf de camping gaan elk kwartier shuttlebussen en die brengen je overal heen. Dus de camper neergezet, warme winterjassen aangedaan en naar de bushalte want de zon ging bijna onder. En dat wilde wij wel even zien natuurlijk. Het is inderdaad bijzonder. Iedereen gaat op de rotsen staan of zitten, en dan is het kijken en wachten, Foto’s maken en wachten. Maar wel bijzonder mooi, hoop dat de foto’s goed gelukt zijn.

Ondertussen was het wel behoorlijk koud geworden en ging de zon echt onder. Niet te beschrijven zo mooi. Daarna nog wat heen en weer gelopen en weer terug naar de bus, ’t laatste stukje in het donker gelopen naar de camping. Natuurlijk weer geen zin om aardappelen te koken/bakken dus vandaag vlees op brood met soep, wel lekker!

 

ã 22 maart: Grand Canyon, Arizona ��" Las Vegas, Nevada

 

Het zonnetje scheen toen we wakker werden, maar koud dat het was. En het waaide ook behoorlijk. We wilden een stuk langs de rand van de Canyon gaan lopen, dus met winterjassen aan naar het Village gereden en daar begonnen. Het is zo mooi als je naar de Canyon loopt en langzaam het uitzicht voor je ziet opdoemen. We konden wel een stuk gaan lopen omdat er pendelbussen rijden die je verder of terug naar het beginpunt. Wij hebben een stuk gelopen tot Hopi Point, het punt dat je de ‘andere’ kant van de Canyon inkijkt, en daar konden we meeluisteren met een gids die daar ook stond met z’n groep. Hij vertelde dat de rivier nu koffiekleurig was, maar dat hij normaal groen is. Meestal veranderd het van kleur als er bijvoorbeeld een storm is geweest, maar dat was niet zo. Waarschijnlijk was het doordat de sneeuw die smelt de Little Coloradoriver in was gestroomd en dat neemt de Coloradoriver dan weer mee. Weten we dat ook weer.

Daarna zijn we terug gegaan want het was alweer 12 uur. Dus in de camper en eerst nog even boodschappen gehaald. Toen richting Williams gereden en daarna naar Las Vegas. En dat is nogal een stuk. Toen we er weggingen was ‘t boven de Canyon was het nog mooi en zonnig maar bij ons begon het nu donkerder te worden, en ja hoor daar was-ie dan onze eerste hagelbui. Gelukkig veranderde dat toen we voorbij Williams waren. De bomen verdwenen weer en de prairie kwam weer tevoorschijn en ook de zon kwam weer terug. Denk dat de wolken om de bergen blijven hangen. Maar wij vonden het niet erg om de zon weer te zien. Toen via de originele 66, via Peach Springs en nog wat kleine plaatsjes, naar Kingman gereden. Het landschap is hier zo kaal en op de Black Mountains zie je ook echt helemaal niets groeien. Peach Springs stelt ook helemaal niets voor, en dat merk je al doordat er geen reclameborden langs de weg staan. Hier wonen veel natives, en die zijn niet zo rijk, 65% van de bevolking is werkloos en leeft van de voedselbonnen. In een heel klein gedeelte stonden wat mooie gebouwen met bloeiende bomen, dat maakt ’t meteen een stuk vriendelijker. Maar daarna was het weer kale woestijn.

Voordat je bij Kingman komt veranderd dit echter de eerste huizen die je ziet hebben zowaar bomen in de tuin, en veel ook. En het eerste plaatsje heeft ook bomen en dat is een raar gezicht zo midden in het niets. Eigenlijk op een kale vlakte zie je opeens een plaatsje met bomen, schoolbussen die rijden, eigenlijk opeens weer wat leven. Er is zelfs een golfbaan….groen. In Kingman precies hetzelfde dus ik denk dat ze al het groen zelf water geven, anders kan het nooit zo groen zijn.

Toen de 93 opgedraaid, weg van de route 66 naar Las Vegas. Net buiten Kingman zagen we een bordje met “next service 75 miles” dus toch maar even gekeerd om te tanken. Anders staan we zo in de middle of nowhere.

Na een heel stuk vlak wordt het opeens heuvelachtig nog steeds kaal, ’t is net een maanlandschap waar je door rijdt. En toen moesten we stoppen voor een politiecontrole. Ze wilde de hele camper even bekijken, waarschijnlijk in verband met terrorisme, we gingen namelijk bijna de ‘Hooverdam’ over. Die is wel indrukwekkend hoor. Echt enorm. Even foto’s gemaakt. Het is hier ook plotseling een stuk warmer geworden, iedereen loopt in zomerkleding. Onze truien kunnen wel in de kast nu want het is opeens zomer, echt heel raar. Toen we bijna in Las Vegas waren zagen we de eerste palmbomen! Via de luxe buitenwijken komen we Las Vegas inrijden en alles is schoon en goed onderhouden. Hier wonen dan ook niet de armste mensen. En er worden nog steeds nieuwe luxe wijken gebouwd want overal kom je bouwterreinen tegen. Wij wilde zo dicht mogelijk bij de ‘Strip’ staan, waar alles is, maar hadden er geen rekening mee gehouden dat iedereen dat wil. En dus staat er bij veel campings: No Vacancy. Oops, we hadden niet gereserveerd en waar wij wilde staan was de receptie al dicht. Het was inmiddels al kwart over 7, maar dat verwacht je niet hier. Dus maar het telefoonnummer, dat bij de advertentie stond,geprobeerd en inderdaad geen plek! Maar we konden Arizona’s Charlie’s Boulder Hotel & RV Park nog proberen, die zit iets verderop en had gelukkig nog een plekje voor 1 avond. Echt een opluchting, we zijn eerst gaan douchen en hier heb je niet een badhokje maar een hele badkamer tot je beschikking,WOW. Dit is nog eens wat anders dan de meeste campings die we gehad hebben. Daarna zijn we in het restaurant van het casino uit eten geweest,’t is er niet zo duur, maar je wordt behandeld alsof het zeer exclusief is allemaal. Ze komen je eten op een roltafeltje brengen en de kok komt zelf tot 2 keer toe vragen of alles naar wens is. Alleen dachten wij dat ze net als de rest van Las Vegas de hele avond open bleven, maar ze gingen om 10 uur dicht. Alleen het café gedeelte bleef open, dus moesten we nog dooreten ook. We hadden goulashsoep en hadden daar al snel spijt van want die vulde enorm. Daarna kregen we een bord eten, daar had zelfs Marco het moeilijk mee. En toen had ik nog een toetje besteld, natuurlijk. We zaten echt vol!

We dachten dat we vlakbij Fremont street en de ‘Strip’ waren dus dachten we er gewoon heen te lopen. Maar de toren en de lichtbundel leken maar niet dichterbij te komen. Op straat werd het steeds stiller ipv drukker. En er liepen types rond die het er niet veiliger op maakte. De campings waren allemaal verdwenen, we liepen nu nog langs een benzinestation en nog 1 groot hotel met een casino. Toch maar daar heen gelopen en het aan de taxichauffeur gevraagd. Die moest lachen om ons plan. A. het was te ver. En B. we kwamen ongeveer door het slechtste, onveiligste deel van Las Vegas. Dus maar ingestapt en inderdaad het werd steeds stiller op straat. En opeens 2 politiewagens aan de kant van de weg die bezig waren met een aantal mensen. Hij vertelde ook, toen we 2 jongens netjes zagen wachten voor een rood voetgangerslicht, dat je opgepakt wordt als je door rood licht loopt. Je ging dan de gevangenis in of kreeg een bon, dit deden ze om hun omzet te halen en omdat ze dealers niet kunnen oppakken als ze, ze niet zien dealen. Maar als ze vastzitten kunnen ze wel uitzoeken wat ze nog meer op hun kerfstok hebben. Tijdens de rit zei hij nog: je kunt wel gaan lopen, maar ik weet niet of je ook aankomt. Na wat we gezien en gehoord hadden waren we blij dat we niet het hele eind (we hebben er nog zeker een kwartier overgedaan met de taxi) verder zijn gelopen door deze wijk. We werden afgezet bij Fremont street, daar is de straat overdekt met een halfrond plafond van tv-schermen, die helaas alleen overdag aan bleken te staan. Verder natuurlijk veel casino’s en eettentjes. En een paar jongens die met spuitbussen in een paar minuten hele schilderijen in elkaar toverden. Echt knap.

Natuurlijk zijn we ook het casino ingegaan, we wonnen wat en verloren dat ook weer natuurlijk. Hebben er wat gedronken en nog wat gepokerd, toen hadden we het wel gezien. Volgens ons kaartje liep de ‘strip’ langs Fremont street, dus daar wilde we even heen lopen, maar weer zagen we geen drukke straat en dus maar snel terug. Het lopen hadden we wel afgeleerd. Blijkbaar loopt de ‘Strip’ niet helemaal langs Fremont street. Ondertussen was het ook al half 2 geweest en zijn we met de taxi weer teruggegaan naar onze RV. We stonden midden in de schijnwerpers en echt rustig was het ook niet waar we stonden, maar blijkbaar slaap je overal als je moe bent, we gaan morgen wel de ‘Strip’ op.

 

 

 

 

ã 23 maart: Las Vegas, Nevada ��" Needles, Californie

 

We waren om kwart over 7! al wakker, ’t zonnetje scheen, maar we wilde nog helemaal niet wakker worden en konden het tot kwart over 9 uit houden. Toen zijn we maar gaan ontbijten en richting de ‘Strip’ gereden.
Het wordt al behoorlijk warm, en inderdaad moesten we nog een aardig stuk rijden voor we er eindelijk waren. De toren was ook veel verder dan we dachten. In ’t donker lijkt alles dichterbij als het licht geeft blijkbaar. We hebben op ‘t ‘Frontier’ parkeerterrein de camper gezet. Er stond wel een bordje ‘No RV’s’, maar we zijn het binnen gaan vragen en toen mochten we hem in een hoekje achterin waar nog 2 grote auto’s stonden parkeren. Aardig en ’t kost hier niets. Als je het casino maar bezoekt natuurlijk. Dit deden wij niet, wij zijn gaan lopen en eindelijk waren we er. En het is inderdaad indrukwekkend, en dat is overdag al zo. Veel winkels en casino’s die er alles aan doen om je binnen te halen. Niets is te gek. Van Caesars Palace, wat Rome moet voorstellen, inclusief Trevifontein tot New York met Vrijheidsbeeld en Parijs met de Eiffeltoren, alles kom je tegen aan deze straat. Ook de beroemde fontein die normaal altijd aan staat, en allerlei vormen maakt. Maar helaas was hij nu uit, wij zijn er even bij blijven kijken, omdat ze er met een bootje en mensen in duikpakken bezig waren. Opeens gingen ze weer weg. En ja hoor, de installatie werd in werking gezet en op de tonen van ‘Viva Las Vegas’ begon de fontein water te spuiten. En hoog! ’t Kwam boven het hotel uit!

We zijn een uur heen en een uur terug gelopen  en ik kreeg spijt dat ik niets had gegeven aan een zwerver die er op de grond zat. Hij had op een bordje geschreven: Grateful for everything, God bless. En ik dacht, op de terugweg geef ik wel wat, maar hij zat er niet meer.Waarschijnlijk weggestuurd. Verdomme, ik moet ook niet wachten als ik iets wil. Nou baal ik er enorm van.

Marco heeft nog schoenen gekocht, die hier een stuk goedkoper zijn dan in Nederland. Maar nog steeds aardig prijzig en dan kan er toch ook wel $1,- vanaf voor iemand die’t echt nodig heeft, vind ik. Of meer.

Maar de ‘Strip’ is echt overweldigend, en leuk om een keer gezien te hebben. Maar ook erg druk, en zo’n tegenstelling met waar we vandaan komen dat ik eigenlijk wel blij was toen we Las Vegas weer uitreden. Terug door de woestijn naar de route 66, we slaan maar een klein stukje over.

We zijn tot Needles gereden want we moesten weer tanken, en hier is de benzine voor ’t gemak $1,- duurder, Welcome to California!

We staan op een kleine camping ‘Rainbow Beach Resort’, voor de verandering, aan de Coloradoriver! En die stroomt snel hier, nu zie je pas hoe groot hij werkelijk is, en wat een vaart die heeft. En hier is-ie blauw en helder geworden. Echt mooi. We kwamen aan maar er was niemand bij de receptie, dus we waren al bang dat ze dicht waren. Maar er kwam een jongen naar ons toe die iemand ging zoeken voor ons, gelukkig. Ze waren open, en we kregen ook een plaatsje aan de rivier. Binnen hingen allemaal foto´s van Nederland dus we vroegen of ze daar op vakantie was geweest. Ze was naar Nederland, Ierland en Schotland op vakantie geweest. En het was de vakantie van d´r leven geweest zei ze. En dat hebben wij nou andersom.

 

ã 24 maart: Needles, Californie  - Hesperia, Californie

 

Vandaag om half 8 opgestaan. Op de één of ander manier kunnen we hier niet uitslapen. En vooral ik val om 10 uur ’s avonds al om van de slaap.

Tuurlijk was het weer mooi weer, we hebben nog even aan de rivier gezeten, eendjes gevoerd, van ’t zonnetje genoten. En zijn toen om half 10 weer gaan rijden. Een stukje de I40 op en toen bij Essex weer de originele route gereden, door de woestijn een stuk van de Interstate vandaan. En dat komt niet veel voor, zorg wel dat je tank vol zit want je komt er weinig tot geen tegen tot aan Newberry Springs. Wij zijn bij Ludlow weer de Interstate opgegaan, omdat je er anders echt naast rijdt over niet al te goed asfalt. Bij Barstow hebben we inkopen gedaan en scones gegeten, en zijn we weer de originele route naar Victorville gaan rijden. Je komt door een paar kleine plaatsjes, maar ’t stelt weinig voor.  In Victorville zijn we naar ’t route 66 museum en giftshop geweest, en dat is de laatste op de route. Een heel enthousiast vrouwtje heeft ons geholpen en we hebben er nog een route 66 bordje gekocht.

Aangezien het nog niet zo laat in de middag was, dachten we dat we San Bernardino makkelijk zouden halen. En dan in een mooi State Park zouden overnachten bij Lake Arrowhead. Dus wij vol enthousiasme erheen, bij San Bernardino de bergen in en we slingerde algauw naar 4000 ft., toen ik even de ‘Woodalls’ erbij pakte om te kijken waar ‘t nou precies was. En toen las ik ook dat allebei de campings pas in mei opengaan!! Dus wij gvd weer de berg af, de Interstate op en naar  Glen Helen Regional Park, stukje terug en die was ook dicht! Dus nog verder terug en in Hesperia hebben we er gelukkig 1 gevonden, Dessert Willow RV Resort, die hadden genoeg plaats, want de volgende camping is pas bij Santa Monica. En daar gaan we morgen heen, onze laatste dag van Route 66.

 

ã 25 maart: Hesperia, Californie ��" Malibu, Californie

 

Redelijk vroeg opgestaan om aan ’t laatste stuk van de reis te beginnen. Eerst weer de Interstate gepakt en bij San Bernardino de Foothil Blv.  opgegaan.  Dan is ’t een heel stuk op die boulevard rechtdoor blijven rijden, door best nette woonwijken heen. Gelukkig waren de supermarkten  wel open deze zondag want we hadden per ongeluk zuur brood gekocht, en dat was echt niet te eten, dus moesten we nog even ‘gewoon’ brood halen. Gelukkig  hadden ze dat.

Bij Pasadena zijn we even van de route afgegaan even een uurtje naar de Botanische tuinen van Huntington, met museum en bibliotheek. Maar wij kwamen eigenlijk alleen voor de tuin, de Art-gallery was helaas gesloten. Nou ’t was wel een mooie tuin hoor, of eigenlijk meer een park met allerlei thema’s. we begonnen bij de rotstuin en hoewel je die in Nederland ook wel heb is het hier toch anders, de cactussen zijn veel groter. En ook andere soorten. Het begon alweer lekker warm te worden. Toen zijn wij naar het Japanse gedeelte gelopen, daar was ook een heel mooi huis bij gemaakt en alles toont heel sereen en rustig. Daarna via de Australische tuin, waar eigenlijk niet te veel aan was, naar de Jungletuin die weer erg mooi was, en dan was ons uurtje eigenlijk allang weer voorbij, want we moesten verder.

Nog wel een boek over cactussen gekocht bij de  ‘bookstore’ . In de camper even lekker brood klaargemaakt en toen weer verder gereden.

Eigenlijk wordt de wijk langzaam anders, steeds minder villa’s en meer minder dure huizen. Bij Colorado Blv.  moesten we naar rechts Sunset Blv.  op en wat later begint dan Santa Monica Blv.  en kon ik eindelijk de wegenkaart wegleggen, dachten we.

Eigenlijk begint de Blv. in een soort Spaanse wijk, die niet echt rijk is en daal je langzaam naar beneden. In de verte zie je dan de letters ‘Hollywood’ al op de berg staan.  Wel heel leuk, maar ik dacht dat we nog wel wat dichterbij zouden  komen. We komen ook wel dichterbij maar dan kun je de letters niet meer zien. Dus de camper in een zijstraat geparkeerd en teruggelopen naar de plaats waar ik dacht ’t gezien te hebben. Was toch stukje verder, maar de letters staan op de foto. Ook dacht ik dat we ondertussen wel bijna bij de ‘Walk of Fame’  zouden zijn, en daar wilde we ook even gaan kijken, maar die kwam maar niet. Dus gekeerd in Beverly Hills en een ouder echtpaar aangesproken. Nadat ze uitgelegd hadden waar het was zei ze: Maar jullie zijn nu toch ook in een beroemde wijk? Ja dat wisten we, maar ja wat moeten we daarmee?  Maargoed we moesten een heel stuk terug rijden inderdaad via Sunset Blv. en weer een zijstraat in en dan is daar Hollywood Blv.  Eigenlijk liggen ze parallel aan elkaar. Lang zoeken kan hier ook niet, want als je te vaak heen en weer rijdt kun je daarvoor vervolgt worden, gezellig. En op Hollywood Blv. vonden we eindelijk de ‘Walk of Fame’. Bleek dus vlakbij waar we daarvoor geparkeerd hadden om die letters op de foto te zetten, handig!

Het werd steeds drukker op straat en je zag opeens ook verklede mensen en hekken. Het waren de voorbereidingen voor een filmpremière, welke konden we niet goed zien. Maar de helft van de straat voor de rode loper was afgezet, en overal stond beveiliging. Dus vanavond zouden er waarschijnlijk wel sterren komen. Toen zijn we weer verder gereden, weer richting Beverly Hills waar ’t steeds rijker en rijker wordt en dan krijg je en gedeelte met vooral bedrijven. Het laatste stuk is opeens weer wat drukker, en je rijdt zo tegen de zee aan. Daar zijn we uitgestapt om even ’t strand van Santa Monica op te lopen. Het is toch bijzonder, omdat ’t ergens zo bekend is allemaal uit series en films. Even wat foto’s gemaakt en rondgelopen en toen de CA-1N (de beroemde Highway 1) genomen langs de zee naar Malibu, waar we zouden overnachten op een staatscamping.  Die we weer niet konden vinden. Er stond 5 miles in de Woodalls en dat hadden we allang gereden, maar geen staatscamping te zien. En er was er nog wel 1 dichterbij, maar die was tussen $45 en $60, en dat vonden we een beetje te gek. Dus weer op de kaart gekeken, maar inderdaad we moesten nog iets verder rijden, en dan is het aan de rechterkant van de weg. We hadden niet gereserveerd maar dat bleek alleen nodig voor de vrijdag- en zaterdagavond, nu was er gelukkig plek zat. Het was een grote ruime camping met veel bomen  en privacy,  plekken met bankjes en gelukkig een fire-ring, waar Marco de laatste houtblokken in op heeft gebrand. Eerst zijn we nog even op het strand wezen kijken, over de rotsen geklommen naar een heel klein strandje, maar daar zaten vooral stelletjes die privacy wilde, dus maar weer terug geklommen. Het koelde snel af dus terug naar de camper, waar ik aan het eten begon en Marco aan het vuur. Het was een mooie avond, met een heldere sterrenhemel en de halve maan rechtboven ons waardoor het niet echt donker werd, en er allemaal zilveren vlekken tussen ’t bladerdak door op de grond verscheen. Lekker thee en koffie met mindere donuts (waren droog) gegeten, en gewacht tot het vuur alleen nog maar gloeide. Koffers ingepakt, die bijna niet dichtgingen, en  toen naar bed gegaan.

 

ã26 maart: Malibu, Californie ��" Los Angeles, Californie ��" Boskoop, Nederland

 

Vandaag terug naar huis L.  Zelfs het weer is treurig. Ongelooflijk zo snel als het is gegaan, maar het zit er echt op en dus de tanks geleegd en op weg naar Road Bear. Daar moeten we ongeveer 10 uur zijn want de shuttle naar het vliegveld vertrekt om 11 uur. Onderweg op het industrieterrein nog benzine en gas getankt. En daarna de camper ingeleverd, uiteraard moeten we het lampje, dat onderweg gesneuveld is, betalen. Maar de rest is in orde. Nadat ook de andere mensen klaar waren zijn we weggebracht door een medewerkster van Road Bear. Door de drukte kwamen we ongeveer half 1 aan op Los Angeles International Airport, we vliegen pas om 18.00uur, dus dat is vroeg zat. Inchecken dus en …….. toen was Amanda’s koffer zoek. Door een misverstand hebben wij iets fout gedaan, en  nu dus lichte paniek. Gelukkig wilde een Airportmedewerkster  ons helpen en na ± ¾ uur kwam het blijde nieuws:  koffer gevonden en onderweg naar het vliegtuig! Dus nu kunnen we echt inchecken, en nog wat gegeten en gedronken, en toen wachten, want heel veel is hier niet te beleven. Eindelijk mochten we aan boord en na een rustige vlucht kwamen we aan op Schiphol, waar Richard en Marco’s moeder al staan te wachten voor het laatste stukje van ons avontuur, terug naar huis. Daar liggen de poezen ons licht beledigd op te wachten.

Join TravBuddy to leave comments, meet new friends and share travel tips!
Sponsored Links
Chicago
photo by: mahoney