Vietnam & Hong Kong november & december '05

Vietnam Travel Blog

 › entry 1 of 1 › view all entries
Xin chao,
 
Mijn backpack woog 8.4 kilo op de schaal op Schiphol, nieuw record!! Na een goede en rustige vlucht komen we aan in Hong Kong, weliswaar met ijskoude voeten. De airco stroomde onder onze stoelen door waardoor mijn voeten in 10 van de 13 uur in ijsklompen waren veranderd. In Hong Kong moesten we 25 minuten flink doorstappen voor we the gate bereikten waar het toestel naar Hanoi klaarstond. Binnen 2 uur waren we gearriveerd...   
 
Hanoi
Back in Asia again! Ik voel mij meteen thuis nadat we zijn geland en met een taxi in ca. drie kwartier van de luchthaven het centrum van Hanoi inrijden. De huizen op het platteland doen typisch aan; ze zijn smal en hoog, hebben allerlei kleuren en op elke verdieping een balkon. De chauffeur snapt niet helemaal naar welk hotel we willen en vindt het nodig om midden op de 'snelweg' stil te gaan staan om plattegronden (onze en die van hem) te vergelijken. Net op tijd rijden we weg voordat een redelijk grote vrachtwagen al slingerend en toeterend ons nadert omdat hij waarschijnlijk moeilijk uit kan wijken (pfieuw!).
Bij het door ons aangewezen hotel aangekomen blijkt dit dicht i.v.m. renovatie (natuurlijk!). Twee andere kereltjes stappen - zomaar - in en gevijvenlijk worden we naar een andere verblijfplaats gebracht. We bekijken de kamer en besluiten in elk geval een nacht te blijven.
Na een paar uur geslapen te hebben gaan we inmiddels in het schemerlicht Hanoi verkennen. Het is erg druk op straat en het stinkt naar uitlaatgassen maar anders dan Bangkok en Jakarta waar stank en lawaai de boventoon voeren, is er veel laagbouw (hooguit 4 verdiepingen), weinig auto-verkeer, des te meer brommertjes, en zijn de straten relatief schoon. Toeteren is een must en wordt om de paar seconder door elke Vietnamees op een brommertje gedaan. Op de stoep lopen is geen optie want die is gereserveerd voor winkels die hun spullen tot aan de goot poneren en geparkeerde scooters en brommers. Vietnamzen hebben brommers als wij mobieltjes, iedereen heeft er een en vaak meerdere. Oversteken doe je met gevaar voor eigen leven: je begint langzaam de straat over te lopen (liefst met je ogen dicht) en voetje voor voetje loop je door. Wat je vooral niet moet doen is een onverwachte beweging maken want dat is heel gevaarlijk; jij gaat door en de brommertjes ontwijken je, dat is de ongeschreven afspraak hier in het verkeer (vraag me af waar die computerspelletjes toch vandaan komen waarbij je zoveel mogelijk objecten moet ontwijken??). Na dit zo'n 20 keer gedaan te hebben went het, echt!! 
 
Het is donker als we bij het Hoan Kiem meer in het midden van de stad aankomen, de zogenaamde rustplaats van de stad! Die rust zie ik niet zo maar het is er wel mooier en groener daar dan in de drukke straten. We lopen een rondje meer en bekijken de dan verlichte Ngoc Son Temple in het midden van het water om vervolgens op een balkonterras van het uitzicht over het meer te genieten. Hoan Kiem betekent "restored sword" en heeft die naam omdat ooit een emperor de Chinezen heeft verslagen met een zwaard wat hem werd aangereikt uit de hemel. Hij wilde het houden na de overwinning maar dat was niet de bedoeling. Op een dag was hij aan het baden in het meer en werd samen met het zwaard ondergetrokken door een reusachtige schildpad, die het zwaard teruggaf aan de oorspronkelijke goddelijke 'krachten'. Van keizer en zwaard werd nooit meer wat teruggevonden....
 
We bestellen salade en gamba's en een fles Chardonnay. Het eten en drinken is hier voortreffelijk, thanx to the French! Overal kun je stokbrood krijgen dus eindelijk eens fatsoenlijk ontbijten in een Aziatisch land zonder bruin brood en muesli te missen. Helaas zijn 'kip en ei' nergens verkrijgbaar in Ha Noi dus we vermaken ons met veel vis en Hot pot, het Vietnamese gerecht bij uitstek. Grappig is dat Vietnamezen een gerecht niet willen serveren als er maar een enkel ingredient mist en je kunt proberen wat je wilt maar je krijgt het niet voor elkaar het te krijgen. Karaktereigenschap van Vietnamezen is wel hun vasthoudendheid, tevens één van de redenen waarom ze de vele oorlogen, tegen de Japanners, Chinezen, Fransen en Amerikanen hebben gewonnen dan wel hebben stand weten te houden, soms voor hele lange perioden. Op de gedeelde eerste plaats staat de karaktereigenschap jaloezie. Vietnamezen zijn erg jaloers ingesteld, getuige mede de vele vechtpartijtjes op straat waarbij mensen elkaar flink slaan. Geef een Vietnamees ook geen fooi of iets anders waar anderen getuigen van zijn want deze anderen kleuren vervolgens groen en geel van jaloezie. Erg grappig!! 
 
De volgende dag verkennen we de stad verder en gaan noordwaarts naar het Ho Tay-lake - een veel groter meer met een omtrek van 13 km., ook wel Lake of Mist genoemd, en the Red River. Op een schiereilandje in het meer is de Tran Quoc pagoda (tempel) gebouwd. Dezelfde dag bezoeken we nog verschillende pagoda's en tempels die de stad rijk is en maken vrienden met wat boeddhistische monniken die er rondlopen. Verder nemen we een kijkje op de dagelijkse markt van Ha Noi waar het nog meer stinkt dan het druk is....
Het Ho Chi Mihn Mausoleum is tevens een aanrader, een groot complex met verkeer-vrije parken, monumenten, gedenktekens en pagoda's. Het schijnt dat het lichaam van HCM elk jaar 3 maanden in Rusland verblijft voor zogenaamde herstelwerkzaamheden.
 
Sa Pa
Met de nachtrein die er zo'n 9 uur over doet vertrekken we om 21:30 uur naar Lao Cai, waar we de volgende ochtend om 6 uur bruut gewekt worden en uit onze slaapcoupe's geschopt. We delen de coupe met 2 Engelse guys die Zuid-Oost Azie doen in 6 maanden. Buiten gekomen worden we naar een busje geleid en rijden we nog 2 uur de bergen in om in Sa Pa uit te komen. Sa Pa is een waanzinnig mooi bergdorp in het noordwesten van Vietnam. Hier wonen nog de authenthieke montagnards, de bergvolkeren. Wanneer we uitstappen komt er een klein meisje naar ons toe die vraagt waar we vandaan komen en als we "Holland" antwoorden roept ze spontaan: "small country, 16 million people...". Daar heb ik even niet van terug, bij de handje!! Ze brengt ons naar de verblijfplaats die we noemden: het Cat Cat hotel. Het hotel is tegen een berg aangebouwd en heeft vele terrassen en verdiepingen. Het uitzicht over het dorp en Vallei zijn prachtig alhoewel enigzins gehuld in mist. We hebben een grote kamer maar uit de douche komen slechts 3 druppels lauw water per uur; haar wassen is geen feest! De eerste dag maken we een korte wandeling van enkele uren naar Cat Cat-village en onderweg zien we al rijstvelden en watervallen.
De tweede dag maken we een hele lange trekking begeleid door een kleine 22-jarige H'mong die onze gids wil zijn. Je mag de bergen niet in zonder gids dus des te leuker wanneer de orginele bevolking deze trips verzorgt. We bezoeken de H'mongs en de Dzao. Deze mensen dragen traditionele kleding en wonen in huizen van bamboe en op palen in de bergen. Helaas begint het te regenen en de mist trekt steeds verder op. Gelukkig mijn regenjas aan! Dit voorkomt echter niet dat het pad verandert in een grote modderpoel en even later herken ik mijn eigen schoenen niet meer.
Na vele uren komen we aan bij een brug waar 2 brommertjes voor ons klaar staan om ons het hele eind weer terug te brengen naar Sa Pa-village. Beetje jammer maar op dat moment was ik er wel blij mee! Ik mag op het brommertje plaats nemen tussen een grote mannelijke H'mong die voorop zit en onze kleine vrouwelijke gids die ik goed vasthoudt want anders vliegt ze eraf. Daar gaan we.... in een enorme sneltreinvaart scheurt het ding de bergen door en ik moet mijn best doen om wat te zien. We rijden tussen de 60 en 80 km. per uur schat ik en vind het een gevaarlijk feest! In bochten remt de H'mong niet af maar toetert naar gewoonte en ik moet er niet aan denken wat er kan gebeuren als we vallen (zonder helm). Oké, verstand op nul en hopen dat het goed gaat. Een uur later sta ik als een in blubber verzopen kat voor het Cat Cat en ben blij dat ik een zoveelste hellenrit heb overleefd!!
Nu nog proberen wat meer druppels uit die douche te krijgen...
 
De dag erna giet het nog harder en we besluiten de nachttrein terug naar Ha Noi te nemen.
 
Ha Long Bay
's ochtends om 6 uur weer de trein uit en meteen een taxi genomen naar de andere kant van de stad om daar een bus te pakken naar Ha Long Bay. Ha Noi was nu ook een stukje frisser dan de eerste dagen maar aan de kust zou het vast beter weer zijn... Letterlijk en figuurlijk afgezet door de taxichauffeur, ondanks meter, kochten we bustickets (dat kostte weer geen drol, nog niet de helft voor vele kilometers meer dan de taxi!) en namen plaats in een minibusje waarnaar zo'n 30 jengelende Vietnamezen ons verwezen. Het busje was nog niet half vol toen we vetrokken maar daar kwam snel verandering in... Bij elke straathoek brulde het hulpje van de chauffeur waar we naartoe gingen en dat mensen in moesten stappen. Al gauw zaten we opeen gepakt met grote rugzak op schoot en dat moest 4 uur duren (???). Toen er echt niemand meer bij kon stopten we voor een man en zijn gevolg van 9 vrouwen. Je geloof het niet maar ook zij gingen mee. Kleine krukjes werden tevoorschijn getoverd en in het middenpad gezet, mensen kropen bij elkaar op schoot en hingen door de deuren en ramen naar buiten, pffffff!!!! Gelukkig zijn Vietnamezen geen kotsende Mexicanen in bussen hoewel de stank af en toe niet te harden is.
Ik was blij toen we Ha Long Bay binnenreden en het mooi weer was!
 
Ha Long Bay staat bekend om zijn 10.000-den limestone rotseilanden voor de kust in de Chinese Zee. Na een hotel gevonden te hebben met uitzicht op zee huurden we een prive-boot die veel weg had van een piratenschip voor wat dollars en begonnen de tocht langs slechts een klein gedeelte van de eilanden en grottoes. Het is een enorm sprookjesachtige ervaring, heel bizar! Terwijl de boot de eilanden passeert duiken er steeds meer en meer andere rotseilanden op uit het niets. Verdwalen kan er makkelijk... We legden aan bij een eiland dat bekend staat om zijn grotten en spelonken met vele stallagtieten en -mieten; beetje commercieel (te veel toeries) dus snel verder. Na enkele uren varen kwamen we aan bij drijvende huizen op het water waar mensen hun bestaan hebben opgebouwd en leven van visvangst. We kregen garnalen, krab en grote kokkels mee die voor ons aan boord werden klaargemaakt! Lekker...
 
Vanmorgen weer een minibus teruggenomen vanuit Ha Long naar Ha Noi maar iets handiger aangepakt zodat we niet weer ingeklemd zouden zitten tussen 'tig Vietnamezen hoewel erg gezellig! Vietnamezen vinden het namelijk totaal geen probleem om aan elkaar/vreemden te zitten en - naar Westerse maatstaven - iets te dichtbij in je persoonlijke zone te komen. Een Vietnamese Ruud Lubbers is hier ondenkbaar en zorgt hooguit voor het trainen van de lachspieren....
 
Nu opnieuw in Ha Noi, wat we vanavond voorgoed goodbye zeggen om de nachtrein van naar Hue in centraal Vietnam te nemen, die ons in 12 uur op de plaats van bestemming zal brengen. Daar zullen we meer zien en horen over de oorlog!
 
In de nachttrein van Hanoi naar Hue kon ik niet meer slapen nadat de trein midden in de nacht een noodstop maakte en van alles en nog wat door de coupe vloog. Gelukkig bood mijn mp-3 speler (met vooral veel Sting) uitkomst.
 
Hué
Aangekomen in Hue 's morgens rond 10 uur liepen we de stad in op zoek naar een leuk guesthouse, dat we vrij snel vonden. Na een douche en lunch zijn we de oude stad van Hue gaan bezichtigen, de Citadel. Het is een gebied van zo'n 10 km2 en wordt omgeven door muren. Vandaag de dag wonen er nog steeds 60.000 mensen. In de stad is een gebied gereserveerd voor de tempels en paleizen van voormalige heersers. Erg bijzonder is het niet allemaal, te meer omdat de Amerikanen de boel hebben platgebombardeerd.
Behalve de Citadel en de straatjes met veel winkeltjes en restaurantjes waar het vooral 's avonds goed toeven is heeft Hue, terwijl het de 3e stad van Vietnam wordt genoemd, niet veel te bieden. Dus gaan we naar waarvoor we eigenlijk gekomen zijn: de DMZ.
 
DMZ
Zo'n 80 km. ten noorden van Hue, op precies de 17e breedtegraad NB ligt de gedemilitariseerde zone (DMZ), die in feite natuurlijk gescheiden wordt door de Ben Hai River. Deze zone is 10 km. breed en vormt de scheiding tussen Noord en Zuid Vietnam. Nadat in meerdere verdragen tussen de VS, GB en (voormalige) S.U. afspraken waren gemaakt, werd in 1954 in het Verdrag van Geneve tussen de Fransen en de Ho Chi Minh-regering afgesproken om deze tijdelijke scheiding tussen noord en zuid te bewerkstelligen met als doel meer rust te creeren in het gebied.     
Ironisch genoeg sloeg het noodlot toe en hebben zich nergens ter wereld meer gewapende militairen en wapens bevonden en zijn meer bommen gevallen dan daar toen de V.S. zich in de strijd tussen Noord en Zuid Vietnam ging moeien. 
Enkele kilometers ten noorden van de DMZ liggen aan de kust de Vinh Moc Tunnels, een enorm ondergronds gangenstelsel van ca. 3 kilometer lang. De tunnels zijn in de jaren '60 gegraven door de toenmalige bevolking om zich letterlijk in te graven en zich te beschermen tegen de vele bombardementen door de Amerikanen. Een heel dorp en vele gezinnen leefden meer dan anderhalf jaar in de tunnels die tussen de 1.50 en 1.80 cm. hoog zijn en amper 80 cm. breed. Zelfs bukkend lopende door de hele donkere, klamme en benauwde tunnels kon ik mij amper een beeld vormen van hoe mensen daar geleefd moeten hebben. Dan nog uitgezonderd het feit dat in het regenseizoen het water tot aan de knieen stond. Gelukkig hadden wij de mogelijkheid om één van de 12 in-/uitgangen weer op te zoeken om rechtstreeks in de duinen met uitzicht op zee uit te komen...
 
Toen de Viet Cong destijds ontdekte dat de bevolking ondergrondse tunnels graafden maakten zij daar dankbaar gebruik van, leidde de bevolking op voor militaire doeleinden en en pastte de techniek toe op vele andere plaatsen in oorlogsgebied.
Eén van de zaken die hier in Vietnam nog speelt sinds de VS het land heeft verlaten is die van de MIA's wat staat voor Missing In Action, de vele vermiste personen uit de oorlog. Nog steeds worden onderzoeksteams ingezet door de VS die zoeken naar deze zogenaamde MIA's. De Vietnamese regering maakt hier tevens gebruik van door de eigen bevolking te laten participeren in de teams en daarbij 75% van het door hen verdiende salaris - betaald door de VS - van deze mensen op te strijken. Hier en daar is het communisme nog in volle glorie te aanschouwen! De lokale Vietnamese bevolking ziet de teams echter liever vandaag dan morgen nog vertrekken omdat de Amerikanen veel land doorspitten waarbij niets gespaard wordt en tevens graven van Vietnamezen (oud en nieuw) overhoop halen op zoek naar de nog 2.265 Amerikaanse MIA's. Dat terwijl er meer dan 30.000 Vietnamese oorlogsslachtoffers worden vermist maar de Vietnamezen laten hun doden rusten...
De reden dat veel meer Vietnamese MIA's vermist worden ligt mede aan het feit dat zij geen ID bezaten in tegenstelling tot de Amerikanen.
Even buiten het terrein van het tunnelcomplex staan Vietnamese verkopertjes die originele naamplaatjes en aanstekers, incl. tekst, verkopen van MIA's en veteranen. Treurigheid ten top!!  
 
Toen we de volgende dag in het guesthouse aan het ontbijt zaten spraken we een Amerikaanse man van Vietnameze komaf. Hij vertelde dat hij meer dan 30 jaar geleden was gevlucht uit Vietnam en terechtkwam op een klein bootje vol met andere vluchtelingen. Na zich vele weken op zee te hebben schuilgehouden kwam het bootje aan land in Cambodja. Vandaar is hij verder gevlucht naar de VS waar hij zich uiteindelijk in Carlifornia vestigde to live the American dream en een eigen bedrijfje startte. Nu, vele jaren later, is hij terug in zijn moederland met zijn Amerikaanse gezin om hen te laten zien waar zijn roots liggen. Er is veel veranderd vertelt hij ons en niet allemaal ten goede. Hij is zeer kritisch over Vietnam en hoewel het communisme grotendeels is afgeschaft vindt hij dat de regering veel steken laat vallen met betrekking tot de opbouw van het land en het bieden van een goede toekomst aan zijn inwoners. Ik kan het slechts met hem eens zijn.
  
Hoi An
De volgende dag namen we een minibus via Danang naar Hoi An wat zo'n 120 km. onder Hué ligt. Zo'n busje doet er helaas meer dan 4 uur over omdat de wegen slecht zijn en de nationale overheid snelheidslimieten heeft ingevoerd, iets wat noch door buitenlandse reizigers nog door de bevolking wordt begrepen laat staan in dank wordt afgenomen.
Uiteindelijk belandden we later dan gedacht toch in Hoi An, een klein idylisch plaatsje aan het water waar autoverkeer verboden is. Heerlijk om even uit dat lawaierige verkeer met zijn getoeter te zijn een paar dagen!!
Hoi An staat bekend om zijn vele kleermakers hoorden we al en dat was niets te veel gezegd. In elk straatje zitten tientallen kleermakers en je kunt het zo gek niet bedenken of ze maken het voor je in de stoffen van je keuze, van dure gucci-jurken en maatpakken tot tasjes en sjaals. En dat binnen 1 dag. Ik had graag een pak laten maken maar het leek me niet handig om daar nog enkele weken mee in mijn backpack rond te sjouwen dus heb het bij een outdoor afritsbroek gehouden; kosten: nog geen $8!
's avonds heerlijk gegeten op een balkon van een restaurantje terwijl we de bootjes op het water en de plaatselijke dorpsgek op de fiets voorbij konden zien komen. Prima vertoeven in Hoi An.
 
De volgende dag een busje genomen weer meer richting noorden naar My Son, de oude ruines van het op Indiase leest geschoeide koninkrijk van Champa. Veel minder groots en imposant dan de Borobudur op Java en Ayuthaya in Thailand maar niettemin de moeite waard van een bezoek. Door Vietnamezen wordt het uitgesproken als 'Miezach' dus het was ff zoeken voor we een busje vonden dat ons erheen bracht. Het Engels van de Vietnamzen is sowiezo bar slecht en weinigen spreken het. We dachten met Frans nog wat verder te komen maar ook dat is een illusie. Alleen de oudere Vietnamezen spreken wat Frans en aangezien 2/3 van hen jongere is, communiceren we vaak met handen en voeten... ;-)).
My Son staat op de lijst van de UNESCO World Heritage en de ruines liggen in een door riviertjes omsloten vallei, goed verscholen voor mogelijke binnendringers van destijds. Prachtig om mij weer eens te wanen in een oude overlevering hoewel niets het midden in de jungle gelegen Palengue (Mexico) kan overtreffen wat dat betreft!!     
 
Ho Chi Minh City
Vervolgens zijn we verder gegaan naar wat strand in het midden van Vietnam en vanaf Danang een binnenlandse vlucht genomen naar Ho Chi Minh City, oftewel Saigon zoals alle Vietnamzen HCMC nog steeds noemen.
Na ons te hebben laten droppen in backpackercity midden in Saigon, waar echt the place to be is, kwamen we erachter dat het geen grote vieze maar best een relaxte stad is. De brede straten (eerder lanen) met veel bomen en veel groen en grote parken maken het bloedhete Saigon zeer aantrekkelijk. De stad is onderverdeeld in een viertal districten, welke gerangschikt zijn naar 'rijkdom'. Tijdens een 8 uur durende stadswandeling veel gezien en meegemaakt. De dagelijkse markt, lunchen op een van de hoogste gebouwen van de stad: het beroemde Rex Hotel en de Notre Dame Kathedraal vormden wel de hoogtepunten. Het museum van Uncle Ho was een grote tegenvaller (noem het maar aanfluiting!), een grote verzameling troep, van militaire pakken tot rotan meubels, staan in wat grote ruimten te vergaan. We waren snel weg!
In HCMC waren alle faciliteiten die je in de rest van het land wel eens mist weer aanwezig dus prima plek om een aantal dagen door te komen.
 
Mekong Delta
Na de drukte van Saigon besloten we opnieuw de rust op te zoeken en zijn 4 dagen door de Mekong Delta gaan trekken, met name per boot. Grote en kleine bootjes kun je overal nemen en huren zodat we vele uren op het water doorbrachten. Al zonnend aan dek vaarden we soms de grote waterwegen op met zijn vele floating markets - rijk aan fruit en andere waren - en andere keren was er bijna geen doorkomen aan op de kleine jungleriviertjes vanwege de begroeiing. Al met al weer een heel ander Vietnam!
Het allerleukste van de boottochtjes is wel het zwaaien en roepen van de kinderen aan de waterkant en ze doen het allemaal dus je zit de hele dag met je arm omhoog als een koningin te wuiven. Tijdens onze 2-daagse georganiseerde gezamenlijke tocht met andere backpackers dieper de Mekong in riep onze inmiddels Deense vriendin "This is much better than Nokia connecting people!" wat voor nogal wat hilarische taferelen zorgde aan boord. 
 
Phu Quoc
Inmiddels hadden we het wel een beetje gehad met alle trein-, boot- en busreizen en besluiten eens echt te gaan relaxen in een van de tropische oorden. De keuze viel op het eiland Phu Quoc wat nog wel bij Vietnam hoort maar net even ten zuiden van en dichterbij Cambodja ligt. De Cambodjanen claimen het eiland sinds jaar en dag waardoor helemaal in het noorden wat militairen gestationeerd zijn om het eiland te bewaken. Daar merk je aan de kant waar wij zitten overigens niets van.
Het was even wat erg veel moeite om er te komen per bus en boot maar niettemin weer gelukt!
 
Phu Quoc, wat je uitspreekt als Voe Wak (ff oefenen!), is een zeer rustig en primitief eiland. Ik voel me dan ook echt mevrouw Crusoe hier. Bijna geen toerist te bekennen terwijl het hoogseizoen schijnt te zijn. De faciliteiten zijn ook weer wat minder; alleen in het enige luxe resort wat hier staat is Internet beschikbaar, valt het elektriciteitsnet vaak uit (dit is ook al de 3e keer dat ik deze mail typ, ondanks conceptversies!!) en kun je maar beperkt produkten krijgen. Het voelt ook wel een beetje als het einde van de wereld, zeker na het boottochtje om hier te komen... De Vietnamezen hier en eigenlijk in het hele zuiden zijn zo vriendelijk en willen je altijd helpen, wat alles zeker goedmaakt.
Gisteren hebben we mountainbikes gehuurd en het eiland overgecrossed, onder een waterval gestaan en weer gezwaaid naar de kinderen langs de weg die naar school gaan.
Verder doe ik de hele dag niet veel meer dan boeken lezen bij het zwembad, fruit juices drinken en 's morgens joggen langs op het strand. Vietnam is te gek maar ik zal jullie niet jaloerser maken!!
 
Na onze laatste inkopen gedaan te hebben op de grote overdekte markt van Saigon en nog een keer in ons lievelingsrestaurantje met keuken aan de overkant van het straatje gegeten te hebben was het tijd op Vietnam te verlaten.
 
Hong Kong
Het was 2 uur vliegen naar Hong Kong dus een snelle rit waar we al met al krap 3,5 uur overdeden. Gelukkig hoef je in deze landen nooit 2 uur tevoren op de luchthaven aanwezig te zijn, 10 minuten is ook oké!
In HK was het echter weer een uur later dan in Vietnam zodat het verschil met Nederland inmiddels 7 uur bedroeg (lekker voor de jetlag!).
Hong Kong, wat een stad!! Ik heb al heel wat steden gezien maar dit sloeg alles, zowel qua smog als qua hoogbouw! We kwamen aan in het donker en werden opgehaald door een busje van het hotel, dat we gereserveerd hadden. Zo kregen we een mooie rondtour van de luchthaven de stad in. Waar we ook keken waren grote gebouwen, meer dan drukke straten en nergens meer neon-lichtreclames en uithangborden boven de weg dan daar. Dit alles zorgt ervoor dat je je heel erg inmens klein en verloren voelt in zo'n grote metropool.
De volgende dag eerst een stuk door de stad gelopen en daarna de veerpont van Kowloon, het centrum, naar Hong Kong Island genomen. Aan de overkant ben ik naar de Peak, het hoogste punt van Hong Kong dat net boven de hoogste wolkenkrabber uitsteekt, geklommen van waar een mooi uitzicht over de stad en havens te zien was. Verder was het boven een commerciele bende van soevenirwinkeltjes, eettentjes en natuurlijk een shopping-mall, één van de vele!!
Na een pick-nick in één van de stadstuinen was het tijd voor een bezoek aan The monastry of 10.000 buddha's, dat een stuk ten noorden van Kowloon ligt. Oké, de metro in: dat Chinees valt niet mee maar na even orienteren had ik door hoe je een kaartje moest bemachtigen (uit een machine) en hoe de metrolijnen liepen....
Na twee keer overstappen liep ik het metrostation uit en geen idee hoe ik bij het klooster moest komen (mijn reisgenoot had de gids met plattegrond meegenomen!). Ik besloot een paar mensen de weg te vragen maar niemand had ooit van dit klooster gehoord. Krijg nu wat, het zal toch wel bestaan?! Ik besloot op de gok te gaan lopen en had een flauw vermoeden dat het iets hoger moest liggen (vanwege wat plaatjes die ik in de gids had gezien) dus richting wat heuvels. Op een gegeven moment kwam ik langs een wel heel verstopt weggetje en toen ik daar wat verder inliep doemde er eindelijk een bordje met "monastery of 10.0000 buddha's" op. Even later wist ik zeker dat  ik goed zat want daar stonden ze hoor, de eerste tientallen van de 10.000 boeddha's. Wat een protserigheid, wat een kitch!! Ik moest wel even heel hard lachen want het leek in de verste verten niet op de prachtige gedetailleerde boeddha's die je in Thailand overal tegenkomt. Dit leek meer op een Aziatische vorm van Madam Tussaud!! Anyway, toch maar het hele pad naar boven gevolgd waar een grote tempel opdoemde die op zich wel weer heel mooi en gedetailleerd was. Niet voor nix gekomen....
 
De laatste dag Hong Kong gebruikt om slechts een paar van de vele vele sjieke shopping malls te zien van binnen en inkopen te doen. Per mall kun je rustig 2 dagen bezig zijn als je alle winkels ingaat. En wat kwam ik tegen in het laatste uurtje shoppen in Hong Kong: FitnessFirst Hong Kong, al net zo groots en dynamisch als de hele stad zelf!
WarrenRodwell says:
I understood the abstract (in English)
Perhaps I can guess the rest, Ilja ;-}

Seriously though, I also enjoyed my travels
through Vietnam & they are somewhat similar

Been hearing a lot of good things about
Phu Quoc, especially from Europeans ...
.
Posted on: Nov 04, 2007
Join TravBuddy to leave comments, meet new friends and share travel tips!
Sponsored Links